
HOONHORST – Stam gaat nu fluitend op de fiets naar zijn werk. Het trainersvak? Jaap Stam moest er lange tijd niets van hebben. Maar inmiddels werkt de oud-international hard aan een toekomst als coach. ‘Ze hadden mij ook een pizzabakker mogen noemen.’
Toen hij in de nadagen van 2007 afscheid nam van de voetbalsport, wist Jaap Stam het heel zeker. Hij had even genoeg van de sport, wilde er niet meer dag en nacht mee bezig zijn. En om die reden behoorde een toekomst als oefenmeester niet tot de mogelijkheden, vertelde hij. Maar inmiddels is de 38-jarige Stam alweer ruim anderhalf jaar werkzaam in de technische staf van FC Zwolle. Omdat de KNVB heeft bepaald dat een assistent-trainer over de juiste papieren dient te beschikken, is hij officieel teamcoach van de eerste selectie. Stam: ‘Het beestje moest daarom een naam hebben. Pizzabakker had ook gemogen. Mij zegt zo’n titel in ieder geval helemaal niets.’ Toch begint de oud-international na de zomer met de cursus Trainer-Coach I. Nog steeds heeft Stam geen planning voor de toekomst gemaakt, weet hij niet of deze professie hem ligt. Maar hij kijkt op een andere manier tegen het trainersvak aan dan in die nadagen van 2007.
Gezeik
‘Als voetballer was ik niet heel positief over het trainersvak’, zegt Stam, terwijl hij in het spelershome van de Zwollenaren een hap neemt van zijn ham-kaastosti. ‘Als trainer ben je nog meer met het spelletje bezig dan als voetballer. Je ziet dat het vak niet altijd even gemakkelijk is. Je bent altijd bezig met je eigen ploeg, met de formatie van de tegenstander of met nieuwe spelers voor het nieuwe seizoen en al het gezeik dat daar bij komt kijken… Dat trekt op het eerste moment helemaal niet. Maar als je erin rolt en je staat op het veld, dan merk je dat het toch wel heel leuk kan zijn.’ De oud-verdediger van onder andere PSV, Manchester United, AC Milan en Ajax genoot tijdens zijn carrière van de sport, van de wedstrijden op het hoogste niveau. Tegelijkertijd begon de langdurige afwezigheid bij zijn familie hem steeds vaker tegen te staan. Het was een van de redenen dat hij in eerste instantie weinig heil zag in een toekomst in de voetbalwereld. ‘Ik mag inderdaad heel erg genieten van mijn gezin, mijn vrije tijd. Maar ik was – en ben – wel het type dat altijd wilde winnen. Dus als het slecht ging, met mezelf of het team, dan was ik daar ziek van. En dat wist mijn gezin dan ook. Die moesten daar ook onder lijden. Of het nu terecht was of niet. Het was niet zo dat ik na een wedstrijd wegging en eenmaal thuis alles vergeten was. De negatieve dingen wilde ik eruit halen, daar was ik dan mee bezig. Dus in zekere zin is dat wel te vergelijken met het trainerschap.’
Gelijk aan zijn carrière als speler bewandelt Stam als trainer de weg van de geleidelijkheid. Hoewel hij in eerste instantie twijfelde, is hij blij met de kans die Zwolle hem heeft geboden. ‘Ik woon in Hoonhorst, hier in de buurt. Kan alles op het fietsje doen. Als voetballer ben ik ook onderaan begonnen, dat heb ik altijd prettig gevonden.’ Hij begon in Zwolle onder Jan Everse, Stam assisteerde hem één à twee dagen in de week op vrijblijvende basis. Sinds het ontslag van Everse en de komst van Art Langeler maakt hij fulltime deel uit van de technische staf. ‘In het begin was ik niet heel nadrukkelijk aanwezig. Ik had volgens Jan dezelfde rechten als de andere trainers, maar het was niet zo dat ik één-twee-drie een training stillegde om dingen aan te geven. En dat is op dit moment nog steeds niet zo. Ik krijg die vrijheid wel, maar voel me nog niet geroepen om dat allemaal te doen. Ik moet als trainer nog veel leren, moet daar nog in groeien.’ Hoewel Stam geen planning heeft gemaakt, kent hij zichzelf goed genoeg om te beseffen dat hij overal het maximale uit wil halen. Altijd op het niveau van de Jupiler League acteren is om die reden geen optie. De eredivisie lonkt, het liefst met Zwolle, op dit moment de trotse koploper van de eerste divisie.
Buitenland
En daarna wacht misschien wel de stap naar het buitenland, vertelt hij. Op uitnodiging van Ajax reisde hij al met de club mee naar Milaan voor de Champions League-wedstrijd tussen zijn twee voormalig werkgevers. Hij praatte met het bestuur van beide clubs, onder meer over zijn toekomst. ‘Bij beide clubs heb ik het goed naar mijn zin gehad. Ze wilden in de toekomst misschien wel iets met mij doen. Mooi om te horen. Maar daarin ben ik zelf het belangrijkste. Dus hoe ontwikkel ik mezelf als trainer?’ Stam weet nog niet precies wat hij als trainer denkt toe te voegen aan de voetbalwereld. Ja, zo veel mogelijk. ‘Ik zie – en hopelijk is dat ook zo – in ieder geval dat de jongens in Zwolle beter worden.’ Met de geboren Kampenaar haalt een club in ieder geval rechtlijnigheid in huis. Volgens Stam kent de voetbalwereld een hoop oneerlijke mensen. ‘Daar heb ik veel problemen mee en dat maakt het wereldje niet altijd even leuk. Ik zal me als trainer op dezelfde manier presenteren zoals ik dat als speler altijd heb gedaan. Ik zal er niet omheen lullen, zal zeggen wat ik ervan vind. Als mensen daar problemen mee hebben, moeten ze maar lekker iemand anders nemen. Maar wat verwacht een club dan van een trainer? Ik neem aan dat-ie wordt aangesteld om het elftal te laten presteren.’( bron de Pers.nl)

