![]()
DALFSEN – Zeg maar gewoon stront uit Zwolle werd rond het jaar 1900 per schip van Zwolle via het Overijsselskanaal naar Dalfsen gebracht. Vanaf de boot in het kanaal werden de tonnen met een platte kruiwagen van het schip gereden. Dat was nog wel een heel kunstig werkje, wat lang niet iedereen kon dat. Je moest immers ook je evenwicht kunnen bewaren en dat kon lang niet iedereen.
Die tonnen, de voorganger van de moderne WC, stonden in een “poepdoos”, poephokje of een thuusie werd het ook wel genoemd. Als toiletpapier werden meestal gescheurde kranten gebruikt. (het is maar goed dat toen Dalfsennet nog niet bestond, want dan hadden ze geen wc papier gehad.)

Rechts zit u de deksel, een stankafsluiter
De mensen deden hun behoefte door op een speciale brede plank te gaan zitten voorzien van een groot gat in de midden, waar ze ook nog een houten deksel bij hadden als stankafsluitel. Onder dat gat in die plank stond dan die ton.

hier is zo’n stadse drekmeneer aan het werk
Die tonnen met poep werd in de stad op gehaald door een gemeentelijke drekmeneer, die zijn strontvrachtje meerdere keren per dag afleverde op bij “drekstoep”. Daar werdt het vervolgens op een schip geladen richting Dalfsen. Daar lag nog hele arme grond welke toen vermoedelijk van van Sonsbeek was, welke ontgonnen moest worden. Die grond was zo arm, dat kon wel wat voeding gebruiken, aldus de Heer Henk Sterenbos, die veel van deze verhalen van zijn vader heeft. Zijn opa heeft daar ook mee mogen helpen met het lossen van deze schepen.

De grond welke werdt voorzien van deze mest lag langs het overijssels kanaal, tussen de Langsweg en het kanaal. Daar waar nu de Fam. Schroten en de familie Herbrink wonen. Maar ook grond van Duteweerd werd op deze manier bemest. Ook dat stuk langs de Bosrandweg tot op de hoek Sterrebosweg.

Maar Duteweerd haalde de tonnen later ( na 1918) zelf met paard en wagen uit Zwolle. Het is niet duidelijk of hij daar geld voor kreeg of juist voor moest betalen.Verder verteld de Heer Sterenbosch: Vermoedelijk zijn er mensen die zich hier in hebben verdiept, want nog steeds als een weiland wordt geploegt, lopen er mensen met metaaldectectoren rond en komen regelmatig met een gevonden ring te voorschijn, die vroeger via zo’n poepton hier is terecht gekomen. Lees hier meer over poepdozen

hier zo’n buiten huusie
Van poepton naar watercloset
Eind jaren twintig echter werd begonnen met het aanleggen van riolering in Zwolle. De woningen kregen een watercloset, die met ijzeren closetleidingen werd aangesloten op het riool. Een voormalig loodgieter vertelt hoe dat in zijn werk ging. Twee verschillende pijpen verbonden het watercloset met het hoofdriool: een vertikale standpijp (valpijp) met een wanddikte van een halve centimeter en een grondbuis met een diameter van 12 ½ cm en een twee keer zo dikke wand.

Elke buis had een kraag waarin de volgende paste. De ruimte in de kraag vulden de loodgieters met striktouw, waarna om de kraag een mal van klei werd geboetseerd. Via een gat in de mal werd vloeibaar lood in de kraag gegoten.

Gresbuizen werden gebruikt
De verbinding tussen twee pijpen was af nadat het gestolde lood met een strikbeitel was vastgedreven. Een hele verbetering voor bewoners, die verlost waren van stank en onhygiënische omstandigheden. Niet iedereen zal opgelucht zijn geweest. De landbouwers waren een mestbron armer (nu werd niet landbouwgrond maar het water in de grachten via een rioolbuis “verrijkt”) Ook dit was niet van blijvende aard. Tegen woordig gaat het meeste naar de rioolzuivering of IBA
hier de moderne waterzuivering in Dalfsen

