OUDLEUSEN – Jarenlang werd vanuit Oudleusen tevergeefs aangedrongen op het uitbaggeren van de ‘Olde Vechte’, om te voorkomen dat deze oude Vechtarm uiteindelijk helemaal zou dichtslibben. Het gedeelte ten zuidoosten van de tweede – en laatst gelegde – dam was in zestig jaar tijd door een natuurlijk proces al nagenoeg omgevormd tot een moeras vol bosschage, bestaande uit wilgen.
Naast dit gedeelte waren nog sporen te zien van het oude wagenpad dat hier ooit langs de oever van de rivier liep. Hoewel het niet meer doorverteld kon worden was dit de plaats waar vóór de bochtafsnijding rond 1900 schippers aanmeerden om hun vracht voor Oudleusen te lossen. Oude kaarten, zoals die uit de Historische Atlas, laten hier geen misverstand over bestaan. De Vecht was hier ooit bereikbaar via de Wolfsteeg, die door de wester es liep en aansloot op de Pierikssteeg. Zo daalde dit karrenspoor af naar de Vecht, om daar een eindje verder de es weer op te gaan bij de Hof van Leusen. Over de es slingerde daar een (verbindings)weg tussen Oosterdalfsen, Oudleusen en Varsen.
Nu het besef doordrong dat het hier niet enkel om natuurwaarden ging doch tevens om een cultuurhistorisch aspect, gloorde er licht voor de Olde Vechte. In het kader van de werkzaamheden voor natuurontwikkeling aan de Stokte en de Oude Oever, afgelopen zomer, werd de rivierarm deels uitgebaggerd en het oude wagenpad hersteld. Voor wagens is het nu niet bedoeld en ook niet geschikt, maar als wandelpad is het een mooie aanvulling op de landschaps- en natuurbeleving op dit aangename traject. Wie dat wil kan hier weer onderlangs de Vecht gaan, zoals de bewoners van het Vechtdal dit eeuwenlang deden. Boeren gingen ook hierlangs naar de markegronden langs de Vecht en ongetwijfeld was er onderlangs tevens genoeg ander verkeer op dit lage pad tussen de Wester- en de Oosterhof. Misschien wel heimelijk verkeer, net zoals dat – volgens overlevering – in de donkere oorlogstijd plaatsvond langs de Vecht. Oorlogshandelingen zijn trouwens niet van vandaag of gisteren, ooit – in 1227 – voeren over de Vecht al vaartuigen met materieel voor het bisschoppelijke leger dat in Ane ten strijde trok tegen Rudolf van Coevorden. Wapentuig dat Leusen hier op een steenworp afstand passeerde. Hier rondde het bisschoppelijk convooi de bocht, al lag die kromming toen nog een eindje zuidelijker. Gerekend vanaf het ontstaan van het Vechtdal tegen het einde van de voorlaatste ijstijd (130.000 jaar geleden) heeft het Vechtwater zich hier stukje bij beetje in noordelijke richting verplaatst. Gemiddeld misschien een paar millimeter of centimeter per jaar. Hoe scherper echter de bocht werd hoe sneller die afkalving in de buitenbocht zich voltrok. De kadastrale kaart 1832 vergelijkend met de kaart uit de Historische Atlas van 1903 komt dat misschien neer op een meter per jaar. De Vecht drong steeds verder door in de Leusener es. Daardoor ontstond uiteindelijk een soort steile oever, een afgrond dus, en daar past een naam bij. In 1872 werden blijkens een akte enkele percelen uit de boedel van Jannes Kolkman aangeduid met ‘de Grebbe’. Later waren die percelen in eigendom van Hendrik (Hogenkamp) ‘van de Ruul’.
Die naam ‘de Grebbe’ in relatie tot de Olde Vechte is eigenlijk onbekend, net als de naam Leusener Hank. Mannes van Leussen heeft het in zijn geschriften wel over de Leusener Hank, maar noemt daar niet de Vechtarm bij. Toch lijkt die toeschrijving aannemelijk. Een hank, ook wel enk, is een bocht. De Hank in Vilsteren is de bocht van de Vecht waar ooit de schepen aanmeerden. De naam van de buurtschap Ankum komt van de bocht die de Vecht hier ooit maakte. De Vecht kronkelde overal dat het een lieve lust was, maar niet om de schippers te plezieren. Schippers die vanaf Ommen of de Regge kwamen en niet op doorvaart waren naar Dalfsen, peinsden er niet over om aan te meren bij de Hof van Leusen. Zij moesten dan de grote lus richting Hessum nemen en dat deed je niet voor de lol. Zij zochten waarschijnlijk de wal op ter hoogte van de Oosterhof, nabij de Poel. Later, na de bochtafsnijding legden de schippers hun schip beneden de stuw, waar mettertijd de Vechtstroom werd gebouwd.
Wim van Lenthe,
Historische Werkgroep Oudleusen

