Column 9 van © lenze l. bouwers

Column 9 

Waarom begrijpen we elkaar vaak verkeerd? Neem nu deze zin:              

Ik heb niet gezegd dat zij mijn fiets gestolen heeft.

 

        Deze zin kan  zeker , door op vijf verschillende woorden de klemtoon te leggen, op vijf manieren uitgesproken en gehoord worden. Wie geen klemtonen legt, kan door de hoorder verkeerd begrepen worden.       

Ik heb niet gezegd dat ZIJ mijn fiets gestolen heeft, het kan ook een andere zij zijn of een hij. 

IK heb niet gezegd dat zij mijn fiets gestolen heeft, het was een ander, hij of zij. 

Ik heb niet gezegd dat ze mijn fiets GESTOLEN  heeft, ze heeft de fiets eerlijk geleend. 

Ik heb niet gezegd dat ze mijn FIETS  gestolen heeft, het was mijn auto. 

Ik heb niet GEZEGD dat ze mijn fiets gestolen heeft, ik heb het geopperd. 

 

  Nu is dit een vrij onschuldige zin. Waar het er echt op aankomt – bij de rechtspraak of bij  een notaris of in politie-rapporten  – worden alle bij- en zijbetekenissen weg getimmerd! Daar ontstaat dan ook een eigen taalgebruik, een vaktaal, alleen door ingewijden te duiden. Bij een  notaris heb ik wel eens gevraagd naar een hertaling in modern Nederlands. … 

©  lenze l. bouwers

Artikel delen: