25 jaar zijn De Stuwzangers een cultureel fenomeen van Vilsteren - Foto: Ingezonden foto
Foto: Ingezonden foto

25 jaar zijn De Stuwzangers een cultureel fenomeen van Vilsteren

25 jaar geleden ontstond het nu welbekende shantykoor De Stuwzangers. Wat ooit begon met 5 mensen is uitgegroeid tot 57 zangers die door heel Nederland touren om hun repertoire te zingen. Wat hebben de mannen meegemaakt? En hoe zien zij de komende 25 jaar voor zich?

Ondanks dat de meeste leden van De Stuwzangers niet uit Vilsteren komen, is Vilsteren altijd het dorp waar het koor repeteert. De roots van het koor liggen bij het kerkkoor van de lokale Willibrorduskerk, midden in het dorp. Leden wilden ook iets buiten de kerk organiseren, waaruit De Stuwzangers zijn geboren. In een huis dat bijna naast de Vilsterseweg ligt, spreken we met twee bestuursleden, René Wibier en Jaap Buitelaar, en oprichterslid Herman Niens.

“Welke emotie? De enige emotie die ik voel is blijdschap en trots dat we het hebben gehaald,” zegt René Wibier, voorzitter van het koor. Het koor kwam voort uit de lokale kerk van Vilsteren. Voor de leden moest er iets veranderen. “De hele tijd kerkliedjes zingen, we wilden wat anders,” zegt René.

Een echt shantykoor? Dat durven ze niet van zichzelf te zeggen. “In naam. De genres zijn heel divers; we zijn eigenlijk De Stuwzangers. De naam van de muziek is De Stuwzangers,” concludeert René. “We zingen natuurlijk heel anders tijdens een bruiloft dan bij een activiteit ergens langs de Vecht; dan zijn het ook andere liederen,” voegt Jaap Buitelaar toe, de penningmeester van het koor.

Het koor begon met een vijftal, maar dat veranderde al snel. “Na de eerste optredens werden het er steeds meer. We dachten dat 30 man meer dan voldoende zou zijn en toen werd het koor nog verder uitgebreid. Als iemand plezier heeft in zingen, wie ben ik om hem er niet bij te halen? Het is een en al plezier,” zegt René, terwijl er een lach op zijn gezicht verschijnt.

De Stuwzangers zijn een mannenkoor. Al is er een vrouwelijke accordeonist, er kunnen moeilijk vrouwen bijkomen. Dat komt omdat de shantytraditie geen sopraan- of altmelodieën kent. “Als we vrouwen toelaten, groeien we nog met 50 mensen. Bij elk optreden wordt ons gevraagd waarom we geen vrouwen in het koor hebben,” zegt René. Maar er wordt ook praktisch nagedacht over het missen van hoge tonen. “Misschien als we de riem goed vasttrekken,” zegt Jaap, tot gelach van de rest van de kamer.

Jongeren

Al is het koor apetrots op de behaalde 25 jaar, er zijn ook zorgen over de toekomst. De gemiddelde leeftijd van de leden is 73 jaar. “We willen er elke dag wel jeugd bij hebben,” zegt René. “Dat is lastig, omdat de meeste jongere mensen werk of andere hobby’s hebben. Onze doelgroep zijn net gepensioneerden die nog geen hobby’s hebben en opeens denken: ‘Joh, ik heb niks om handen.’ We houden oudere mensen ook niet tegen. Elke nieuwe aanwas is mooi,” voegt Jaap toe.

Van Vilsteren de grenzen over

Een optreden dat de mannen is bijgebleven, is een show in Duitsland. “Je bent aan het zingen en reageert op het publiek, dan reageert het publiek op ons. En er werden uitspraken gedaan die ik liever niet zal herhalen. Achteraf lag de groep in een deuk van het lachen. We konden niet meer ophouden,” zegt René, terwijl de rest van de tafel meelacht.

Ondanks dat de meeste leden niet uit Vilsteren komen, blijft de band sterk. “Die band is er 100%. Als we hier niet repeteren, dan bestaan we niet meer. We zijn hier begonnen en we zullen hier eindigen,” zegt René met trots.

Waarom moet je bij De Stuwzangers? “Je moet 100% van muziek houden en daarnaast 100% van plezier houden. Het is altijd feest.”

“Vooral de derde helft,” voegt Herman Niens toe. Met dank aan Ron Feijen 1e foto Stuwzanger.

5 september vieren De Stuwzangers hun jubileum in Vilsteren. In de tussentijd hebben de mannen nog vele optredens in de regio

Foto's 3
25 jaar zijn De Stuwzangers een cultureel fenomeen van Vilsteren - Foto: Johan Bokma
Foto: Johan Bokma
25 jaar zijn De Stuwzangers een cultureel fenomeen van Vilsteren - Foto: Johan Bokma
Foto: Johan Bokma
Artikel delen: