Het is nacht in de Prinsenstraat
(De nacht is voor het ongedierte,
zei mijn vader vroeger altijd,
als het over nachtelijk feesten ging)
Het is nacht in de Prinsenstraat
en met oergezang uit het oerwoud,
( met constante herhaling, eentonig,
en lange, lange uithalen)
zijn de primitieven na honderden
jaren beschaving weer retour:
wij vormen een stam, stomdronken,
en de ander kennen we niet meer,
want versuft is ons verstand,
beneveld de gekregen hersenen,
wij kunnen zelfs niet dansen,
alleen maar zwalken en vals
zingen: leve de rollators,
lang leven de oudjes, laat ze stikken
in hun slaap, want hier is
de eeuwige jeugd, brallend.
Het is nacht in de Prinsenstraat.
© lenze l. bouwers

