Uut de olde deuze: Vechterweerd.

DALFSEN – De havezate Vechterweerd was gelegen aan de zuidkant van de vecht. Soms werd het goed gerekend te liggen in de buurtschap Dalfsen, maar meestal echter in de buurtschap Emmen. Of het recht van verschijning in de Overijsselse Ridderschap aan dit huis verbonden was, werd door sommigen voor twijfelachting gehouden.

De in zijn tijd gezaghebbende Steven Gerard van Rhemen tot Rhemenshuizen ( 1615 – 1676) rangschikte het goed onder de havezaten met het recht van verschijning. Daar Vechterweerd echter steeds in handen was van niet-riddermatige families, was de vraag niet actueel en besteedde men er verder geen aandacht aan. Het huis wordt voor het eerst vermeld in 1616 werd beleend door Godert Adriaan van Reede. Alle goederen waaronder ook het huis Zuthem, de Luttike hof te Ankum, en de hof Wiegerinck waren afkomstig van zijn vader, Adriaan van Reede tot Saesfeld die de goederen in 1601 reeds bezat. In 1622 kocht Herman Roelinck het Goed, was in 1616 gehuwd met Elisabeth Mechteld Ripperda en overleef in 1652. Zijn oudste zoon Derk gehuwd met Mechteld Beukers erfde het “huys Vegterweertt met alle syn rechten en de gerechticheiden, daertoe van olts behoorende”. Hij overleed in 1675. Zij woonden echter in de Bloemendalstraat te Zwolle. In 1711 kwam het in het bezit van hun kleindochter Fenna  Hendrika Roelink, in 1713 gehuwd met Egbert Greven, controleur en ontvanger van de convooien en licenten. Hij overleed al in 1725, nalatende drie kinderen, zijn weduwe verbleef met de kinderen permanent op de Vechterweerd. Het huis bezat destijds drie kamers met een vuurstede. Tevens was er in de 17e eeuw een brouwerij. Het huis werd beschreven “als een zeer vermakelijk lusthuis”. Fenna overleed in 1754, maar had in 1745 haar testament al gemaakt. ”Aangaande het huys Vegterweerd, met de hoven en boomgaarden, alsmede de visscherie in de vechte, mitsgaders de Hoge en Lage Weerd, het sterrenbos cum annexis en de vorderende plantasie, so uit het agterste sterrenbos over de dijk, bysyden de weerd gaat het bosje by het huys, so om en by de teuge gaat”, bepaalde zij, dat dit èèn perceel bijeen moest blijven en altoos in de familie moest vererven. Haar kinderen gingen echter niet tot verdeling over, zodat de gehele erfenis aan de laatste levende toeviel en wel Herman Joan Greven, burgemeester van Zwolle vanaf 1744, hij nam in 1747 zitting in de Staten-Generaal en overleed in 1784, Het goed ging over naar zijn oudste zoon die in 1832 op 80 jarige leeftijd overleed. In 1844 werd de Vechterweerd door de erfgenamen te koop aangeboden. Het bestond toen uit een “heerenbehuizinge, stalling, tuinmanswoning, boerenerven, katersteden, bouw en groengronden, spatieuze tuin en boomgaard met exquise vruchtbomen, fraai en met smaak aangelegde wandeldreven enz gezamenlijk groot ruim 98 ha”. Voor F 6500,- werd het huis op afbraak verkocht aan Hendrik Kleinboonte uit Dalfsen, die het in 1845 liet slopen. Het gehele goed inclusief de bomen werd voor F 64640,- gekocht door Wilhelmina Louise, een der kleinkinderen, gehuwd met Jan Arend Godert baron van Steenwijk, echter al in 1849 na haar jeugdige dood werd het huisperseel verkaveld, de bomen gekapt en de tuinen geschikt gemaakt voor weiland. In 1872 werd het goed verkocht aan Gerrigje van de Kolk, weduwe van Gerrit Jan Hofman. Die het goed toebedeelde aan haar dochter Heideltje Hofman gehuwd met Jan Willem van de Vegt. Hij overleed in 1890, Heideltje in 1905. Zonen Evert Jan en Willem erfden de Vechterweerd en bij boedelscheiding in 1907 verkreeg Willem het goed waaronder het voormalige huisperceel van de havezate. Willem trouwde met Hendrikje van Lenthe en overleed in 1950. Bij deling van de boedel in 1951 verwierf Gerit Lindeboom, gehuwd met Hendrikje van der Vegt de landbouwerswoning met schuur, stookhut, hooiberg, bouwland, grasland, water en weg groot ruim 12 ha. ( Ingezonden door W.S. tekst komt uit havezaten in Salland en hun bewoners)

Artikel delen: