MATARAM – Het voormalige jachthuis en het later vast aangebouwd huis zijn opgetrokken van rode machinale baksteen en hebben rondom een trasraam, afgesloten door een rollaag. Het oudere gedeelte is iets lager en heeft een inspringende hoek met geschoorde houten palen, dit is tevens de entree. Boven de schuifvensters met luiken zijn muurankers aangebracht en daarboven sluit een goot op klossen de gevel af. Het afgeknotte schilddak is gedekt met blauwe Oudhollandse pannen en heeft twee opgemetselde dakkapellen met een zadeldak, windveren en een houten beschot. Het later aangebouwde deel heeft eveneens schuifvensters met luiken. De entree met een dubbele deur en een achtruits bovenlicht, bevindt zich in de voorgevel onder een op ijzeren kolommen gedragen balkon. Naast de entree en achter het balkon zijn ook dubbele deuren met bovenlichten geplaatst. De zolderverdieping is voorzien van een achttienruits raam. Het afgewolfde dak heeft aan beide zijden een goot op klossen met aan de voorgevel windveren en een kleine kroonlijst. Het dak is gedekt met Oudhollandse pannen. Naast de villa ligt de voormalige ommuurde tuin, waarvan alleen aan de voorzijde nog de muren staan. Van het vroegere huis De Franckelear dat binnen een omgracht terrein lag is enkel een ruïne over. De brede oprijlaan en het hek achter de brug over de gracht herinneren nog aan het oude landhuis. ( zie Dalfsennet 11-10 2015) De twee hekpijlers met daartussen het smeedijzeren hek, zijn van rode baksteen gemetseld en staan op een plint. Ze worden afgesloten door zandstenen kapitelen met een bolbekroning. De zijkanten worden afgesloten door middel van radiaal gebogen smeedijzeren hekken.
Het landhuis, gebouwd in een sobere, op de landelijke bouwkunst geënte stijl met als zodanig architectuur-historische waarde. De bij het landgoed gehorende gebouwen en hekpijlers zijn over het algemeen redelijk intact. Daar ze een onderdeel zijn van het landgoed zijn ze van historisch belang.
wvdV





