Wies of onwies

Geeft januari sneeuw en vorst, weet dat de boer veel granen dorst.

Vriezen in januari en regent in februari, een droge maart, weer regen in april, dat is wat de boer het liefste wil.

Lees verder »

Sallandse wiesheden 2

Wies of niet wies, wiesheden blieft der.
A’j niks te doen hebt, doe ’t dan niet hier.
Dunne plakkies snieden is het behoud van de worst.
Als in maart de muggen dansen, sterven de schapen.
Op goede vrijdag regen, brengt de boer geen zegen.

Lees verder »

De Vecht

Als een lang lint
glinsterend in de zon
De Vecht
Over het water de
de blauwe bogen brug
prachtig gezicht
over water en landerijen
in de verte het kasteel
in serene rust

Julia

COLUMN: SORRY

Een modewoord dat je de hele dag in de oren klinkt is :SORRY. Sorry werd eerder ook wel gebruikt, maar minder frequent en met de juiste betekenis: pardon, mijn verontschuldiging. Je bood a.h.w. je excuses aan voor de belabberde situatie, door jou tot stand gebracht.

Lees verder »

AFBLOAZEN

(6 januari, Driekoningen)

Stop nu met het monotone klagen,
berg de midwinterhoorn op in water
of op een droge plek tot de dagen
van Eerste Advent; schemer komt later
en later, het licht wint; eendgesnater
klinkt zo tussen bloemen en riet; vragen
richting hemel worden feit: dooiwater.
Stop nu met het monotone klagen,
de spanning af van lippen, dat dragen
van ons leed. Dé wijzen, veel kordater   
dan farizeeën, Schriftkenners, zagen,
zochten, vonden Licht voor nu en later.
Stop, zwijg, met het monotone klagen.

(© lenze l. bouwers)

Gedicht van de maand November

UITKIJKTOREN

Panorama Vechtdal. Blijf niet zo gehecht
aan de aarde; zoek het eens hoger, hoger,

trede voor trede en blijf af en toe staan
vol verwondering, links, rechts. De Vecht

stroomt wel door, bomen blijven groen,
glooiend het landschap. Durf te gaan

tot achttien meter en kijk ook naar de zon,
of de wolken, alleen blauw of grijs tot aan

een horizon rondom  in de rondte.

En
daal
 weer
  af,
maar met een ruimere blik in het bestaan:

de mens is niet alleen stof, zelfs bij een graf
weet je vogels hoog boven de toren,

en water stroomt van de bron
naar een eeuwige zee.

Kom, klim mee. Hoogtevrees?
Wees niet bang, Klim, levenslang.

©  lenze l. bouwers

Trechterbekercultuur

Trechterbekercultuur

 

Vierduizend jaar geleden gingen ze over het zandpad

dat straks in Oosterdalfsen weer de weg baant

 

voor mensen die van klei potten en pannen maken,

tarwebrood kopen, eten; geiten, schapen, runderen,

 

varkens ( in megastallen gefokt) opsmikkelen,

nu gemiddeld wel iets  langer dan 1.65 zijn,

 

twee keer zo’n  lange levensverwachting hebben,

maar toch ook begraven, gecremeerd worden

 

in de tijd, die vier eeuwen verleden ten spijt.

 

Het is herfst, het seizoen dat de beker toekomst  

eerder half leeg is dan half vol.

 

Ik zoek kastanjes als vruchten van eeuwigheid

op deze zondag bij de huisartsenpraktijk,

 

en bezoek in gedachten het graf van mijn vader,

een bloembollenteler, bol geplant  in de aarde.

 

© lenze l. bouwers

Gedicht september door: lenze l. bouwers

1 september

 

Makkers, wij staan hier

om jullie niet dood te zwijgen.

 

Wij gaan met jullie mee met

die duizenden, geroepenen,

 

voor Koningin en vaderland,

de oceaan over om de opstand

 

te temmen. We staan , beschroomd,

met angst in de schoenen;

 

we horen weer die nachtelijke

kreten – vogels, Soekarno-volgers? –

 

we horen weer die schoten,

veraf, dichterbij, met heimwee

 

in ons hart. Het zijn dezelfde

sterren van toen en nu, dezelfde

 

zon die over jullie graven opkomt,

makkers, maar we  schamen

 

ons diep, hier bij jullie namen,

want jullie waren en zijn

 

geen helden, zoals jullie daden

in de tijd verzwegen zijn,

 

maar wij staan hier om jullie

niet dood te zwijgen, met dit boeket

 

als ereteken, makkers, wij denken

vaak aan jullie, zelfs in dromen,

 

rechtop in bed, wij komen

hier terug, met eerbied en

 

stilte.

 

 

 

(te lezen – ? – bij het Indië-monument en daarna,

voor Gerrit Jan Stokvis)

 

lenze l. bouwers

Gedicht van de maand van Lenze

Gedicht augustus

 

Zal het gaan over die drie paarden

die zo intens rustig stonden te staren

naar een onzichtbare toekomst?

 

Zal het gaan over die nog rode bramen

die ik zag staan, over de pruimen

– niet die plastic dingen uit Zuid-Europa –

 

maar die zo mooi rijp zijn dat de pit

eruit valt als je de prachtig paarse

vrucht weegt, proeft, puur genieten.

 

Zal het gaan over de donder en bliksem

die opeens toeslaat? Het geweld

na die klamme, benauwde hitte?

 

Ik weet het niet. Ik weet dat het

augustus is en dat de woorden

zwijgen, maar de natuur spreekt.

 

©  lenze l. bouwers