De geschiedenis van Dalfsen in vogelvlucht.

DALFSEN – De geschiedenis van Dalfsen zal menigeen bekend zijn, maar velen weten het niet, vandaar dat we even terug gaan in de tijd. Het is de 12e eeuw, toen was Dalfsen al een parochie, aldus een schrijven van de Dalfser VVV zo’n 60 jaar terug. Dalfsen “ ’ t ligt zo vriendelijk”, volgens de VVV. Bij de slag bij Ane in het jaar 1227 sneuvelden o.a. een Bernard van Dalfsen en Juno van Dalfshem. Deze heren voerden het oude wapen van de gemeente Dalfsen, n.l. een schild met schaakwerk in zilver en azuur, in vijf rijen en in elke rij vier vakken.

Op het huidige wapen is het wapen van de gemeente Nieuwleusen toegevoegd. Maar het geslacht van deze twee heren is in Dalfsen geheel uitgestorven. De plaatsnaam werd vroeger zeer verschillend geschreven. O.a. Dalsen, Dalfese, Dalvessemn, Dalfsem, Dalfsheim. In 1231 had Dalfsen al een kerkgebouw, maar ook die is diverse keren door brand verwoest. De huidige toren is heel oud, het onderste deel is van tufsteen wat over de Vecht uit Duitsland werd aangevoerd. Het tweede deel is deels tufsteen en deels baksteen, het bovenste deel is geheel baksteen, evenals de kerk. Het koor, door Otto van Rechteren in 1455 gesticht, werd ook deels uitgevoerd in tufsteen, mogelijk van een andere oudere kerk. Vaak is in de toren brand geweest, zo ook kwam de kerk in 1517 in financiele problemen als gevolg van een brand. Ook in 1893 is er een grote brand geweest in de toren en daarna nooit weer geheel opgebouwd, maar afgeknot met een dakje zoals het er nu bij staat. Door renovaties is het gebouw gelukkig behouden gebleven. Een grote renovatie in 1953 heeft het aanzien rond de kerk drastisch gewijzigd. Zo werden de grote bomen rond de kerk en het mooie smeedijzeren hekwerk verwijderd, wat nu nooit meer zou gebeuren. In de kerk is de grafkapel van het huis Rechteren nog aanwezig en waren er oude adellijke gestoelten van Rechteren, Gerner, den Berg en Rutenborg. Veel daarvan is nu niet meer aanwezig.
Het vroegere karspel en schoutambt Dalfsen bestond uit verschillende marken, zo hadden we de Roozengaarde marke, marke Oudleusen, marke Lenthe en marke het Dalmsholt. Deze laatste marke was een grote woestenij van wilde weiden, laag houtgewas, heide, veen, moerassen en veel stuifzand. In elke marke lag minimaal een “hof”, een voorname hoeve. Velen werden later havezaten. Dalfsen kende diverse havezaten, kastelen, buitenplaatsen of spiekers. Toen nog de Alerdinck (voor 1818) den Berg, de Aalshorst, Zandwijk, Vechterweerd, ter Kuile of Blankvoort, Mattaram of Deeze, de Horte, Rutenborg, Gerner, Rechteren, Bruining, Bellingerweer, Beerze, Hofwijk en Slendebroek.
De Vecht was de belangrijkste weg voor het vervoer per schip of zomp voor goederen vanuit Duitsland verder het land in, maar ook de Hessenweg, de Twenteweg (weg van Campen naar Osnabruck) en de Diezerstraat als Koningsweg van de Ierthe naar Duitsland en Twente waren belangrijke handelswegen. De Vecht kon slechts overgestoken worden per veer al vanaf de 14e eeuw, maar in droge zomerperioden was de Vecht vaak doorwaadbaar. Kasteel Rechteren was vooral in de 16e eeuw een waar roofridders kasteel die de gehele buurt onveilig maakten, het handelsverkeer ondervond hiervan grote problemen. Doch de laatste eeuwen is hier rust gekomen. Diverse buitenplaatsen zijn gesloopt, maar gelukkig is Dalfsen nog rijk aan landgoederen. De eerste Vechtbrug is aangelegd in 1839. Meer informatie over Dalfsen vindt u in het boek “Uit de geschiedenis van Dalfsen”, uitgegeven in 1989 onder het ISBN 90-6697-045-6

Artikel delen: