DALFSEN – HOONHORST – STERREBOS – De aardappelvakantie was tussen 1900 en 1940 dat gedeelte van het landbouwverlof dat viel in het najaar en dat op het platteland gebruikt werd om de kinderen aardappelen te laten rapen, hetzij op het land van hun vader, hetzij bij een landbouwer in de omgeving.
De opbrengst van de aardappelvakantie kon dus zowel in natura (aardappelen) zijn, als in geld (de beloning à zoveel cent per geraapte mand aardappelen).
Als de oude Pekkeriet was geweest om te rooien, moesten wij de machine nog volgen om de kleine aardappelen op te rapen, dat waren dan “de potters” (pootaardappelen) voor het volgend jaar. Het was een voordeel dat we een groot gezin hadden van 13 kinderen, dan ben je aanzienlijk eerder klaar. Waar toen de aardappelen stonden is nu een camping in het Sterrebos, geboorteplek van de Vosboerties.
Voor zo ver ik weet bestond toen de naam herfstvakantie nog niet, we noemden het altijd aardappelvakantie.(jappel vekaanzie) Velen zullen dat nog wel weten.
Toen de leerplicht algemeen werd ingevoerd, met de Leerplichtwet van 1900, bepaalde deze dat voor in totaal zes weken per jaar landbouwverlof kon worden aangevraagd. Dat mocht niet worden geweigerd aan ouders van kinderen van tien jaar en ouder die voor het overige trouw de school bezochten, dat wil zeggen dat ze in het halve jaar voor het verlof de school moesten hebben bezocht. Daar de leerplicht eindigde op dertienjarige leeftijd, ging het om kinderen van tien tot dertien jaar. De Arrondissementsschoolopziener kon een verzoek dus weigeren, waarna een ouder in beroep kon gaan bij de Districtsschoolopziener. Soms had elk kind een ‘verlofkaart’.
De foto’s zijn vanmorgen gemaakt aan de Bosrandweg. Ik heb niemand op de knieën gezien om aardappels of potters te rapen.
Alles gaat nu machinaal.
Hier nog foto’s van dit aardappelveld van toen het in het voorjaar alles knetterdroog en nat was en de aardappelen verzopen of verdroogden.








