DALFSEN – Hoe is Dalfsen betrokken bij het slavernijverleden? Deze vraag werd deze donderdagavond gesteld in de Grote Kerk. Historicus Martin van der Linde en Shirley Kambel, voorzitter van comité 30 juni/1 juli Overijssel, geven een lezing over het slavernijverleden in Overijssel met een speciale focus op Dalfsen.
“Wie legt de band tussen Dalfsen en het slavernijverleden?,” begint Van der Linde. Hij is historicus voor de Overijsselse Academie, waar hij onderzoek heeft gedaan naar het slavernijverleden in Overijssel. Hij heeft met een team een boek geschreven waar hij een systematisch onderzoek heeft gedaan van Overijsselse archieven om in beeld te brengen dat ook in Overijssel slavernij een deel uitmaakt van de geschiedenis.
“In het archief van Zwolle deed ik een vondst van twee adellijke families, De Vos en Van Dedem. Die twee families waren eigenaars van twee plantages in Suriname. Ik had nooit als historicus de link gelegd dat Overijssel daarmee te maken had. Het beeld is dat vooral Amsterdam en het westen van het land daarmee te maken heeft. Dat mijn geboorteplaats Vollenhove een directe link had met het slavernijverleden was voor mij de aanleiding om onderzoek te doen naar de geschiedenis van het slavernijverleden in Overijssel,” vertelt Van der Linde.
Kambel vertelt in het tweede deel van de lezing over de geschiedenis van haar familie. Ze vertelt hoe haar voorouders privéslaven waren en hoe haar familie zich door de jaren heen ontwikkelde, met ondernemers en ambtenaren in haar stamboom. En zelfs een overgrootvader die tot de Orde van Oranje-Nassau is geridderd. Ook vertelt Shirley hoe haar ouders de keuze maakten om naar Nederland te verhuizen na de onafhankelijkheid.
“Het besef dringt steeds meer door dat het niet alleen het westen was. Het wordt steeds bekender door onderzoek van historici, die namen vinden of betrokkenheid van overheden bij de slavenhandel. Mensen zien het meer om zich heen, zoals dingen in de stad die op slavernij wijzen, maar van tevoren weet je het niet als je er niet over gelezen of gehoord hebt,” concludeert Kambel.
In Dalfsen zijn twee bekende VOC-opvarenden: Seyger van Rechteren en Jan de Vries.
“Seyger van Rechteren ging in 1690 mee met de VOC naar Nederlands-Indië. Daar schreef hij een reisverslag waarin hij vertelt over de slavernij, de Banda-eilanden en over Jan Pieterszoon Coen, vanuit zijn perspectief als Nederlandse kolonist. Hij vond het zelf volledig terecht dat de Bandanezen zijn vermoord door Nederlanders. Hij was absoluut geen abolitionist. Dat verslag was een manier voor mensen in de buurt om te lezen wat er gebeurde in de koloniën. Jan de Vries was een WIC-opvarende die naar New York is gegaan. Hij heeft daar, met een tot slaaf gemaakte vrouw, een kind verwekt. In ‘De Tawl’ van historicus Philip Dröge wordt beschreven hoe Jan de Vries de stamvader is van het Marapo-volk. Dat zijn nazaten van tot slaaf gemaakten en dat begint met Jan de Vries en zijn tot slaaf gemaakte vrouw. Die leven afgelegen in de bergen van New York,” vertelt Van der Linde.
Baron Van Dedem
Een van de prominentste plantage-eigenaars van Dalfsen is de familie Van Dedem. Van der Linde heeft in zijn onderzoek ook over die familie gelezen. “Ze waren geruime tijd eigenaar van twee plantages in Suriname, samen met familie De Vos. We vonden in de archieven dat ze zich veel bemoeiden met die plantages vanuit een puur economische bril. Er was weinig oog voor de ruim 200 tot slaaf gemaakten die op de plantages moesten werken. Ze profiteerden ervan en tot aan de afschaffing van de slavernij waren ze betrokken bij het koloniale verleden.”
Kampbel merkt dat ook in het oosten het gesprek tot stand komt. Wat hoopt zij dat mensen meenemen van deze lezingen?
“Ik hoop dat mensen compassie hebben met elkaar. We kunnen de geschiedenis niet terugdraaien. We kunnen alleen leren hoe ze hebben overleefd en van hun veerkracht. Ik wil continu herhalen dat ik dit niet vertel om mensen een rotgevoel te geven, maar omdat het verhaal verteld moet worden en het herkend moet worden.”



