Pootloze

Pootloze

DALFSEN – Gierzwaluwen brengen hun leven voornamelijk in het luchtruim door. Ze jagen er op insecten, slapen er, en vliegend op grote hoogte paren ze in de lucht. Zo wendbaar en snel ze in de lucht zijn, zo weerloos zijn ze op de grond. Ze hebben kleine, zwakke poten waarmee ze zich amper kunnen verplaatsen of er vandaan kunnen vliegen.

Lees verder »

Chevalier combattant

Chevalier combattant

DALFSEN – Bovengenoemde naam kan worden vertaald als ‘de vechtlustige’. Dat is goed gekozen omdat de kemphanen elkaar tijdens de balts in felle schijngevechten elkaar ‘bekampen’. Dit gebeurt op een daarvoor uitgekozen toernooiveld ofwel een ‘lek’.
Bij deze spiegelgevechten rennen en springen ze op elkaar af met opgezette kraagveren en oorpluimen.

Lees verder »

Blauwkopje

Blauwkopje

DALFSEN – De pimpelmees is onmiskenbaar, kleine mees met ronde kop en helder blauw en geel. Is een temperamentvolle vogel die bijvoorbeeld in de strijd om broedgelegenheid grotere soorten de deur kan wijzen. Het is een algemene broedvogel in Europa. Het is een standvogel maar in strengere winters is er wat influx vanuit Oost-Europa.

Lees verder »

Schor

Schor

DALFSEN – De blauwe kiekendief broedt in grote delen van Europa. Zweden, Finland en Frankrijk huisvesten de grootste populaties. In ons land lijdt de soort een kwijnend bestaan, alleen op enkele waddeneilanden en Oost-Groningen is nog een rest populatie. Oorzaak is, met name in het winterhalfjaar, de afname van het aanbod van voedsel zoals konijnen, muizen en zangvogels.

Lees verder »

Pittenverbrijzelaar

Pittenverbrijzelaar

DALFSEN – De appelvink is een vrij algemene broedvogel in Nederland. Sterk gebonden aan oudere loof-, en gemengde bossen, tuinen en parken. Na de broedtijd zwerven ze wat rond en trekken in beperkte aantallen naar het zuiden. Ze eten zaden en pitten, aangevuld met jonge knoppen. Juveniele appelvinken worden gevoerd met dierlijk voedsel zoals rupsen en insecten.

Lees verder »

Nonnetje

Nonnetje

DALFSEN – In de naamgeving van deze duikeend, is vooral uitgegaan van het zwart-witte kleed van de woerd (man). Dit deed in het religieuze verleden denken aan een non. Dus een mannelijke non is in de wereld van vogels heel normaal. Zoals elders in de natuur niet ongebruikelijk is ook een vrouwelijk non qua (camouflage) kleur veel ingetogener.

Lees verder »

Eksterspecht

Eksterspecht

DALFSEN – De middelste bonte specht met de wijnrode onderzijde is een parel voor het oog maar loopt daar niet mee te koop. Afgezien van een korte periode van paarvorming is hij een heimelijke scharrelaar die zich boven in de boom meesterlijk aan waarneming weet te onttrekken. Dankzij zijn geluiden het zogenaamde ‘gaaien’ en ‘bieken’ verraadt hij zijn positie.

Lees verder »

IJdeltuitje

IJdeltuitje

DALFSEN – Als oorspronkelijke steppebewoner prefereert de Kievit open landschappen met lage vegetatie en kale grond. De soort was tot voor enkele jaren een algemene broedvogel in geheel ons land. Dat blijkt ook wel uit de vele streeknamen zoals Kiewke, Piewitte en Leep. De titel hierboven is de vertaling van zijn latijnse naam Vanellus vanellus.

Lees verder »

Lakvogel

Lakvogel

DALFSEN – Pestvogels broeden in het noorden van Europa. In de broedtijd leven ze overwegend van insecten, daarna schakelen ze geleidelijk over op bessen. Door voedselgebrek kunnen er invasies op gang komen die soms tot de Middellandse Zee reiken. Of ze hierbij Nederland aandoen hangt ondermeer af van de windrichting.

Lees verder »

Boterbuik

Boterbuik

DALFSEN – De grote zaagbek heeft een licht, witte buik vandaar de bovengenoemde streeknaam. De betekenis van de wetenschappelijke naam is “duikergans”. Hiermee wordt deze visetende duikeend goed getypeerd. Hij is bezit van een spitse snavel afgezet met zaagtaaltjes waarmee vis goed kan worden vast gehouden.

Lees verder »

Tuinvink

Tuinvink

DALFSEN – De betekenis van de wetenschappelijke naam van de ortolaan op de foto is “in de tuin voorkomend”. De streeknaam tuinvink geeft dan ook weer dat midden in de vorige eeuw deze soort algemeen voorkwam in de oostelijke provincies. Vernietiging van hun leefomgeving door grootschalige landbouw en het heftig gebruik van pesticiden zorgden voor het, als broedvogel, volledig verdwijnen van deze soort in Nederland.

Lees verder »

Pieplyster

Pieplyster

DALFSEN – De koperwiek is geen broedvogel in Nederland maar wel een talrijke doortrekker en wintergast. Eind september arriveren de eerste vogels; de laatste verlaten ons land uiterlijk begin mei. Ze zijn afkomstig uit Scandinavië en West-Rusland. Hun meestal ’s nachts gehoorde roep wordt verwoord in de bovengenoemde streeknaam.

Lees verder »

Turdus Philomelos

Turdus Philomelos

DALFSEN – De bovengenoemde wetenschappelijk naam betekent “liefhebber van de zang”. In het oude Griekenland stond de soort bekend als de vogel die zo mooi zingt als een nachtegaal. De gevarieerde zang is al vroeg in het voorjaar te horen. Het leent zich tot allerlei klank nabootsingen zoals “kiss me, kiss mee, do-it-quick, do-it-quick”.

Lees verder »

Kok

Kok

DALFSEN – De uit Azië afkomstige fazant is door de Romeinen in ons land geïntroduceerd, en vanaf 1850 in grote aantallen gekweekt en uitgezet te behoeve van de jacht. Dat is sedert 1993 verboden. Uit onderzoek blijkt dat fazanten zonder uitzetten en bijvoeren moeilijk kunnen overleven.

Lees verder »

Geertrudesspecht

Geertrudesspecht

DALFSEN – Bovengenoemde bijnaam van de zwarte specht is afkomstig uit een Noorse legende. “Geertrude had voor een paar hongerige reizigers brood gebakken, maar toen die erg groot uitviel weigerde zij het weg te geven. Om haar gierigheid werd zij gestraft en in een vogel veranderd. Deze vloog door een schoorsteen en kwam daar zwart uit.

Lees verder »

Koeherder Ibis

Koeherder Ibis

DALFSEN – De koereiger is een wat kleiner, meer gedrongen en met een dikkere hals dan de kleine zilverreiger. De naam is afgeleid wat zijn methode van voedsel zoeken, namelijk tussen en op grazend vee. Ze komen met name voor in Zuid-West Europa en ze kunnen in het voor-, en najaar ook in ons land worden gespot .Ook bij grazend vee in Dalfsen, dus opletten.

Lees verder »

Kantvliegertje

Kantvliegertje

DALFSEN – De parachutevlucht van een baltsende graspieper is te zien in een groot deel van Europa. Nederlandse broedvogels overwinteren voornamelijk in Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. Bij milde winters blijft een deel hangen in ons land. Het voedsel bestaat uit insecten, slakjes en kleine wormen en in de winter worden ook zaden gegeten.

Lees verder »