Erben Wennemars en ik

 Eerst even proeven hoe de baan erbij ligt. 
 Eerst even woordjes eten, lucht scheppen. 
      
 Je begint heftiger uit je ogen te kijken.  
 Je voelt dat woorden elkaar vinden.  
      
 Ik egocentrisch? Nee, ik heb een ploeg nodig. 
 Ik, het gedicht voor mezelf? Graag communicatie.
      
 150 dagen in het buitenland, mijn gezin ver weg. 
 De helft van mijn leven binnen woordland. 
      
 Passie! Doseren, trainen, rust.  
 Op naar het volmaakte gedicht.  
      
 Ik schaats beter dan ik spreek.  
 Ik schrijf beter dan ik schaats.  
      
 Vlak voor de start, daar bij die startlijn.  
 Het moment dat een eerste zin ontstaat. 
      
 Adrenaline door je lijf: hoor het publiek. 
 Verhoogde polsslag: zal er vormgeving zijn? 
      
 Positieve energie opbouwen, alles in evenwicht. 
 Vorm en inhoud één.   
      
 Hiervoor heb ik dagen, jaren getraind.  
 Hiervoor heb ik woorden geschreven, geschrapt. 
      
 Balanceren, die juiste binnen/buitenbocht. 
 Weeg het woord, hier een zin afbreken/afronden?
      
 Ik wil laten zien wat ik kan, wat erin zit. 
 Ik wil het beste uit me halen, ik woordwezen. 
      
 Zoveel mogelijk wedstrijden rijden.  
 Zo mogelijk een bundel gedichten maken. 
      
 Het kan zo afgelopen zijn. Ik word ouder. 
 Een infarctje hier, een hartstilstand daar. 
      
 Ik wil winnen. Alles. Nu.   
 Ik, makelaar in woorden, zal me verkopen. 
      
 © lenze l. bouwers    

Artikel delen: