REGIO – De stichter van het Weerdhuis de heer G.J. de Vidal de St. Germain zal grote vergezichten in zijn leven hebben gezien. De opening van het kanaalvak Zwolle- Almelo zullen droombeelden bij hem hebben opgeroepen een etablissement te vestigen waar vermoeide schippers c.q. handelslui kunnen overnachten en de nodige levenstocht kunnen inslaan alvorens hun reis voort te zetten.
Een enclave stichten waar landbouwers met hart en ziel in de door hem gebouwde boerderijen zich een toekomst zouden kunnen verwezenlijken. Voor het ontginnen van dit gewest waren goede wegen nodig voor het verplaatsen van mensen en goederen. Derhalve vinden wij in zijn memoires het volgende.
En het geschiede op den veertienden dag van de negende maand van het jaar 1909 dat de harten van allen die bewoners zijn van het zuid-oostelijk gedeelte van de gemeente Dalfsen, zich verheugen met groote blijdschap. Want ziet, het was de dag waarop de totstandkoming van harde wegen in die omstreken zoude worden gevierd, eene gebeurtenis reeds zoo lang gewenscht, doch waarop steeds zo weinig uitzicht had bestaan. En opdat deze feestviering aan de vergetelheid zoude worden ontrukt, is tot eene opwekking van het nageslacht dit getrouw verhaal samen gesteld.
In 1905 werden inwoners van dit zuid-oostelijk gebied van de gemeente Dalfsen geïnformeerd omtrent pogingen tot weg verharding in die omgeving te realiseren. Ook in aangrenzende gemeenten Heino, Raalte en Ambt Ommen waren daaromtrent besprekingen gaande. Hoe summier deze plannen ook van omvang waren, alleen met eigen middelen zou deze ontsluiting van deze agglomeratie niet tot stand worden gebracht.
Even als in onze dagen werd ook toen de hulp van provincie en het rijk ingeroepen. Navolgend citaat: In deze Comissie namen zitting de Heeren A.Z. Graaf van Rechteren Limpurg, H.J. Dijsselhof, en G.H.Wubbels voor de gemeente Dalfsen, G. Rakhorst Jr. voor de gemeente Heino, H.Westenenk voor de gemeente Raalte, H. Kampf voor gemeente Ambt Ommen, terwijl de Heer G.J.de Vidal de St. Germain als secretaris- penning meester optrad. Alras werd er bij de belanghebbenden tot de instandkoming van wegenverharding met lijsten rondgegaan tot het verzamelen van vrijwillige toezeggingen als bijdrage in de onkosten waaruit de besturen van gemeenten, provincie en rijk zouden kunnen bespeuren hoezeer naar ene verharding werd verlangd. Zodra nu de Commissie van voorbereiding de overtuiging verkreeg dat belangstellenden tot het plengen van offers genegen waren, stelde zij zich per brief v an 2 Juni 1906 in verbinding met gemeentebesturen, en hoofd-ingenieur van den provincialen waterstaat in Overijssel. Van al die zijden medewerking ondervindende gelukte het eindelijk de noodige subsidiën te erlangen en de gewenschte verharding zoude worden uitgevoerd.
Huisman

