Japanse duizendknoop

Japanse duizendknoop

DALFSEN – STERREBOS – Mensen van de groenvoorziening zijn weer bezig geweest om korte metten te maken met de Japanse duizendknoop. De plant komt oorspronkelijk uit Oost-Azië, maar doet het ook in streken elders op de wereld erg goed. Onder meer in  diverse natuurgebieden heeft de plant zich als een woekerende soort gevestigd, alwaar hij dus de biodiversiteit verstoort.

Pas na 1950 is de soort op grote schaal gaan verwilderen. De groeiplaatsen ontstaan door het storten van tuinafval met plantenresten. Uit kleine stukken wortelstok kunnen al gauw nieuwe planten ontstaan.

Het beste is maaien en afvoeren. Omstreeks de bloeiperiode in augustus, september en tot midden oktober of meermaals per jaar. Het maaisel mag niet vermengd worden met gewoon groenafval, omdat elk stukje wortel opnieuw kan uitlopen. Bij meermaals maaien is eenmaal per vier weken in eerste instantie erg effectief: de plant wordt dan gemaaid als er veel energie in nieuwe spruiten is gestopt, terwijl deze spruiten nog geen energie aan de wortels terug hebben kunnen leveren. Om de plant volledig kwijt te raken zal uiteindelijk elke 14 dagen moeten worden gemaaid.

Uitgraven is zeer arbeidsintensief en inefficiënt. De wortels kunnen tot 3 meter diep zitten en als er kleine stukjes van 1 cm niet worden meegenomen, komt de plant weer terug. De diepte van de wortels helpt de plant ook om onder tuinmuren door te groeien.

Uiteindelijk zijn hier nog zo niet van af.

Merel ziet ook dat de Japanse Duizendknoop een rotding is

Foto's 3
Japanse duizendknoop
Japanse duizendknoop
Artikel delen: