Uit het leven gegrepen, hoe kan een camping ontstaan…

DALFSEN – STERREBOS – (Camping Het Boskamp, nu Starnbosch   –  en Partycentrum Het Boskamp 50 jaar jong) Beide bedrijven bestaan dit jaar 50 jaar. Om hier toch even bij stil te staan, plaatsen we verschillende
belevenissen op deze site. Voor velen heel herkenbaar en leuk eens na te lezen. Vandaag deel 1.

Milligen D 31, later D 44, in een bosgebied bij onze boerderij komen in de zomer diverse groepen padvinders en welpen hun tenten opslaan. Water komen ze halen op de boerderij bij de pomp op de deel. Indien bij de groep meisjes zijn mogen die niet in tenten slapen, maar dan in het gedeelte van de stal op de deel op strozakken. Het bosgedeelte waar ze bivakkeren heet het “kampeerdersbos”. Soms komen er ook gezinnen van natuurvriendenverenigingen hun tent opslaan, later gevolgd door een enkele vrije kampeerder of toevallige voorbijganger, ja zelfs al Duitsers weten ons te vinden.

Eind vijftiger jaren, een groot gezin, 13 kinderen toen in de leeftijd van ongeveer 4 tot ongeveer 22 jaar, mijn vader was opperman in de bouw of wegenbouw, in de winter moeizaam om aan het werk te blijven. Groenten uit eigen tuin, eigen aardappels en vlees “uit het bos” maakte het dat we rond konden komen. Maar een gezin kost geld, zeker als er bij zijn die willen studeren, het land bestond uit klapzand en leverde niets anders op dan kweekgras. Aardappelen konden daardoor niet of moeizaam met de machine gerooid worden, dus veel handwerk en dagen lang schoffelen. Een koe zorgde voor de melk, de overgebleven melk ging met de melk van de geit naar de fabriek.

De noodzaak voor andere inkomsten was duidelijk aanwezig. Begin 1960 werd er een ijskast geplaatst, Davino ijs, om de enkele wandelaar of fietser van een verkoelend ijsje te kunnen voorzien, soms vroeg men om limonade waarop we limonade gazeuse van het merk Exota in flessen gingen verkopen vanuit een kiosk. Inmiddels was er ook telefoon aangelegd in Milligen en kregen we een telefooncel in de ontruimde keukenkast, met teller.  “Gasten” konden vanaf nu hier telefoneren. Ons telefoonnummer was heel kort: slechts 571.

Het aantal kampeerders in het bos nam toe en de ruimte werd daar te klein. Dus een stuk weiland vrij gemaakt, zou altijd meer opleveren dan een koe en een geit samen. Een bord aan de weg met opschrift ”Camping”. Enkele Dalfsenaren en buren kwamen een kijkje nemen en wisten niet wat een camping was. “Ga maar kijken en dan zie je het wel”. Verbaasd kwamen ze terug en hadden niets gezien, er was namelijk ook niets te zien. Dan pas verteld dat het om de 1e weide ging waar we tenten en caravans op wilden zetten. Hoofdschudden en zich genomen voelen dropen ze af. Maar in het voorjaar 1961 gaat de afrastering er uit. Er moest eerst een pomp geslagen worden omdat er in die tijd nog geen waterleiding was en er werd èèn dames en èèn heren wc gebouwd met een z.g. droogcloset, daarbij een grote kan die de wc gebruiker zelf weer moest vullen bij de pomp en vol terugzetten voor de volgende. De gasten komen binnen, met Pinksteren staat het gedeelte vrijwel geheel vol, een schot in de roos bleek het.  In juni wordt de camping officieel geopend en de VVV Dalfsen stuurde ons de gasten door.

Mijn vader bleef gewoon in de bouw werken en had de handen vol aan het melken van de koe en het bewerken van het resterende land, alles na zijn eigen werktijd. Veel dagen lagen ook de kinderen op het land om nog enigszins proberen resultaat uit het werk te halen. Maar ook de camping was een werk waar ieder zijn bijdrage in leverde, het ging tenslotte om met elkaar te overleven, alles deden we samen met veel plezier en inzet.  In het seizoen van 1961 was Anton de “campingbaas”. In 1962 deed Mien hier het werk, natuurlijk samen met mijn moeder. In 1962 nam Everhard het voor 3 seizoenen over, geassisteerd door Mien. Daarna heeft Jan de taak als beheerder geheel overgenomen.

1962, we willen graag een ANWB camping, kan echter alleen als er een “kantine” bij is. Geen nood, kippen vreten meer op dan het oplevert en de keus werd snel gemaakt, een half jaar lang kippensoep en het hok was leeg. Aan de voorkant de ramen er uit en aan de kopgevel een stel binnendeuren met glas in lood van “Pappa Dollie” sloper van Echten uit Dalfsen.

De wanden afgetimmerd met hardboard en ja het plafond was te laag voor vergunning A. Aan de B verlof ( Alcoholvrij) hebben we niets, dan maar de vloer uitgraven. Dit is grotendeels door mijn moeder gedaan omdat iedereen werk had en de inkomsten door moesten gaan. (Het loon afgeven van ieder die werk had was nodig om dit te kunnen realiseren). Stoelen werden gekocht van de parochie Hoonhorst die uit het oude parochiehuis kwamen en tafels van het inmiddels gesloten café van Frits Schuurman in Emmen. De kantine werd voorzien van een houtkachel en het was er bere gezellig. Voor de camping werd ook nog een aantal m2 in gebruik genomen te dienen als kampwinkel voor de noodzakelijkste behoeften. April 1963 was de “kantine” gereed en kon de ANWB camping klassering worden aangevraagd.  Smit Arnold Veltmaat laste een echte wipwap in elkaar,zodat kinderen naast een geit aan de stikke, zich ook nog enigzins konden vermaken.
Wordt vervolgd.kijk ook nog eens naar : https://dalfsennet.nl/e107_plugins/content/content.php?content.574
We gaan nog proberen hier wat oude foto’s bij te zoeken.
Ervaring van een van de dertien.

Artikel delen: