STERREBOS DALFSEN – Velen zullen het herkennen, de zelfde bouwstijl. Zo was het bij ons vroeger op de boerderij, D44. Als je vanaf de weg naar binnen keek, was rechts de deur van de paardenstal. Daarachter lag de slaapkamers van de jongens. Vervolgens kwam je via de delle op de godde, de keuken. Vanuit de keuken was er een ingang naar de kelder en daarboven bevond zich de opkamer.
Aan de linkerkant lag de neert, de voorkamer. Aan de zijkant daarvan waren nog twee slaapkamers. Vroeger waren dat bedsteden geweest. Zo zat alles dicht bij elkaar en had iedere ruimte zijn eigen functie.
Aan de andere kant van de woning, achter de linker deur, was eerst de varkensstal. Die ruimte werd later ook gebruikt als een soort opfokruimte voor zo’n 300 eendagskuikens. Er heeft zelfs wel eens een sikke, een geit, gestaan en zelfs kleine kalfjes.
Daarna kwam je bij de gruppe, met aan de linkerkant een paar kleine staldeuren. Buiten lag de mesthoop, boven de gierkelder, of zoals wij die noemden: de aaltenkelder.
Terug naar binnen, bij de deur van de delle, stond direct links de pomp. Leidingwater was er toen nog niet. Je haalde het water gewoon met de handkracht uit de pomp.
Links achterin zat een klein huussie, de voorganger van het toilet. Toiletpapier bestond nog niet, of was te duur. Daar werden oude kranten voor gebruikt, die in stukken werden gescheurd. Uiteindelijk kwam alles in de ton terecht.
En dan het wassen. Midden op de delle werden op zaterdagmiddag alle kinderen gewassen. Alle dertien! Eén voor één in een teil. Iets verderop op de deel, onder de schoorsteen, stond een grote kokkepot. Daarin werd water gekookt voor de was.
Boven was de hilder, waar het hooi werd opgeslagen. Ook boven de delle lag hooi als wintervoorraad. Buiten stond bovendien nog een hooiberg. Er was dus altijd genoeg hooi om de winter door te komen.
Maar op de hilder moest je wel goed uitkijken waar je liep. Het was daar niet allemaal even netjes dichtgetimmerd. Er lagen houten boomstammen en balken, soms nog met de schors eraan. Een misstap kon dus zomaar betekenen dat je ergens tussen of doorheen zakte.
Alles had zijn plek, alles werd gebruikt en niets ging zomaar verloren. Het was hard werken, maar het was ook het gewone leven van toen. Een leven waarin dertien kinderen op zaterdagmiddag in dezelfde teil werden gewassen, waarin water met de hand uit de pomp kwam en kranten als toiletpapier dienden.
Wie het heeft meegemaakt, ruikt bij het lezen misschien weer de stal, hoort de pomp en ziet de grote kokkepot onder de schoorsteen staan.
Dat was D44. Een boerderij, maar vooral een stukje van ons leven dat we nooit helemaal vergeten. En niemand is er slechter van geworden. En het mooiste is dat de jongste van de 13 kinderen vandaag haar 70e verjaardag viert.


