De zeepfabriek De Fenix aan de Lijnbaan in Zwolle

Zundag 24 januari 2010 – geplaatst

De geschiedenis van deze zeepziederij gaat vermoedelijk terug tot 1719. Dit is tenminste het jaartal dat gebeiteld is in de gevelsteen die tot voor kort in het gebouw van de Fenix aan de Lijnbaan zat met daarop de tekst “E cynere vivo” hetgeen zoveel betekent als “Uit de as leef ik”.

Dit slaat op het productieproces van zachte zeep. Zeep zieden gebeurde met potas (dit is as van verbrande twijgen) die werd vermengd met raapolie, hennepolie of lijnolie. Voor het productieproces waren ovens nodig met grote vuurkracht om de ingrediënten  goed te vermengen met elkaar. De oudste fabriek heeft gestaan aan het begin van de Thorbeckegracht vlakbij verffabriek Schaepman. Begin 19e eeuw zit het kantoor van de zeepfabriek aan de Waterstraat ongeveer op de plek van de huidige ingang van het conservatorium. De oude zeepziederij wordt in 1890 verkocht door de fa. ter Meulen & Co aan de fa. Joh. Taconis. In 1919 verkoopt Taconis de stoomzeepfabriek aan Peter Broek & Koetsier, die al een zeepfabriek hadden in Coevorden. De Fenix werd gekocht voor 10.000 gulden. Peter Broek en zijn vrouw Hendrika Hermanna Egberts krijgen in april 1909 een zoon; Arend. Deze promoveert samen met zijn studiegenote Annie van Wijngaarden tot dokter in de chemie en koopt in 1935 de bleekwaterafdeling Azon van zijn vader en de heer Koetsier. Hij begint een eigen fabriek op 1-10-1935 onder de naam Dr. A. Broek Chemische fabriek de Fenix Zwolle. Eind 1936 besluit Koetsier zich terug te trekken uit de zaak. Vader en zoon voegen daarop hun beide fabrieken samen en vestigen zich op 1 januari 1937 onder de naam P. & dr. A. Broek Zeepfabriek de Fenix. Op 9 april van datzelfde jaar trouwt Arend met Annie van Wijngaarden. Omdat er in de oude binnenstad geen uitbreidingsmogelijkheden meer waren en de vrachtwagens de smalle straatjes regelmatig verstopten, kocht de familie Broek in 1956 de terreinen en gebouwen van de ontmantelde biscuitfabriek Helder aan de Hoogstraat/Lijnbaan. Daar blijft de fabriek tot 1997 gevestigd. Met de verhuizing naar de Hoogstraat/Lijnbaan kwam er einde aan het zelf maken van zachte zeep. Vanaf dat moment werd de zachte zeep elders ingekocht.Bekende producten van de Fenix zijn onder andere Azon (bleekmiddel) en Abro (afwasmiddel), een afkorting van A. Broek. In de jaren vijftig wordt Abro omgedoopt tot Dubro, dit staat voor Dubbel Broek vanwege de verdubbelde concentratie. Een actie die de verkoop van Abro behoorlijk verhoogde was het toevoegen van drie plastic kralen aan iedere fles Abro. Deze kralen konden aan elkaar geregen worden tot een armband of halsband. Als je er voldoende had kon je er zelfs een lang snoer van maken om paardje mee te spelen en was het kralensnoer de leidsel. Als Coleta en ik nu nog diavoorstellingen geven in b.v. bejaardenoorden dan weten bijna alle bezoekers nog van die kralen. Andere acties van de Fenix zijn minder in het geheugen blijven hangen. Zo had men gratis dierenplaatsjes bij Dubro en een gratis kleurspel bij Helder Mientje Andere producten van de Fenix waren Nibro (textielversteviger, dus een soort kant en klare stijfsel) en Fambro (een familiefles haarshampoo).  Naast merken waarin vaak de naam Broek was te herkennen, waren andere producten van de Fenix kleine shampooverpakkingen onder de naam Montessa, Fenix Helder Mientje Spiritus, Fenix Helder Mientje Ammoniak, Fenix Helder Mientje Dubbele Schoonmaakazijn en Volvet. Met de overname van de firma Emka uit Apeldoorn kreeg de Fenix ook de merknaam Glorinne, het latere Glorix. Ook Robijn komt uit de Fenixfabriek. Hier werd zelfs een speciaal boekje over uitgebracht “Robijntje verhuisd”.In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw is de Fenix een geduchte concurrent van de multinational Unilever, er werken rond de 300 medewerkers. Zo heeft Dubro een veel groter marktaandeel dan Lux. In 1964 strijden Akzo, Shell en Unielever om de Fenix. De winnaar is uiteindelijk Unielever, die de familie Broek dwingt tot verkoop door te dreigen met een concurrentieslag. Na de overname wordt het bedrijf nog vijf jaar geleid door leden van de familie Broek. Ruim 30 jaar lang is de Fenix één van de meest winstgevende onderdelen van het Unileverconcern. Begin jaren negentig gaat het roer bij Unilever om. Men wil de Fenix afstoten Ze kondigen aan dat de Fenix in 1994 zal worden gesloten.  Verbijstering alom. De toenmalige directeur Jan Renaud en manager Jan Wiersma steken hier een stokje voor en kopen het bedrijf. Van de 100 werknemers kunnen er zestig blijven werken. Men betaalt wel een prijs: Alle A-merken als  Glorix, Dubro, Robijn en Lux mag men niet meer gebruiken. Men gaat over op private labels of eigen merken. De nieuwe directie houdt het nog vol tot mei 1997. Men heeft zich verkeken op de zware concurrentie en is als klein bedrijf niet meer in staat een sterke positie op de zeepmarkt veilig te stellen. De aandelen Felix worden verkocht, de directie vertrekt en de fabriekshallen worden leeggehaald. De panden zijn nadien nog in gebruik geweest als opslagruimte. Particulieren, de markt en de kermis stallen er vrachtwagens en caravans. Het veilinghuis Cees Lubbers heeft er een opslag en veilingen en de Oldtimerclub gebruikt de voormalige garage, die ook nog een tijd als parkeergarage is gebruikt. In 2006 start de sloop om plaats te maken voor nieuwe woningen.
Het ontwerp voor het Fenixterrein is definitief. Het Lankhorstgebouw (1962 gebouwd) aan de Lijnbaan, het kantoor van de voormalige Fenix Zeepfabriek, is inmiddels ook gesloopt. De gebrandschilderde ruit, met daarin de afbeelding van een Feniks, in het trappenhuis van het Lankhorstgebouw keren terug in de nieuwbouw. Ingezonden door Zwollekenner Dick Hogenkamp.

 

Artikel delen: