DALFSEN – Ingezonden- Graag wil reageren op het artikel dat nachtvissers de plaats van de watervogels innemen op de Bellingeweer. Ik kom zelf dagelijks in de Bellingeweer, sterker nog meerdere keren per dag aangezien ik mijn honden altijd daar uitlaat. Ik ben zelf ook een fan van de natuur, maar wat in dit artikel wordt geschetst geeft een totaal verkeerd beeld van de feitelijke situatie en is eenduidig geschreven door een schrijver die het kennelijk niet echt voor heeft met de hengelsport.
Â
Sinds dat wij naar Dalfsen zijn verhuisd (en dat is heel wat jaren geleden), laat ik onze honden al uit in de Bellingeweer en ik weet eigenlijk niet beter als dat er ’s nachts gevist wordt in de Bellingeweer. In het artikel wordt gesproken over sinds het nachtvissen is toegestaan, maar naar mijn weten werd daar altijd al ’s nachts gevist, dan wel toegestaan, gedoogd of niet toegestaan. De ene periode meer dan de andere periode.
Op dit moment is het met name één groep jongens (het zijn immers altijd dezelfde gezichten die ik zie) uit Dalfsen die vrij actief aan het vissen is op de Bellingeweer. Het merendeel van deze jongens is zeer vriendelijk en groet altijd. Vanmorgen zaten er ook meerdere jongens te vissen en ik moet zeggen (ook al is mijn verstand van vissen vrijwel nihil) dat ze zo op het eerste gezicht hun spullen netjes voor elkaar hebben.
Daarnaast zie ik geregeld hengelsportcontroleurs een ronde maken evenals jachtopzichters en ook de politie kom ik er tegen. Ik heb de indruk dat de controle op de vissers daar dan ook best groot te noemen is.
Aangezien ik zelf ook wel eens een feestje heb, laat ik onze honden ook wel eens uit op latere tijdstippen. Een aantal beweringen die in het artikel staan slaan echt kant noch wal.
Ten eerste is het er ’s nachts geen komen en gaan van vissers en vrouwen. Hangjongeren wel, maar dat zijn geen vissers. Die groep trekt meestal richting de dijk of houden zich op bij de bult met buizen.
En natuurlijk wordt er wel eens een biertje gedronken bij de vissers. Wij zijn vroeger zelf ook allemaal jong geweest, maar ik heb nog nooit, ik herhaal nooit, geconstateerd dat dat overmatig gebeurd.
Het vermeende vuurtjes stoken en barbecueën heb ik ook nog nooit kunnen constateren evenals overlast door muziek. Ik heb werkelijk nog nooit meegemaakt dat een visser daar zit met een zeer luide radio en dat terwijl ik toch zeer vaak in de Bellingeweer kom. Het lijkt mij ook niet bevorderlijk voor het vangen van een vis, daar is immers (net als voor de broedende watervogel zoals gesteld door de schrijver) rust voor nodig.
Ik wil er ook op wijzen dat het overgrote deel van de vissers die er zitten hun visplek netjes opruimen. Dat kan niet gezegd worden van de picknickers die er tijdens de mooie dagen te vinden zijn. Sterker nog, een paar weken geleden kwam ik een aantal bekende gezichten van de vissers tegen met vuilniszakken op Bellingeweer. De jongeman antwoordde dat ze het zwerfvuil op de Bellingeweer aan het opruimen waren. Veel mensen zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.
Als we het over de Bellingeweer hebben, is het gebruik van de Bellingeweer duidelijk veranderd sinds de inrichting. In het geschreven artikel lees ik alleen maar dat de watervogels ’s nachts rust nodig hebben en overdag niet. Dat gaat toch wel heel kort door de bocht. Enerzijds is het broedseizoen voor de watervogels amper aan begonnen en toch zitten er al meerdere nesten van met name meerkoeten en futen. Eenden en zwanen komen zeer sporadisch voor op de Bellingeweer en verblijven er over het algemeen kort. De nesten van de meerkoeten en futen zitten overigens ieder jaar op dezelfde plekken.
Als u mij vraagt zou ik zeggen dat de herinrichting, welke er naar mijn idee voor heeft gezorgd dat er toch meer (recreatief) gebruik gemaakt wordt van Bellingeweer, een grotere bedreiging vormt voor de watervogel om nog maar te zwijgen over de soms luidruchtige groepen die zich vermaken met de activiteiten van Hiawatha op de Bellingeweer.
Een ander markant detail zag ik gister in de Zwolse stadsgrachten, waar van rust toch nooit echt te spreken is. Natuurwonder boven natuurwonder (als ik de schrijver mag geloven) tref ik daar een nest met meerkoeten aan.
Ik vind het tevens jammer dat de schrijver die zich ontplooid als een natuurbeschermers alleen maar praat over waterwild. Het waterwild in de Bellingeweer, dat met name bestaat uit meerkoeten en futen, is van jaar tot jaar echt vrij constant. Als er iets aan de natuur op de Bellingeweer is veranderd sinds dat ik daar loop, dan is het wel het aantal konijnen en hazen dat je op de Bellingeweer ziet. De natuur in Nederland staat niet stil en ontwikkeld zich en veranderd daardoor ook. Vanmorgen las ik een artikel in de Stentor over het oprukken van de vos. Ook dat heeft zijn redenen, evenals de teruggang van het aantal weidevogels.
Al met al is het toch onbedoeld een behoorlijk lang verhaal geworden. Samenvattend wil ik nogmaals benadrukken dat ik het een zeer kortzichtig ingestoken artikel vind, dat grotendeels meer op vooroordelen berust lijkt te zijn dan door iemand met verstand van zaken.
Â

