Wiltjo Koster interviewde gemeenteraadslid Johan Wiltvank (PvdA)

 

DALFSEN – Jeugd: al jaren een issue in de Dalfser politiek. De één wil een discotheek, de ander heeft baat bij meer starterswoningen. Nóg iemand anders zit ’s weekends rustig in ‘de keet’ en vindt het allemaal wel best. Volgens PvdA-fractievoorzitter Johan Wiltvank  gaat het met 90 procent van de jongeren ‘gewoon goed’. Maar hoe gaat de gemeente om met de 10 procent die wél voor overlast zorgt? Wiltvank geeft zijn visie.

 

Bent u als PvdA’er tevreden over het jeugdbeleid zoals dat nu wordt gevoerd in de gemeente Dalfsen? 
“Niet helemaal. Jeugdbeleid is natuurlijk een heel breed aandachtsgebied: van keten en alcoholgebruik tot allerlei sociaal-maatschappelijke voorzieningen. Het één loopt beter dan het ander.”

Wat moet er anders?
“Ik vind dat we meer beleid moeten hebben over hoe we om willen gaan met keten en alcoholgebruik. We zijn niet concreet genoeg. Je kunt het wel noemen, maar wat we er dan vervolgens mee doen wordt niet erg duidelijk.”

Vindt u wel dat het beleid de jeugd in z’n geheel bereikt?
“Nee, je bereikt nooit iedereen. Er is altijd een groep die op de één of andere manier ook niet bereikbaar is, en niet wil zijn. Het is ook zo dat jeugd geïnteresseerd is in een bepaald thema. Je kunt ze dus wel bereiken als je ze actief benadert, maar dan alleen op dat thema, bijvoorbeeld sport of uitgaan. Op een ander thema, jeugdhulpverlening bijvoorbeeld, bereik je dan weer een heel andere groep. Het is moeilijk om daarin een lijn te vinden.”

Hoe probeert de gemeente toch zoveel mogelijk jongeren te bereiken?
“Je probeert eerst gewoon een beleid uit te denken. Wat denk je dat belangrijk is en wat moet je doen? Bij het uitdenken proberen we jongeren al bij bepaalde thema’s te betrekken, zo hebben we een bijeenkomst gehad in Grandcafé 1231. Ook hebben we zo nu en dan thema-avonden in zowel Nieuwleusen als Dalfsen om eens te horen wat jongeren onder de aandacht willen brengen en waar ze ook zelf actief in willen worden. Je mag namelijk ook van ze vragen dat ze zelf iets ondernemen. ‘Ontvangen is leuk, maar je moet ook wat doen,’ is mijn stelling. Vervolgens ga je over tot besluitvorming. ‘Wat gaan we doen?’ Tot zover gaat het in mijn ogen goed maar daarna komt het op de realisatie aan en daar blijft het nogal eens hangen. Je kunt zeggen dat je dingen gaat doen als gemeente, maar of je het ook bereikt blijft toch iets moeilijks.”

Er is ook sprake van overlast door jeugd. Komt dat uit de groep die, zoals u net zei, als gemeente niet of nauwelijks te bereiken is?
“Voor een deel. Maar laten we helder zijn, dat heeft ook vaak te maken met de thuissituatie. De gemeente is geen oppas. Je komt die jeugd dus vaak pas tegen als ze met de politie in aanraking komen en in de hulpverlening terecht komen. Daarvóór onttrekken ze zich aan alles wat zich naar hen uitstrekt.”

Toch zijn er ‘hangplekken’ voor hen ingericht, zoals in Nieuwleusen bij het sportpark en in Dalfsen langs de vecht. 
“Dat is maar een kleine groep. In Nieuwleusen zijn het er een stuk of vijftien. Daar ken ik ze beter dan in Dalfsen.”

En die hangen daar wat rond?
“Ja, het heet ook een ‘jongeren-opvang-plek’ (JOP). Maar dat is dus een relatief kleine groep, en die is soms zeker moeilijk benaderbaar. Maar er is nog een andere groep die zelfs daar al niet verschijnt en een beetje onzichtbaar is. Ze bestaan wel, en ze laten zich soms ook vervelend merken.”

En vervolgens komt er in Dalfsen buiten het centrum een ‘meersportenplein’. Zegt de gemeente dan niet indirect, ‘ga daar je gang maar’, met meteen de eerste week een grote puinhoop als gevolg?
“De vraag bij het uitdenken was natuurlijk: ‘wat willen jongeren?’. Het antwoord daarop is heel vaak: ‘een plek voor onszelf, waar we ongestoord onze gang kunnen gaan.’  Wat bedoelen ze dan? De ene groep bedoelt een jeugdhonk, de ander zegt: ‘ik wil een hangplek’, weer een ander wil een meersportenplein. We hebben geprobeerd daar een mix in te vinden, en dan gaat het ook wel eens mis. Er is wel één nuance: Als je kijkt naar die ‘JOP’ in Nieuwleusen, daar hebben mensen bij staan kijken toen het onlangs mis ging. Die jongeren zitten in dat hok, er fietst een voetbalteam langs en dan komt het gedoe van weerskanten en wordt het zelfs stevig. Wie is dan de uitlokker, en wie de uitgelokte?”

Eén van de maatregelen tegen de overlast is het langer openen van de jeugdsoos, zowel in Dalfsen als Nieuwleusen. Is het niet zo dat je die groep dan beloont door langer onderdak te verlenen, op kosten van de gemeente?
“Ik ben het helemaal met je eens, en de discussie rondom jeugd is er al heel lang. Als het probleem eenvoudig op te lossen was, dan was het allang opgelost. Kennelijk is het niet zo eenvoudig, en is het zo dat je allerlei verschillende groepjes jongeren hebt. Die overlappen elkaar op allerlei fronten. Er zitten groepjes aan de sportkant, er zitten groepjes op straat of in de soos en er zijn groepen die helemaal nergens bij horen. De maatregel die voor het ene clubje werkt, pakt helemaal fout uit voor een andere groep en omgekeerd. Over dat meersportenplein is bijvoorbeeld eindeloos gediscussieerd. Wel of niet? Waar dan wel en waar niet? Het is er nu en in de eerste weken ging het direct fout. De laatste weken gaat het beter en het zal ook wel weer eens fout gaan. Het vervult in ieder geval een bepaalde functie en het is moeilijk om een passende oplossing te vinden voor iedereen.”

De politie zegt dat er minder overlast is als het jongerencentrum is geopend. Ligt de focus al met al niet teveel op deze groep?   
“Misschien wel. Het blijft erg lastig. Als je de politie dat hoort zeggen, zullen veel mensen ook denken: ‘het werkt tenminste’. Maar ik ben het helemaal het je eens, men focust altijd op die ene groep en dat kan ook niet de bedoeling zijn. De jeugd is veel breder. Het feit dat we er ook al zo lang mee bezig zijn geeft toch wel aan dat het verrekte lastig is om het op te lossen. Misschien is het zelfs niet op te lossen.”

U wilt er namens de PvdA in ieder geval alles aan doen om meer groepen jeugd te bereiken dan nu het geval is? “Ja, toen de soos verhuisde naar Pniël hebben wij er bij de jongerenwerkers op aangedrongen dat ze zich ook op andere groepen gingen focussen. Daarmee breng je het jongerenwerk ook in andere sferen. Anders staat jongerenwerk per definitie in verband met probleemjongeren. Daar staat tegenover: als het fout gaat moeten de jongerenwerkers er altijd weer zijn. Het is dus misschien ook onvermijdelijk dat het over die groep gaat. Wij zouden ook graag de overgrote groep waar het wél gewoon goed mee gaat willen bereiken. We organiseren daarvoor ook wel bijeenkomsten maar als je ziet hoeveel mensen daarop afkomen, dan is dat maar heel weinig. Dat betekent niet dat we het opgeven. Het is een kwestie van blijven doen, maar ik heb mijn verwachtingen daarin wel wat bijgesteld.”

Door: Wiltjo Koster (Student Journalistiek )

Artikel delen: