DALFSEN – Boeiend mens is de titel van het gedicht dat Lenze L. Bouwers schreef naar aanleiding van het overlijden van Ab Goutbeek. Het nieuwe nummer van Rondom Dalfsen, nummer 118, opent met dit gedicht. In het gedicht geeft de dichter een beeld van de onderwerpen die de aandacht van Ab Goutbeek trokken. Thema’s, zoals archeologie en natuur, die hem zo na aan het hart lagen. De natuur om ons heen lijkt zo vanzelfsprekend maar wie goed kijkt, ziet dat de natuur steeds meer onder druk komt te staan.
Planten en dieren verliezen hun leefgebied en lang niet iedereen heeft daar oog voor. Gelukkig is er ook een andere kant van het verhaal. Er zijn mensen die wél oog hebben voor wat er om hen leeft. Ab Goutbeek was daarvan het sprekend voorbeeld. Bovendien barstte hij van het talent om ons daarop te wijzen.
Ab hield zich naast de natuur vooral bezig met de historische waarde van iets. Als amateurarcheoloog onderzocht hij die en de opgedane kennis deelde hij met anderen. Archeologie is meer dan het opgraven van oude voorwerpen. Het is een manier om het verleden te ontdekken en beter te begrijpen. Een potscherf, een graf of een eenvoudig stukje gereedschap kan ons meer vertellen over het leven van onze voorouders. Archeologie helpt ons bovendien de geschiedenis van onze eigen omgeving te begrijpen. Heel bijzonder dat juist in onze woonplaats in 2015 en 2016 bij opgravingen in Oosterdalfsen veel topstukken van archeologische waarde werden gevonden en Ab zijn passie kon botvieren. Wat geweldig dat juist Ab dit onderzoek in zijn eigen woonplaats mocht meemaken en intens beleven.
In de RD118 wordt verder aandacht besteed aan de veelzijdige en initiatiefrijke kunstenaar Han Douma. In de omgeving van Dalfsen stond Han bekend als kunstenaar, docent en regisseur. Han Douma werd in 1905 geboren in Zwolle. Na het behalen van het diploma aan de Rijks-HBS wilde hij verder studeren aan de kunstacademie. Vanwege de slechte economische tijden ging dat niet door en in 1929 kreeg hij een aanstelling als typist op het kantoor van de provincie Overijssel. Tijdens WO II was hij actief in het verzet. Na de oorlog besloot Douma zijn ambtelijke periode af te sluiten en als zelfstandig kunstenaar verder te gaan. In de RD117 is al aandacht besteed aan een van zijn kunstwerken.
Ook in het artikel over Harry Verberne speelt de oorlog een rol. Verberne zat namelijk vanaf het najaar 1944 tot 19 april 1945 ondergedoken bij de familie Diepman aan de Tibbensteeg in Hoonhorst. Gedurende de hele oorlog heeft Harry een dagboek bijgehouden en na de oorlog heeft Ton Verberne, de zoon van Harry, het geschreven dagboek uitgetypt en er een boekwerk van gemaakt.
Het laatste artikel handelt over sluis II in het Overijssels Kanaal. In 1850 kreeg de Overijsselse Kanalisatie Maatschappij toestemming om een aantal kanalen te graven in Overijssel. Zo kwam er een kanaal van Zwolle naar Almelo maar het verloop tussen de Regge en Zwolle bedroeg ruim vier meter. Om dit verloop op te vangen werden er drie schutssluizen gebouwd. Bij elke sluis werd een sluiswachterswoning gebouwd. In 1890 werd Hendrik Jan Stillewagt tot sluiswachter van sluis II benoemd. Na verloop van tijd volgde zijn schoonzoon Jan Linthorst hem op.
Het middenblad wordt gevuld met een bijzondere foto van de eigenaars, de pachters en het personeel van Landgoed Den Aalshorst. Bovendien wordt aandacht besteed aan grens- en jachtpalen, die de grens aangaven van het jachtgebied van de landgoedeigenaren.
Namens de redactie van Rondom Dalfsen,
Hans Veluwenkamp


