DALFSEN – De Leussener Compagnie ontstaan in 1631, opgericht door magistraten uit Zwolle, Zwollerkerspel en Hasselt die de grootste grondbezitters waren in het gebied van Leussen vallend onder het schoutambt Dalfsen. Het doel was het gebied te ontginnen en er vooral veel turf weg te halen, dat in het hoogveengebied van het “Ruitenveen” in de Marke Rute al vanaf 1400 werd gewonnen.De woeste gronden vanaf het Ruitenveen tot aan de Reest bij de Drentse grens bestond vrijwel geheel uit hoogveenmoeras. In het midden van de 17e eeuw vestigde Sweer van Haersholte, drost van Salland zich in het gebied en liet op een hogere zandrug in het “Ommer Moer” (Ommer moeras) de havezate Oosterveen bouwen, welke in het midden van de 19e eeuw weer is afgebroken. Ook werd in die periode de eerste school met woning voor het schoolhoofd en in 1672 de eerste kerk gebouwd. Zo ontstond er een klein dorp met de naam Oosterveen, wat later Nieuwleusen werd genoemd. Het bestaande Leusen kreeg de naam Olt Leusen (Oudleusen).
Aan de noordkant van het te ontginnen gebied liep de Beentjesgraven, een klein afwateringskanaal richting Hasselt, die al gebruikt werd voor de afvoer van turf uit dit gebied. Doordat het grotendeels was dichtgeslibd kon dit alleen nog met kleine bootjes. Aan de zuidkant werd water en turf afgevoerd via de Ruitenwetering, ook genoemd de Hermelijn of Tolgracht en de gegraven Grote Hermel. Hier daalde het afgegraven hoogveen mede als gevolg van het inklinken van de grond en verdween de afwatering naar De Rute. De eerste pioniers in het Oosterveen vestigden zich al vanaf 1635 in de eens zo’n grote wildernis. De Marke had het ontginningsgebied vrijgemaakt van belasting, waardoor de boeren hier meer de ruimte kregen en de eerste groene weiden ontstonden. De reeds gegraven greppels konden onvoldoende water afvoeren.
Pas nadat rond 1809 Willem baron van Dedem definitief is begonnen met het graven van de Dedemsvaart kwam er schot in de ontginning. Er werden meer vaarten, wijken, sloten en greppels gegraven dwars op de Dedemsvaart om niet alleen water, maar vooral turf uit het gebied af te kunnen voeren. Turfstekers trokken zo het gebied in, woonden vaak in zelfgemaakte plaggenhutten met hout uit de natuur, terwijl de bodem werd afgedekt met stro. Complete gezinnen uit andere delen van het land en vooral Duitse (gast)arbeiders die hier een schamel inkomen probeerden binnen te halen. Sommige gezinnen bleven het hele jaar in het veld, aan brandhout om de hut warm te houden was geen gebrek. Het was echt ploeteren om door dit moeras en de modder te komen voordat de eerste sloten en vaarten gegraven waren. Als eerste moest de bovenlaag met de heide en struiken worden verwijderd om bij de turf te kunnen komen.
Turf werd gestoken in de periode van april tot in de zomer omdat in het najaar en in de winter de turf niet opgeslagen kon worden vanwege het water en veel “waterwegen” onbegaanbaar waren door de vele regen en door ijsvorming. Erg lang heeft deze situatie niet geduurd, door het graven van bredere en diepere vaarten en de Dedemsvaart werd het water versneld afgevoerd en de bodem klonk snel in. Nadat de turf was verwijderd werd het land vlak gemaakt en ontstonden er in de loop der jaren prachtige velden. Hierna werden ook de eerste zandwegen aangelegd, nu nog herkenbaar aan het oude patroon van rechte verkavelingswegen welke uitkomen op het Oosterveen en het Westerveen en op de later aangelegde Oost- en Westeinde (Ruitenveen) en de Ommerdiek welke doorloopt als de Kringsloot richting de Hessenweg (Oudleusen). Het kanaal de Dedemsvaart heeft een enorme bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het gebied. Aan die Dedemsvaart ontstonden diverse dorpen, zoals Balkbrug en Den Hulst welke laatste sterk is uitgegroeid als “eigen dorp” met heel veel bedrijvigheid. Veel schepen voerden door dit kanaal van Coevorden naar Hasselt, maar na anderhalve eeuw werd het water verdrongen door transport over de weg. Ook de naast de Dedemsvaart in 1885 aangelegde stoomtram-spoorlijn heeft al vroeg het loodje gelegd. Langs de Dedemsvaart liep oorspronkelijk een zandweg (jaagpad) die in 1854 vanaf de Lichtmis als grindweg is verhard op een breedte van 2,75 meter, dus passeren ging met grote moeite.
De Dedemsvaart is rond 1969 grotendeels gedempt met zand uit de hiervoor gegraven: “Oude Hulsterplas”. Op het traject werd de huidige N377 aangelegd waar nu weer zoveel problemen mee zijn in verband met de veiligheid en doorstroming dwars door de dorpen.
Nieuwleusen al vanaf rond 1700 samenvallend met Avereest, met een gemeentehuis/ambstwoning gebouwd in 1878, genaamd”Het Olde Ambt” werd in 1818 een zelfstandige gemeente die in 1899 een eigen gemeentewapen kreeg. De eerste burgemeester was Mr. Reinier Saris van der Gronden, opgevolgd door Otto Zwier Sandick, maar moest nog steeds alles delen met de nieuwe gemeente Avereest. Die kreeg pas in 1849 een eigen burgemeester in de persoon van Conraad Willem Baron van Dedem.
De beide dorpen Nieuwleusen en Den Hulst werden met elkaar verbonden door de Ommerdiek (de huidige Burg. J. P. Backxslaan), die vormde een verbinding die ook weer een verwijdering betekende voor de inwoners van de beide dorpen. Beiden voelden zich niet tot elkaar verbonden. Het gemeentehuis van Nieuwleusen dateert van 1931. Door de gemeentelijke herindeling waarbij Nieuwleusen vanaf 2001 onder de gemeente Dalfsen ging vallen kwam het pas 10 jaar later tot een gemeenschap die echt met elkaar op gaat trekken. Nu 2016, is het plan Middengebied gepresenteerd, waarin alle dorpsactiviteiten in de toekomst gerealiseerd gaan worden wat de beide dorpen tot één gemeenschap maakt. De woningbouw speelt daar al behoorlijk op in en het is vrijwel aan elkaar gegroeid.
Aan de Dedemsvaart in het voormalige Den Hulst ontstond veel industrie aan het kanaal, waaronder een rijwielhandel die later is uitgegroeid tot de rijwielfabriek Union van de gebroeders Van den Berg. Doch hier kwam in 2001 een einde aan vanwege een faillissement, bij een doorstart heeft het ook niet overleefd. Inmiddels zijn er vier grote bedrijventerreinen ontstaan in Nieuwleusen, o.a. De Mele, De Evenboer, De Rollecate en De grift met sterke en grote bedrijven. Doch de dorpen bleven te lang gescheiden leven van elkaar, ieder met een eigen winkelgebied en een marktplein, ook dat is nu opgelost. Nieuwleusen is een bruisende hechte gemeenschap geworden waarvan het hart in het Middengebied ligt. Nieuwleusen wordt een parel in het mooie Vechtdal.
Aanvullend laatste bericht; Unieke tekening van Havezate Oosterveen ontdekt door René Fokkert in de bibliotheek van de stad Rotterdam van tekenaar Jacobus Stellingwerf die het omstreeks 1725 tekende. Alleen het onderschrift op de foto klopte niet, daar stond dat het” Oosterveen bij de Ommerschans” was. Echter niet zo vreemd omdat in die tijd alles bestond uit woeste grond en Ommerschans hemelsbreed niet eens zo ver van de plek was. Zoals al omschreven is het woongebied in de omgeving van de havezate later uitgebreid waardoor het dorp Nieuwleusen is ontstaan. In het kwartaalblad in maart van de Historische Vereniging N’jleusen staat meer informatie over de ontdekking.
WvdV , info en Foto’s Palthehof Nieuwleusen











