Loes Antonissen heeft een hele belangrijke boodschap

  Loes Antonissen

LEMELERVELD – Als eerst zal ik mij voorstellen en uitleggen waarom ik deze pagina heb opgezet.

Mijn naam is Loes Antonissen, voor velen bekend als juf Loes of als de dochter van Jan Antonissen de groenteman ( heel bekend van dalfsennet van zijn standplaats in Dalfsen bie de kerke). Ik ben 24 jaar oud en een jaar geleden afgestudeerd aan de Katholieke Pabo te Zwolle. Om mijn wereld te verbreden wilde ik vrijwilligerswerk gaan doen in Afrika. Van daaruit kwam het idee om deze pagina te maken.

 

 

Hier Loes Antonissen, de Lemelerveldse “reddende engel”

Ik heb nu al 2 keer mogen proeven van het prachtige Afrika.

In mei 2010 ben ik met de organisatie Edukans op een onderwijsexpeditie naar Malawi geweest. Daar heb ik al kennis gemaakt met de vriendelijke bevolking van Afrika. Het is niet te bevatten dat mensen daar tevreden zijn met dingen waar wij onze neus nog niet voor ophalen.

Tijdens deze expeditie heb ik les gegeven op een klein plattelandsschooltje, met meer dan 60 leerlingen zittend op de grond, in 1 klaslokaal.

Als u niet verder wil lezen, want het is een best lang verhaal, maar wel geld wil storten, vermelden we hier tussendoor haar rekeningnummer waar u wat op kan storten van Loes  12 78 37 272 T.N.V. Loes Antonissen.

 

 

Door constant onder de lokale bevolking te zijn, raak je snel gewend aan de cultuur waarin zij leven. Waar je niet aan went is de armoede waar de mensen in leven. Na twee weken was deze geweldige ervaring helaas achter de rug. Bij terugkomst in Nederland wist ik meteen dat dit niet de laatste keer was dat ik Afrika heb bezocht.

 

Na een lange tijd zoeken heb ik mij uiteindelijk ingeschreven bij de organisatie Samen. Vanuit dit project kreeg ik een reismaatje toegewezen en werd er een project voor ons gezocht.

Het project waar wij ons voor in zouden zetten heet Bosco Boys Kuwinda. Een opvangproject voor straatjongens. Na 1 week te hebben geleefd, met de jongens op dit project werd ik overgeplaatst naar Bosco Boys Langata, omdat ik daar meer kon betekenen en meer hulp kon bieden aan de straatjongetje. Dit is ook een opvangproject voor straatjongens, maar dan in de vorm van een rehabilitatie tehuis. Wat betekent dat ik dagelijks werkte met jongens die regelrecht van de straat kwamen of jongens waarvan de ouders niet voor hun kinderen konden zorgen. Ook had ik veel te maken met weeskinderen.

Op het eerste gezicht een prachtig project met een nieuw gebouw. Maar als je je ogen de tijd geeft zie je ook hier echte armoede.

Jongens zonder schoenen, of met schoenen waar de tenen vooruit staken. Kleren die veel te klein en kapot zijn, meestal ook nog geleend van elkaar, want elke jongen heeft over het algemeen maar 1 stel kleren.

Ondanks dat de jongens dagelijks te eten krijgen merk je dat ze toch een tekort aan voedsel hebben. Wat logisch is gezien er geen variatie is en vaak ook niet genoeg. Verscheidene keren heb ik kunnen zien dat de jongens bedorven voedsel voorgeschoteld kregen.

Voor een verdere impressie van mijn ervaring in Langata Bosco Boys kijk onder de knop Langata Bosco Boys.

 

Zondag 18 september begon mijn reis naar Kenia. Toch wel gespannen nam ik afscheid van iedereen. Mijn reis van Amsterdam naar Nairobi verliep zonder oponthoud en om 5.30 uur landden we veilig op Afrikaans grond. Daar aangekomen werden mijn reisgenoot en ik opgewacht door Father Sebastian, de man die het project Bosco Boys runt. Het project bestaat uit 2 tehuizen; Bosco Boys Kuwinda, dit is het project waar ik de eerste week heb gewerkt. Hier wonen jongens van 14 tot officieel 18 jaar.  En dan is er ook Bosco Boys Langata, een rehabilitatietehuis voor straatjongens van 7 tot 14 jaar.

Father Sebastian is ook de man die ons na 1 dag al wilde scheiden van elkaar. Achteraf gezien ben ik daar heel blij mee, omdat ik daardoor na een week op Langata terecht kwam.

Langata is een klein dorpje op ongeveer 30 minuten van Nairobi. Hier vind je Bosco Boys Langata. Het is een project dat voornamelijk bestaat uit vrijwilligers. Zij bieden de jongens onderdak, educatie en voeding, dit alles in een primitieve vorm, omdat alles wordt bekostigd door vrijwillige giften en donaties.  Bosco Boys Langata is afgelopen jaar gerenoveerd. Dit was hard nodig want de jongens sliepen en woonden in grote zeecontainers. Op Langata wonen nu meer dan 90 jongens. Moet je voorstellen dat deze jongens allemaal gevoed en gekleed moeten worden, bekostigd uit donaties en giften. De jongens die hier wonen zijn vaak wees, komen van de straat of hebben nog maar 1 ouder die niet voor hen kan zorgen.

Voeding is probleem nummer 1. De jongens kregen 3 maal daags een maaltijd. Als ontbijt kregen de jongens droog brood met thee (met melk en suiker), als lunch kregen ze kideri (gekookte bruine bonen en mais) en als avondeten kreten ze ugali (mais meel gemengd met gekookt water, waardoor er deeg ontstaat) met sukuma wiki (een soort groene kool). Omdat er voor voedsel geen geld is, wordt het gedoneerd door bedrijven. Hierdoor is in het algemeen altijd de houdbaarheidsdatum verlopen (zure melk) en werd de schimmel van het brood gesneden. Vaak was er ook nog een tekort aan voedsel, waardoor jongens gewoon niet genoeg te eten kregen. De tijd tussen de lunch en het avond eten was erg ruim, waardoor ze tegen 5 uur honger krijgen, maar dan nog moeten wachten tot half 8. Ondertussen wordt er wel gewerkt op een lege maag.

Daarbij kwam ook nog dat de jongens het eten van elkaars bord stalen. Als ze niet genoeg kregen, dan zorgden ze er wel voor dat ze toch genoeg te eten kregen. Dit houdt in dat de zwakkere kinderen altijd de dupe waren en vaak te weinig te eten kregen. Ik probeerde erop toe te zien dat het stelen niet gebeurde, en gelukkig met succes.

En aangezien ze vaak zwaar werk moeten doen (zware stenen sjouwen, de grond wieden etc.) hebben ze het eten hard nodig.

 

Ook kleding is een groot probleem. Ik was verbaasd over hoe de jochies erbij liepen. Één jongen had te kleine schoenen, niet zomaar 1 maat te klein, maar zijn tenen kwamen minstens 5 centimeter uit de schoen steken. Deze zelfde jongen liep ook in een korte broek die van boven tot beneden uit was gescheurd. Hij bleef hier in lopen omdat hij maar 1 broek had.

Er waren ook jongens die helemaal geen schoenen hadden, zij liepen elke dag op slippers. Ook wanneer het regende of het ’s avonds kouder werd. Vaak waren deze slippers kapot en miste er een groot gedeelte van de slipper.

Ik speelde met 1 van de jongens dammen en hij wilde graag een prijs hebben als hij won. Ik had verwacht dat hij zou vragen om snoep of iets van speelgoed, maar dat had ik mis. Hij vroeg om een paar schoenen, want die had hij niet. Toen hij won heb ik hem mijn roze damesschoenen gegeven. Hij was zielsgelukkig.

 

Veel jongens hebben een trauma overgehouden aan vroeger en dat uit zich vaak in onmacht. Ze weten niet hoe ze conflicten op moeten lossen en slaan er al snel op los. De sterkste wint, want ze weten niet van opgeven. Het komt dan ook wel eens voor dat we met de jongentjes naar “het ziekenhuis” moeten om de wonden te verzorgen. De jongens weten ook niet beter, want als je op straat hebt geleefd moet je vechten om te overleven.

 

Ook zie je dat veel jongens in bed plassen. Natte matrassen worden ’s ochtends buiten gelegd en ’s avonds weer binnen gehaald als ze droog zijn, zo niet dan slapen ze in een nat bed, want andere matrassen zijn er niet. Vaak moet er dan ook een volwassene mee om ze van buiten te halen, omdat ze bang zijn in het donker.

 

Omdat de jongens 24 uur per dag op het project zijn, zien ze nooit iets van de buitenwereld, dit i.v.m. de angst voor het straatterreur. Ze hebben geen toestemming om het project te verlaten. Maar om ze toch een beetje met de buitenwereld in contact te houden, gaan ze 1 keer in de maand een  middagje uit. Dit betekend dat ze ergens heen gaan waar ze geen geld voor hoeven te betalen. (bijv. het cityparc). Omdat er geen geld is, zit het er ook niet in dat ze tijdens dit uitje iets te eten krijgen. Toch is dit voor de jongens geweldig, want ze zitten altijd achter de hekken van het project.

Tijdens zo’n uitje zagen we echte straatjongens. Deze jongens snoven lijm en waren daardoor ontzettend stoned. Dit is voor veel jongens slecht om te zien, omdat ze zelf ook in deze situatie hebben gezeten. Er woonden jongens op dit project die ook met drugs in aanraking zijn geweest. Één van de jongens woonde al 5 jaar op het project en was nu 14 jaar. Daarvoor heeft hij op straat gewoond en drugs gebruikt. Hij vertelde dat hij heroïne gebruikte. Ik weet niet of ik dit hele verhaal moet geloven, maar dat hij drugs heeft gebruikt is zeker. Zijn hersenen waren sterk aangetast en daardoor kon hij nu niet meer in de maatschappij functioneren. Ondanks dat hij al zo lang in Langata woonden, kon hij zich niet aanpassen. Hij viel leerkrachten aan, stal eten uit de tuin van het project. Het was een echt leidertje en kon alle jongens met zich meekrijgen. Gesprekken met hem houden hielp niet, want hij wilde niet luisteren en wilde altijd het woord. Uiteindelijk is hij van het project weggelopen. Voor de andere jongens van het project is dit de beste oplossing, maar ik vind het verschrikkelijk als ik denk waar hij nu rondhangt. Waar woont hij? Gebruikt hij weer drugs? Zit hij bij een bende? Hoe komt hij nu aan eten?

 

Sommige jongens hebben nog een moeder, deze komt hen dan wel eens opzoeken. Twee broertjes kregen eens per maand bezoek van hun moeder. Dit is erg vaak, vergeleken met de andere jongens. Als kinderen in Nederland hun moeder een tijd niet zien, vliegen ze vaak hun moeder in de armen. Ook één van deze jochies nam aanstalten om naar zijn moeder te rennen en in haar armen te vliegen. Twee meter voordat hij zijn moeder had bereikt, hield hij zijn pas in en liep rustig naar haar toe. In plaats van haar en kus of knuffel te geven, gaf hij haar een hand. Wow ik was geschokt. Hij legde mij later uit dat hij wel heel graag een knuffel wilde, maar hij dit nog nooit van zijn moeder heeft gekregen.

 

Er was ook een jongen die pas kort op het project woonden en zijn moeder had hem beloofd om langs te komen. In die maanden dat ik er ben geweest is zijn moeder  niet geweest. Toen hij er nog maar een week of 2 was, had zijn moeder hem beloofd de zondag te komen. Ze was er niet en de jongen was erg verdrietig en moest huilen. Hij is 14 jaar en heeft het  moeilijk thuis, maar mist zijn moeder heel erg. Hij kon haar even bellen met het mobiel van een vrijwilliger en zijn moeder beloofde hem om de volgende week te komen. Ook deze week was ze er niet. Op een gegeven moment zie je dat hij er zich bij neer legt, maar dit zou niet zo moeten zijn.

 

Er wonen meer dan 90 jongens op het project en de staff bestaat maar uit ± 10 mensen. Dit betekent dat de kinderen ook moeten werken. Het eten wordt voor ze gekookt. Maar ze moeten wel helpen voorbereiden. Dat houdt in dat ze mais moeten sorteren. De kinderen gaan allemaal bij elkaar zitten en sorteren daar de mais en de bonen voor het middageten voor de volgende dag. Rotte mais en bonen worden weggegooid. Hier zijn ze nog wel even mee bezig, als je bedenkt dat alle kinderen gevoed moeten worden. Ook wordt de sukuma wiki gesneden door de jongens zelf. Nu ben ik gewend om groentes te snijden als dochter van de groenteboer. Wij hebben daar van die prachtige machines voor, maar die hebben ze daar uiteraard niet. Alles gebeurt met de hand, door de jochies zelf. Daar staan in de keuken met een groot mes in de handen om grote hoeveel heden groentes weg te snijden. Ik heb het geprobeerd, maar het is echt heel zwaar werk, omdat het mes vaak niet scherp genoeg is.

De boel schoon houden doen ze ook zelf. Elke ochtend wordt alles grondig schoongemaakt. Alles wordt eerst aangeveegd met een bezem (wel zonder stok te verstaan) en daarna wordt alles geboend met water (af en toe wordt er zeep gebruikt). Daarna moet alles droog worden gedweild. Dit gebeurt met dweilen gemaakt van stukken dekens of oude kapotte t-shirts. Kleine jochies die op de knieen kruipen om alles netjes droog te maken, iets dat je hier niet zult zien. Daar is het dagelijks werk.

De jongens moeten ook hun eigen kleding wassen. Jong of oud het maakt niet uit. Het geluk is dat wij ze hielpen. Voordat de vrijwilligers er waren, deden ze het helemaal alleen en werd de kleding ook niet gecontroleerd. Vaak was het niet schoon en stonk het nog net zo hard na het wassen.

Het wassen gebeurt daar in een hele grote wasbak, waar vaak het water in blijft staan door verstoppingen. Waardoor de jongens vaak hun kleren wassen in vies water. Ze krijgen allemaal een stuk zeep en moeten zich daar mee redden. Boenen, boenen, boenen en dan nog blijft de kleding vies. Kleren werden namelijk maar 1 keer in de week gewassen. Soms was het wassen ook nog voor niks. Dan hingen ze het buiten te drogen, maar er waren geen wasknijpers, waardoor het van de waslijn waaide. Daar lagen pasgewassen kleding weer in het rode zand. De jongens zochten naar nieuwe mogelijkheden en hingen de kleding hoog in de boom, of ze legden het alvast op de grond, dan wel op een schoon stuk. Zo kon het ook niet van de waslijn waaien.

Sokken werden niet opgehangen. Deze werden om het hoofd gebonden, omdat deze anders werden gestolen. De meeste jongens hebben een paar sokken, maar deze waren niet veilig aan de waslijn.

 

De jongens dragen elkaars kleding. De ene dag zag je de ene jongen met dat rode t-shirt en een dag laten had een andere jongen het aan. Zo ging dat ook met schoenen. Ze kijken daarbij niet naar maten en kleuren, maar trekken alles aan wat ze kunnen vinden. Schoenen staan allemaal bij elkaar, waardoor het makkelijk mee te nemen is. Hierdoor gebeurde het vaak dat ook schoenen werden gestolen van elkaar.

 

Vrijwilligers zijn op dit project hard nodig. Niet alleen om de dagelijkse dingen, maar vooral om ze een gevoel van genegenheid te bieden. Ze hebben iemand nodig die om hen geeft.

Daarom ga ik in mei terug. Omdat ik mijn missie nog niet heb voltooid en er nog veel werk voor mij te doen is. Er is veel gebrek aan kleding, schoeisel en voedsel.  Voor 10 euro kan ik een kind compleet kleden met nieuwe kleding en schoeisel, in Nairobi aangeschaft.

 

In mei ben ik van plan voor 4 maand naar het straatjongensproject terug te keren. Om daar met het geld verkregen door donaties, giften en acties, de kinderen te voorzien van kleding en basisbehoeften, zoals zeep voor het wassen van de kleding. Indien het bedrag het toelaat wil ik een wasmachine aanschaffen, om het werk van de jongetjes te verlichten. Dit alles wil ik in Kenia aanschaffen, zodat ik daar ook een steentje bijdraag aan de werkgelegenheid.

Voor meer informatie klikt u op Inzamelingsactie.

Van de redactie: Loes heeft niet aan ons gevraagt om geld in te zamelen( want ze houd helemaal niet van bedelen), maar deze actie is op aanraden van Dalfsennet op touw gezet. Want ook met het stemmen op de hersenbokaal van Dick Buitenhuis, was mede door de invloed van Dalfsennet ook een groot succes.

Het rekeningnummer waar u wat op kan storten is het volgende

12 78 37 272 T.N.V. Loes Antonissen.

Dat hoeft echt niet met duizenden euro’s tegelijk, ook kleine bedragen zijn van harte welkom. Daar kan ze al veel mee doen.

 

Dus u doet toch nu wel mee: en laat Loes niet in de steek!

Artikel delen: