DALFSEN… ’t ligt zo vriendelijk. 1953

DALFSEN – Dalfsen “’t ligt zo vriendelijk” zo die vreemdeling zegt.( 4e deel Flora en Fauna) Een overzicht uit een boekje van de VVV Dalfsen uit het midden van de vorige eeuw. Indien delen met ( ..) staan omschreven is dat door de redactie toegevoegd.
Flora en fauna; Allereerst kunnen we opmerken dat Dalfsen een zeer rijke flore heeft. Dit is op de allereerste plaats te danken aan het feit, dat er verschillende percelen land zijn welke niet gecultiveerd kunnen worden. Deze percelen worden niet bemest en zo vinden wij op deze plaatsen een zeer rijke flora met een grote biologische verscheidenheid. Het is natuurljk niet doende in dit kort bestek een volledige beschrijving te geven van alle verieteiten die voorkomen voornamelijk langs de Vecht. Het is in Dalfsen juist de Vecht die een typisch cachet geeft aan deze streek met zijn eigen flora. We willen ons dan ook in hoofdzaak beperken tot die soorten welke langs de Vecht gevonden worden. Daar is op de allereerste plaats de steen en heideanjers. Deze wordt in het oosten van ’t land gevonden langs de Vecht en Dinkel, elders zeer zeldzaam. Het is een rood bloempje met donkere lijn en witte stipjes aan de voet der plaat, groeit het meest op drogere grond en is typisch voor de Vecht. En wat dunkt u van ’t mooie paarsblauwe zandklokje, volop te vinden langs onze wegen, of ’t St. Janskruid, knijpt u eens een bloempje doormidden en ge zult zien er komt een rode vloeistof uit. Ook kunnen we op sommige plaatsen kraailook vinden, een soort wilde ui die heel goed smaakt bij sla, maar door de boeren zeer gehaat wordt omdat het een uiensmaak aan de melk geeft. Nu we toch op droge hoge grond zijn kunnen we daar veelvuldig de fam. De vetplanten of Crasculacieen aantreffen. Hiertoe behoren muurpers, smaakt sterk peperig en de bladeren eindigen stomp, hoogstens twee maal zo lang als breed. De tipmadam, bladeren eindigen in een naaldfijn puntje, verder nog het Wit en Zacht Vetkruid. Een typische bewoner van de droge grond ’t Echt Walstro familie van de sterkbladigen, wat geel bloeit. Zeer welriekend, bijna geen bladeren en veel bezoek van vliegen en kevers. We gaan nu even naar een ander geslacht, nl dat der lipbloemigen of labiatae we bedoelen wilde tijm. Wanneer ge hier een paar blaadjes afknijpt even plat drukt, dan zult ge een zeer welriekende geur ontdekken. Er zijn zelfs exemplaren die naar citroen ruiken. Bloeit met rose rode bloemen. En als ge, wandelaar, een ogenblikje tijd hebt ga dan eens rustig bij de bloeiende Tijm zitten. Ge zult u niet vervelen, want als ge nauwkeurig toeziet dan zult ge de grootste verscheidenheid van vliegen en insecten zien die op de geur van bloeiende Tijn afkomen. Langs de wegen kennen we nog verschillende veel voorkomende soorten o.a. boerenwormkruid met gele bloemen als platte knoopjes, bloemen wit met geel hart. Bovengenoemde soorten behoren tot de familie de Composieten. We gaan nu wat meer de vochtiger plaatsen bekijken. Ook daar vinden we weer een grote verscheidenheid. Allereerst de grote pinpernel met zijn lange gesteelde donderrode ronde of langwerpige aren. De planten worden wel 60 cm tot 1.1/2 meter hoog. Verder vinden we nog de mannetjes ereprijs met lichtpaarse bloemkroon en bloeit van mei tot september. Al naar gelang het land gecultiveerd is vinden we andere variëteiten. Wanneer we ons nu even aan de waterkant begeven vinden we daar verschillende waterplanten o.a. Kalmoes. Let op de bloeiwijze, verder Waterweegbree, Lisdodde, Engelskop, Paardestaart, Holpijp, Kikkerbeet, Waterbies, Lissen enz.
Behalve de gewone wildsoorten als ree, haas, konijn, fazant en patrijs kennen we toch onze zomerbewoners. Vooral langs de Vecht broeden in het voorjaar en zomer de kievit, wulp, grutto tureluur en de laatste jaren ook de scholekster. Let eens op wanneer een kraai of ekster in de nabijheid komt van een nest. Onmiddellijk probeert het mannetje de ongewenste gast op een veilige afstand te houden. Een zeldzame bosbewoner is de wielewaal. Een enkele maal kan men het nest vinden hangend aan een tak, meestal in opgaand loofhout. Aan de waterkant kennen we diverse eendensoorten, de kleine karekiet, die zijn nest tussen de rietstengels vlecht, meerkoet en waterhoentje. Wendt u zich tot de VVV en het zal u deskundige voorlichting niet ontbreken.
(Althans in 1953, wordt vervolgd WvdV)

Artikel delen: