Moeder en kind

 

 
ZIJ: Mag ik blijven liggen, mijn  kind blijven staan?
       Ik zie het: jij mag je gang wel gaan,
       jij komt van ver uit een plaggenhut,
       voor-/voorvader en verder wolverwer,
       behoefige, belastingvrij;
       je kent de zwaarte van het bestaan.
KIND: jij Dichter und Bauer,
         sta ervoor, jij woordverwerker
         en herkauw niet te veel,
         dat is nu eenmaal ons dierlijk deel.

Artikel delen: