Verschillende getuigen zagen de paramotor boven de rivier de Overijsselse Vecht nabij Dalfsen vliegen toen de motor ermee stopte. Hierdoor kwam de paramotor in het water terecht. De bestuurder en tevens eigenaar van het eenpersoons luchtvaartuig kwam hierbij om het leven. Zie ook eerder geplaatst bericht hierover.
De brandstoftank van de paramotor kan worden afgesloten met twee verschillende tankdoppen. De zogeheten ‘transportdop’ (wit van kleur) dient gebruikt te worden tijdens het vervoer van de paramotor om te voorkomen dat er brandstof kan lekken. De rode ‘vliegdop’, die is uitgerust met een slang, dient tijdens het vliegen te worden gebruikt. De slang maakt het mogelijk om lucht naar de tank toe aan te zuigen. Uit technisch onderzoek, dat is uitgevoerd door de Nationale Politie, Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, is gebleken dat de brandstoftank van de verongelukte paramotor was voorzien van de witte ‘transportdop’. Indien wordt gestart met de witte ‘transportdop’ op de brandstoftank ontstaat er tijdens de vlucht een onderdruk in de brandstoftank. Deze onderdruk zorgt ervoor dat de brandstoftoevoer naar de motor kan stoppen en de motor vervolgens afslaat. De waarschijnlijke oorzaak van het stoppen van de motor is het ontstaan van een onderdruk in de brandstoftank, waarna de motor is afgeslagen als gevolg van brandstoftekort.
Bron: Onderzoeksraad voor Veiligheid



