Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim

Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht…

DALFSEN  – De opvallendste en aantrekkelijkste landschapselementen in de gemeente Dalfsen zijn ongetwijfeld de dode Vechtarmen, die te vinden zijn aan de Stokte in Welsum, Oudleusen, in de Marshoek en een derde net buiten de gemeentegrens bij het fietspad over de stuw Oudleusen richting Vilsteren.

Vóór 1900 maakten een reeks rivierarmen deel uit van de toen kronkelende Vecht. Sinds 1900 heeft men de rivier over de gehele lengte, vanaf de Duitse grens tot aan het Zwarte Water sterk gekanaliseerd. Door die drastische menselijke ingreep werden de genoemde lussen van de stroombedding afgesloten en werden andere Vechtarmen vol gebracht met grond die uit de nieuwe gegraven delen vrijkwam.

Waarom wringt een rivier zich zo grillig door bochten? Door de wisselende waterstand en de daarmee samenhangende stroomsnelheid worden op diverse plaatsen in de rivierbedding grint-zandbanken afgezet waar het water steeds omheen moet, zodat de bedding niet recht loopt maar hele flauwe bochten vertoont. Door de stroming stuit het water steeds tegen de oever van de buitenbocht en spoelt die steeds meer uit naar buiten en in de diepte. Het zand wordt vervolgens in de volgende binnenbocht weer afgezet. Dit proces gaat net zo lang door tot de lus doorbreekt en dan ontstaan de dode armen, dit verschijnsel wordt meanderen genoemd. Eeuwenlang heeft dit beeld het Vechtdal beheerst totdat in de middeleeuwen bedijking plaatsvond, zodat de Vecht toen al een deel van haar vrije loop moest prijsgeven.

Omstreeks 1900 vond de kanalisatie plaats met als gevolg het ontstaan van de al eerder genoemde dode Vechtarmen, die nog in het veld herkenbaar zijn. Maar als je het terrein goed bekijkt  blijkt dat ook oudere natuurlijke, dode armen waarneembaar zijn. Soms zijn ze gemakkelijk te herkennen aan open water, maar meestal is het wat moeilijker.

Voorbeelden hiervan zijn natte langgerekte vochtige banen na veel regen op bouw- en weilanden, kleurbanen van de grond van pas geploegde akkers, steeds op dezelfde plaats diepe modderkuilen in zandwegen, een strook elzenstruiken in een eikenhakhoutbos, bochtige vormen van laaggelegen weilanden, die ooit een stuk Vecht weergaven. Ook gesprekken met boeren over drassige plekken in weilanden waar steeds de landbouwmachines wegzakken, leveren informatie op en niet te vergeten de  prehistorische vondsten op hoge koppen naast een laag gelegen terrein dat open water geweest moet zijn voor de vroegere bewoners. Daarnaast zijn luchtfoto’s en oude kaarten dankbare hulpmiddelen. Ook  de veldnaam “Maone”, gebruikt voor de dichtgegroeide rivierarm tot een laag drassig weiland, zoals in Oudleusen, Millingen, Hoonhorst en Ankum geven een indicatie. Al deze aanwijzingen bij elkaar geven een samenvattend beeld waar de Vecht ooit heeft gestroomd.

Deze zichtbare kronkels zijn niet de enigste kronkels van de Vecht. Ook in de diepte, onzichtbaar, bevinden zich kronkels. Tot op een diepte van 30 tot 35 meter bevinden zich wel 10 lagen Vechtarmen boven elkaar, in een lange periode ontstaan.

Na de laatste ijstijd is het hele brede Vechtdal, van Lemelerveld tot Havelte langzaam opgehoogd met afzettingen, met in het midden de Vecht, soms een klein stroompje, dan weer een onstuimige rivier, die zichzelf weer beperkingen oplegt door in dat brede dal weer een smaller dal te vormen door middel van rivierduinen, eigenlijk natuurlijke duinen.

Dit komt doordat de rivier bij elke bocht met hoog water als het ware met haar schouders, zand van de bodem op de oevers werpt, dan links, dan rechts. Bij laag water blaast de wind dat zand tot rivierduinen op, die overal in de gemeente waar te nemen zijn als stuifduinen of als hoge akkers, essen langs de Vecht.

Het regenwater dat in het brede Vechtdal viel net achter de rivierduingordel, kreeg geen kans om in de Vecht te stromen, zodat het een eigen afvoer zocht in de Sallandse weteringen aan de zuidkant (Marswetering) en de Grote Hermelen en de Reest aan de noordkant, richting het Zwarte Water.

Terug  naar de Vechtarmen. Toch is er vroeger in 1631  al een dode Vechtarm ontstaan door menselijk toedoen. Het oude dorp Dalfsen, met name de achterkant van de N.H. kerk stond vervaarlijk dicht  bij zo’n steeds wijder wordende buitenbocht, nu is daar het Franse Pad. Ook het huidige politiebureau staat midden in de toenmalige rivier.

Dit gevaar, het wegspoelen van huizen, maar vooral van de kerk, heeft men vroegtijdig onderkend. Daarom belegde men in december 1631 een onderhoud  “te convoceeren om hyr op ’t hokomenden Frydach wesende den 15 dieset 10 uhr voirmiddach op ’t Wijnhuis te verschijnen”. Bijeen kwamen te Zwolle de drost van Salland, de drost van Twente, dijkgraaf Rengers, griffier Roelink, Heer van Almelo – Rechteren en de Schulte Joh. Richter (burgemeester van Dalfsen) om plannen te maken en toestemming te verkrijgen voor het verleggen van de Vecht door middel van dammen en kribben. Een paar jaar later is dit plan in uitvoer gebracht.

Het is moeilijk deze oude armen aan te wijzen op plaatsen waar gebouwd is en daar waar nogal drastisch is geëgaliseerd en verkaveld. Te zijnen tijd zullen door boringen en het in kaart brengen van de Vechtstreek door de Rijks Geologische Dienst een veelvoud van de nu bekende kronkels weergegeven kunnen worden op kaarten.

De Bergergracht of de Berger Aa is een apart verhaal. Deze oude rivierloop is uitvoerig beschreven in het huisorgaan van de IJsselakademie. De rivier de Vecht heeft vroeger vanaf Dalfsen richting Zwolle, een veel zuiderlijke loop gehad dan nu, namelijk langs Hoonhorst – Lenthe – tussen Wijthmen en Soeslo richting  Zwolle, waar het zich voortzette in het tegenwoordige Zwarte water. Deze stroomverlegging van de Hoonhorst naar de huidige loop door Ankum heeft zich voltrokken tussen de periode 200 tot 1276 na Chr.

Blijkens archeologische vondsten  op de hoge rug te Millingen – Den Berg – Hoonhorst en Lenthe moet daar een stromende rivier geweest zijn. Uit het jaar 1276 is de Twentseweg al bekend, één van de oudste wegen in Overijssel. Indien de oude Vecht daar toen nog stroomde, moest men twee keer de rivier oversteken en dat is erg onwaarschijnlijk.

Wat de reden tot deze verlegging is geweest is niet geheel duidelijk. Mogelijk is de IJssel daarvan de oorzaak. Deze was vóór de genoemde periode een veel kleinere rivier, ongeveer gelijk aan de Vecht, met zandoevers en kwam uit de Achterhoek. Tussen 250 en 600 na Chr. is als gevolg van een verbinding met de Rijn en/of een grotere toevloed van water, een bredere rivier ontstaan.

Door afzetting van flinke kleipakketten werd de stroombedding van de Vecht afgedamd en hierdoor is de noordelijke richting verlegd. Dit is de plaats waar de Vecht  nu stroomt en deze afdamming zorgde ervoor dat de Berger Aa een dode arm werd.

Met toestemming HKD Dalfsen uit Rondom Dalfsen nr 7  juni 1990.tekst J.A.Veldhuis A. Goutbeek.

WvdV;

Artikel delen:
Foto's 6
Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim
Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim
Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim
Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim
Die grillige, oeroude Overijsselse Vecht… - Foto: Wim
Foto: Wim