DALFSEN – Een masterclass omtrent het Landschap, de Vecht en de geschiedenis van het Vechtdal en de dijkversterking. Gehouden donderdagavond in de Trefkoele plus te Dalfsen. Door Landschap Overijssel en het waterschap Drents Overijsselse Delta. Onderwerp was o.a. “Een veilige Vecht”. De dijken van de vecht beschermen ons tegen overstromingen. Om Dalfsen en Zwolle ook in de toekomst te beschermen, versterkt het waterschap de Vechtdijk waar dat nodig is.
Dick van Pijkeren van WOD, doet de aftrap voor de 70 deelnemers aan deze avond. Korte uitleg van deze bijeenkomst, Begint met historie en ontwikkeling in het gebied Zwolle/ Dalfsen en daarbuiten. Geruststelling is dat de dijken in dit gebied grotendeels op goede hoogte liggen. Hier en daar wel problemen met piping (zie dia). Linda Arts van L.O. neemt ons mee in de geschiedenis van het Vechtdal en met name de Vecht middels een ‘Vechtdal biologie’ in 3 tijdvensters, <10.000 <800 en <200 tot heden. De monding van de Vecht lag oorspronkelijk anders, bij Hasselt en Genemuiden. Nu mond het uit in het Zwartewater die pas veel later is gegraven.
Vooral in het oorspronkelijk stroomgebied onderstonden veel overstromingen, daardoor is aan de noordkant van de Vecht tot de Dedemsvaart een enorm groot gebied ontstaan met hoogveen. Bij de ingang ontstond een slenk tot Hasselt die een brede monding tot gevolg had. Echter de Vecht liep in nog oudere tijden veel verder richting de Zuiderzee. Aan de zuidkant ontstonden veel rivierduinen, alsmede in de binnenbochten van de slingerende Vecht, die het zand van de buitenbochten afschuurde. De grote overstromingen die het hele gebeid veel ellende bezorgde in 1825, maakte duidelijk dat dijken een noodzaak zijn. Hoewel de eerste kleine dijken al voorkwamen in de 13e en 14e eeuw. (Zie bij Dalfsen een deel aan de Heinoseweg.)
Aan de noordkant ontstonden overal kleine esdorpen, eerst nog zonder dijken, maar wel op een kleine verhoging in het landschap, verder na het turfsteken heel veel landbouwgrond en bij huiskavels kleine raatakkers,of graslanden.
Aan de zuidkant van de Vecht enorme heidevelden waar schaapskudden werden gehouden, met het gevolg ook schade aan de vegetatie en veel stuifzand. Stuifwallen van Hardenberg tot voorbij de Agnietenberg, vooral richting de Vecht. Ook ontstonden met name aan de zuidkant veel landgoederen. Dit gebied is groots ontgonnen vanaf 1850 en als productiebossen beplant met dennen voor gebruik als mijnhout voor de Limburgse mijnen. Daarna komt de ruilverkaveling op gang, gevolg brede sloten, grotere kavels en het landschap wordt strakker, de historische structuur verdwijnt..
Maar verteld Samantha Hoogewerf als projectleider Veilige Vecht, “De Vecht is en blijft de mooiste rivier”. Dijken blijven liggen waar ze nu liggen. (Voor het traject Ruimte voor de Vecht wordt in een later traject gezocht naar oplossingen binnen de dijken, zoals oude meanders mogelijk herstellen, mogelijk een extra bypass waar dat mogelijk is). De dijkversterking vindt vrijwel overal aan de rivierzijde plaats, met klei. Een hoogwaterprobleem wordt vaak veroorzaakt door opstuwing van het water vanaf het IJsselmeer in combinatie met hoog water, door veel regenval stroom opwaarts.
1998 was de hoogste waterstand van de laatste jaren. (bij de brug in Dalfsen is aangegeven hoe hoog het water toen stond, vrijwel gelijk onderzijde brug met groot risico bij veel drijfijs).
Een zeer leerzame informatieavond die in het voorjaar vervolgd wordt met het presenteren van uitgewerkte plannen.
WvdV












