Post Kluinhaar 1940 – 1945.

Post Kluinhaar 1940 – 1945.
Op 14 april gedenkt Heino de bevrijding.
Heino-online een inwoonster van Heino gevraagd haar belevenissen te vertellen. Zie hier haar verhaal.Het persoonlijk verhaal van mevrouw Dina Hogeman Duteweerd over haar belevenissen tijdens en vlak na de oorlog.
knaal1_1940-1945knaal1.jpg
 Het gezin Duteweerd woonde voor de oorlog aan de Kanaaldijk zuid op nr. 1 aan de vroegere Dalfserweg bij de Kluinhaarbrug tegenover de familie Beltman.
Vader was brugwachter, boer, handelaar in manden en turf. Vroeger werd het wel “Post Kluinhaar” genoemd. Het overijssels kanaal werd toen nog druk bevaren door o.a. turf- en suikerbietschippers Om precies te weten hoe mevrouw Hogeman hoorde dat er oorlog was moest zij erg terug in haar geheugen, zij verteld dat zij op 10 mei druk bezig de keukenkastjes een voorjaars beurt te geven toen haar zuster Mina huilend thuiskwam met de mededeling dat het oorlog was. Mina die werkte toen bij de familie T. Offenberg die een boerderij aan de Zwolseweg in Heino hadden.
Het leven leek even op te houden, de hele familie ging om de tafel zitten om te praten. Het werd dan ook snel duidelijk dat het om Duitsers ging die Nederland de oorlog verklaard hadden. Zelf hadden ze niets gemerkt van vliegtuigen of dergelijke. Het duurde dan ook enige tijd voor zij de eerste Duitse soldaat te zien kregen. Tot eind juni ging Dina tot april 1945 gewoon naar de Mariaschool en nadien naar de naaischool in Raalte bij de nonnen. Zij fietsten als een van de weinigen nog met luchtbanden naar school in Raalte.Men mocht ook geen vlag meer uithangen. Gevolg was dat men alternatieve manieren uitvond om toch aan te geven dat men
voor Oranje was. Dina gaf aan dat zij met haar vriendinnen klompen droegen. Zij droeg witte klompen, de andere weer blauwe en rood. Met rood-, wit-, en blauwe klompen liep men op straat en men kon hier niets tegen ondernemen. In de buurt was niets bekend over onderduikers, wel kwamen er geregeld Duitse soldaten langs die wel belangstelling hadden voor het vee of het paard en de wagen. Vader Willem Duteweerd had hier echter iets op verzonnen. Hij had een medicinaal drankje van de veearts bij de beesten staan en als men weer eens dacht iets te kunnen halen gaf hij aan dat de beesten een besmettelijk ziekte hadden en zeker niet geschikt waren voor consumptie.

knaal3-1940-1945b.jpg

Zo heeft hij het tot vlak voor het einde van de oorlog uit kunnen zingen. Dina was ooit eens alleen thuis op een zaterdagmorgen toen men weer eens kwam om te vorderen, zij deed netjes de deur open maar verstond niet wat de Duitser zei. Deze vertrok dan ook alras zonder iets mee te nemen. Salland stond nu niet bekend als arm, het was gezien het aantal boeren best rijk in voedsel. Het werd ook wel eens “Eén van de speklagen langs onze Nederlandse rug” genoemd. Voedsel bonnen werden dan ook vaak geruild of verkocht voor kleding. Heino kende ook veel winkels,
maar er was niets te krijgen.
Wonen langs het kanaal was op zich best gevaarlijk, de Duitsers trachten steeds de schepen te beschieten. Vliegtuigen vlogen soms wel eens een keer extra over om hun doel te bereiken. Er is echter nooit volgens weten van Dina een schip zo geraakt dat deze gezonken is. Wel weet ze te vertellen dat er bij Dick Schrooten ooit een koe werd geraakt en een paard dat een schip voorttrok. Wat ze nog wist was dat sommige Heinoërs het wel mooi vonden, al het lawaai van de over komende vliegtuigen en het kabaal van het schieten, terwijl het voor hun soms een angstig avontuur was. Zij heeft echter nooit vliegtuigen gezien omdat zij voortijdig de kelder ingingen. Zo heeft zij wel eens een hele zaterdag in de kelder gezeten tussen de aardappels.
Soms waren hier ook schippers bij die tijdens het bombardement niet meer veilig op hun schip zaten en ook bij hun in kelder schuilden tot het ergste voorbij was. De huidige bewoners die het dijkhuisje in 1990 gekocht hebben zeggen dat ze jaren terug nog een echtpaar aan de deur kregen waarvan de man als schippers kind nog in de kelder van de familie had Duteweerd geschuild tijdens een bombardement.
Een buurman wist nog te vertellen dat als er dan een granaat in het water viel, kwamen er manden vol dooie vissen naar boven drijven. Zo had men opeens vis op het menu. Zo had elk nadeel wel weer een voordeel. In 1944 kwam er een Duitse V2 bom in een weiland aan de Langsweg terecht, deze ontplofte gelukkig. Men was net op dat moment aan het eten in huize Duteweerd, ze weet nog te vertellen “Stamppot rode wortels” toen deze bom viel. Er zat geen glas meer in de kozijnen.
Er waren op dat moment net een paar westerlingen aan de deur gekomen om te vragen of zij het restje stamppot op mochten eten wat was overgebleven. Alles lag vol met glas dus men moest hen teleurstellen. De warme hap kon men zo weggooien. Dina verteld dat men in Luttenberg minder geluk had. De afgevuurde V2 ontplofte daar niet en toen er een aantal dorpelingen na ging kijken en erop bovenop ging zitten, ontplofte hij alsnog. Gevolg meer dan 14 dooien. Gerrit (de broer van haar man) woonde er in de buurt maar had gelukkig de band van de fiets lek, anders had hij niet meer geleefd.  Er kwamen in de winter van 1944- 45 veel westerlingen aan de deur voor eten of gewoon een beetje water. Met oude fietsen, kinderwagens en handkarren. Vaak ging het niet eens om eten om mee te nemen maar meer om eten voor onderweg. Er waren ook boeren in de buurt die hier een slaatje uit sloegen, mensen moesten hier zelfs geld voor een glaasje water betalen.
De laatste 6 maanden hadden wij ook een meisje uit Rotterdam , Miep Schreuder die ongeveer 10 jaar was en kwam bij ons om bij te eten. Zij had wel een probleem, zij zat onder de luizen en mijn moeder kon dit niet schoon krijgen. Bij het nood hospitaal, die naast de Mariaschool stond, adviseerde men haar hoofd in te smeren met petroleum en te omwikkelen met een doek. Zo is zij er ook vanaf gekomen. Maar zij had wel veel heimwee naar huis en de stad. Op een gegeven moment kwam de bevrijding. Er werd hard gevochten langs het kanaal.
Zelf konden ze toen niet meer in huis schuilen en men schuilde toen midden in een uitgegraven persbult. de granatenscherven vlogen hun om de oren maar ze hadden geluk.
De Canadezen kwamen 8 april van de kant van Dalfsen, bouwde in de avonduren een baileysbrug (loopbrugje) tussen de Bolder en de Kluinhaarsbrug. Deze brug heeft nog zeker een jaar lang dienst gedaan.
Achter het huis van de fam. Beltman was de boerderij afgebrand en hier richtte men een veldkeuken in. Men kon opeens zeep en sigaretten krijgen wat een luxe was in die tijd. Wel werd er in de roerige tijd vlak voor de bevrijding veel vernield in de buurt.
Zo zijn de volgende boerderijen tussen 8 en 12 april 1945 verwoest door de vuurgevechten tussen de oprukkende Canadezen in de strijd tegen de Duitsers:
familie Hoonhorst,aan de Dalfserweg 3;
familie Jansen en Miete Oosterwijk aan de Twentseweg 13;
familie Willem Jorink die woonde in het huisje achter bij Beltman aan de Kluinhaar (waar later de veldkeuken stond). Het huis is nooit meer opgebouwd door de fam. Beltman;
Gerrit en Dina Melenhorst Bosch aan de Moerweg kruising Blankenvoorderweg;
ook werden gebouwen van boerderij Blankenvoort door brand verwoest;
De boerderij van de familie Roesink aan de Kanaalzijde noord 1. De familie Roesink was op dat moment brugwachter van de Bolderbrug.Verder werd alles wat geschikt was als uitkijkpost kapotgeschoten vanwege strategische belang zoals de toren van de Room Katholieke kerk en de molen van de Firma Hooglugt.
Er kwam ook nog een Duitse militair om het leven die sneuvelde aan de Moerweg. Hier stond een tijdje een kruisje. Je was bevrijd als er een Canadese tank voorbij reed, bij ons bleven ze staan vanwege de veldkeuken en ze parkeerde hun tanks bij de buurman tussen de schuren met de punt naar de weg. Hier klommen wij als buurtkinderen op, maar wij werden al ras door onze vader naar binnen geroepen om vervolgens bij de soldaten weg te blijven. Als meisje moest je tenslotte oppassen.
Dina geeft aan dat zij niet alles weet omdat zij overdag gewoon naar school ging, maar veel heeft zij wel meegemaakt of nadien gehoort van haar ouders die lange dagen maakte als brugwachter (men moest tot 22.00 uur de brug bedienen) en als boer in toen nog Dalfsen.
Na 1964 was er geen scheepvaarts verkeer meer en werden de ophaalbruggen een tijdje later vervangen door een vaste bruggen.
Op 1 januari 1997 kwam deze hoek van Dalfsen bij Heino in het kader van de uitwisseling van grond zodat Lemelerveld toen één gemeente kon worden i.p.v. een stukje gemeente Raalte, Ommen, Dalfsen en Heino. Familie gegevens van mevrouw Dina Hogeman: knaal4-familiefoto.gif
Vader Willem Duteweerd geb. 30 april 1888
Moeder Dieke Duteweerd – van Leusden geb. 13 februari 1893
Kinderen:
Rieka, Mina, Dina, Marietje, Anne, Berhard, Willem, Herman en Tonnie. Dina is op 23 oktober 1947 getrouwd op 21 jarige leeftijd met Hermanus Geradus Hogeman geb. 3 augustus 1917.
Dina Hogeman – Duteweerd is zelf geboren op 13 augustus 1926
Gerrit Hogeman geb. 10 mei 1913 (broer Hermanus uit Luttenberg).
Dina en Herman kregen 3 kinderen die nog allemaal in Salland wonen.
Met dank aan de medewerking  en toestemming van Hilde Klaster
auteur en maker van de website www.heino-online.nl Mochten mensen meer weten, reacties en evt. foto’s van mensen die hier vroeger gewoond hebben. Of over oa. de oude (Olde) bakker en de school ed, het graven van het kanaal enz. dan horen wij het ook graag.Dit kunt u dan melden aan info@heino-online.nl Tel 06 – 11230914 maar ook aan mailto:info@dalfsennet.nl dan zorgen wij voor doorzending.©heino-online.nl

Artikel delen: