In één van mijn gedichten – gemaakt ergens in de vorige eeuw …- vergelijk ik de dichter met een reiger die roerloos wacht op de buit die vanzelf langskomt. Hap, beet: inspiratie, gedicht.
Zondagavond hebben we weer een goed gesprek gehad. Even verder – aan de Marshoekersteg – was daar een meerkoet, ook een dichter. Rustig broedend op de eieren tot de jongen te voorschijn komen. De dichter, broedend op ideeën tot het vers in juiste vorm geboren wordt.
Er was één verschil: de reiger vloog op toen ik te dichtbij kwam: met andere woorden hij was al gepubliceerd. En de meerkoet is o zo trouw, wacht nog op een plekje in een bundel.
(met woordgroet, lenze l. bouwers)



