Meer over bungalowbedrijf  “Het Sterrebos”

Meer over bungalowbedrijf “Het Sterrebos”

DALFSEN – Je was geïnteresseerd in het bungalowparkje het Sterrebos. Hier het verhaal: Inderdaad kom ik daar al vanaf het begin, 1958. Een echtpaar uit den Haag, de heer en mevrouw Leeuwendal, met de twee kinderen van mevrouw Leeuwendal, had op latere leeftijd besloten een nieuw leven te beginnen met dit parkje.

Er was een hoofdhuis, een winkeltje en 10 bungalows gepland.

 

De bungalowtjes hadden een Finse achtergrond, het waren bouwpakketten. De aannemer zou er in eerste instantie op de bouw failliet gaan. Zo waren er meer tegenslagen: de Heidemaatschappij die voor de tuinaanleg was aangetrokken, verwijderde de prachtige hei en spoot met onkruid vervuilde grond rondom het woonhuis. Tot op hoge leeftijd had mevrouw Leeuwendal er last van. Zij was een verwoed tuinierster.

Het was in de begintijd best eenzaam in deze hoek van Dalfsen. Wegen waren maar matig bestraat en de mensen hadden nog geen auto. Dus toen na een folderronde in Zwolle de eerste gasten kwamen, waaronder mijn moeder, die juist weduwe geworden was, met haar drie jonge kinderen, haalde de heer (Piet) Leeuwendal hen op van der trein met paard en wagen, maar dat heb ik van horen zeggen, bij mijn eerste bezoek werden de koffers van de trein gehaald met een grote, wat je toen noemde “luxewagen”. De koffers werden in ons geval vooruit gestuurd met de trein; wij kwamen aanfietsen uit Zwolle.

Een andere vaste gast was toen de familie Oostindien, die kwamen wel met de auto, een enorme lijkwagen, want zij hadden een begrafenisonderneming. Met Mariette Oostindien heb ik later als student in Groningen nog veel contact gehad, wij kwamen samen aan en werden lid van de vrouwelijke studentenclub Magna Pete.

Iedere kleine schoolvakantie kwamen wij een weekje genieten van het bos en de rust. In het begin keek je uit op een heideveld, na de ontginning kwam hier graan te staan, elke zomer doorspikkeld met klaprozen en korenbloemen. Wat was het prachtig!

Wij vonden toen de huisjes heel comfortabel, hoewel er in de begintijd nauwelijks comfort was; een kolenkachel voorzag in verwarming, er was alleen koud stromend water, en een butagasstelletje met twee pitten voldeed als kooktoestel. Elektriciteit kwam uit het hoofdhuis en voor het water had de familie een bron geslagen onder hun huis; zij konden aan het lawaai van de motor horen of een gast lang water verbruikte, of als in de winter een leiding gesprongen was. Er was geen riool, de gemetselde beerput voldeed uitstekend, maar meneer Leeuwendal mopperde vaak over verstoppingen en wist dan precies de schuldige aan te wijzen: een vrouw. Zo nu en dan moesten deze geleegd worden en dan kwam hij met een kruiwagen en een speciale schep om hem leeg te lepelen de smurrie werd in de moestuin van de familie begraven.

Voor de jongens was er een slaapkamer met twee stapelbedden en de meisjes aan de andere kant hetzelfde. Mijn moeder had ook wel eens huisjes elders gehuurd, bijvoorbeeld op Ameland, wij kwamen dan meestal in een verbouwd kippenhok terecht waar iedereen in de zelfde ruimte sliep, dat was in die tijd heel gewoon.

De ouders sliepen op een uitschuif bed in de woonkamer. Midden in de kamer stond een ronde tafel met 4 stoelen er om heen. Er waren twee krukjes en twee stoelen met leuning. Mevrouw Leeuwendal had gordijnen genaaid van rode stof en op de grond lag jabo tapijt.

‘s Ochtends vroeg kwam de heer Leeuwendal vragen of je nog wat nodig had uit het dorp. Hij ging dan naar de Spar en was gebrand op de zegeltjes.

Als je vertrok kwam Riekie de boel schoonmaken. De Jabo-kleedjes werden in het bos met de mattenklopper schoon geklopt hiervoor waren tussen de boompjes speciale stangen opgehangen

Als je iets gewoons nodig had zoals macaroni, Saromapudding, thee of koffie, dan werd je verondersteld dat in het winkeltje te kopen. Aangezien later mensen een auto hadden en zelf boodschappen gingen doen kon de heer Leeuwendal daar kwaad op reageren. Mevrouw Leeuwendal (Pop)ging op een goed moment warme maaltijden verkopen, heerlijke Hollandse kost, met roomboter bereid. Dat heb ik ook van horen zeggen want mijn moeder kookte alles zelf, meestal macaroni met ham (uit blik) en kaas.

De lakens moest je zelf meenemen, later werden er ook lakenpakketten verhuurd.

Er was een grote maatschappij die standaard een aantal huisjes afhuurde, de Aegon. Onder druk van deze grote huurder kwamen er langzamerhand steeds meer verbeteringen. Zo werd de wastafel vervangen door een lavet met geiser en werd de kolenkachel vervangen door een oliekachel. Mijnheer Leeuwendal verkocht de olie en de gasflessen. Zo kwam je altijd in een verwarmd huisje want van te voren werd de kachel aangestoken. Er liep een klein bospaadje door het bosje, waar je verschillende bruggetjes moest passeren. Het was verboden om daar te fietsen, want er zouden wel eens kleine kinderen onder de fiets kunnen komen. Piet Leeuwendal stond op de loer om je bij een overtreding in de kraag te grijpen. Voor de fietsen was een mooie stalling aan de voorzijde, daar was ook een bestrate parkeerplaats voor 10 auto’s gemaakt. Voor de kinderen was naast het winkeltje een leuke speeltuin met schommels, draaimolen en wip. Mijn broertjes en later mijn kinderen hebben er heel wat leuke uurtjes doorgebracht.

Toen de leeftijd van het echtpaar hen daartoe noodzaakte werden trouwe huurders gebeld met de vraag of zij interesse hadden om een huisje te kopen. Mijn moeder zei direct ja. Zij was zo verliefd geworden op Dalfsen dat zij later ook in Dalfsen is gaan wonen: Pleyendal.

Ik zelf kon het ook niet loslaten en heb, na vele omzwervingen over de hele wereld, een huisje gekocht toen de heer Leeuwendal de rest verkocht, in 1986.

Samen met een aantal andere families ben ik dus een bewoner van het eerste uur, wij hebben echter de huisjes gedeeltelijk verfraaid en gedeeltelijk vervangen want de bouw was eigenlijk heel krakkemikkig en niet bedoeld om zo lang mee te gaan. Slechts een enkele is nog in de oude staat.

Toen begin van deze eeuw het winkeltje ook zou verdwijnen heb ik het openlucht museum in Arnhem ingeseind, een specifiek onderdeel van het jaren 50 gevoel zou misschien voor hun interessant zijn. Maar zij waren niet geïnteresseerd.

Mevrouw leeuwendal heeft nog tot diep in de 90 in het park gewoond. Het was altijd een gezellig moment om bij deze gastvrije vrouw te zitten theedrinken.

Geschreven voor Dalfsennet door Nienke van de Molen, Hartelijk dank daar voor.

Nienke van der Molen exposeert in Dalfsen

Nienke van der Molen uit Den Haag exposeert in ’t Oude Postkantoor met aquarellen en andere schilderijen. Nienke komt al vanaf haar 15e jaar recreëren en creëren in Dalfsen, aanvankelijk in bungalowpark het “sterrebos” aan de Bosrandweg (van Piet en Pop Leeuwendaal) als huurder van een van de Hans en Grietje-achtige huisjes.

 

Vanaf 1986 is zij inmiddels de gelukkige eigenaar van huisje “Mars” waar zij, sinds haar pensioen meer tijd kan doorbrengen om te schilderen. Het schilderen heeft zij eigenlijk haar hele leven gedaan, maar de laatste 20 jaar heel intensief, inmiddels in een eigen atelier in het huisje Mars.

“Mijn onderwerpen zijn allerlei, mijn laatste werk is een postzegelserie”, aldus Nienke.

 

 

 

Artikel delen: