DALFSEN – Op weg naar Rechteren rook ik een geur wat nog herkende van vroeger. Hooibroei. Lang niet meer geroken die geur. Ik fietste verder voor ik het eigenlijk in de gaten had dat het om een broeigeur ging. Op de rem, even terug. Ja, ik had gelijk, een vracht nat gras lag daar op een hoop. Even om de hoop heen kijken, en ja hoor daar kwam de warme damp zichtbaar uit. Ik zeg damp, als dit lang doorgaat, gaat het vanzelf over in rook. Ik zal morgen even weer kijken of hierdoor een brand ontstaan is. Vroeger zijn er verschillende boerderijen en hooibergen afgefikt op deze manier.
Hooibroei is de benaming voor een proces waarbij een hoeveelheid hooi of ander organisch materiaal (uiteindelijk) tot zelfontbranding komt. Hierbij kunnen complete boerderijen afbranden. Doordat hooi vaak opgeslagen wordt in de nabijheid van vee wordt dan ook snel dit vee bedreigd bij een brand.
Hooi kan bij hooibroei door spontaan verlopende fermentatieprocessen in brand raken, fermentatie vindt plaats onder invloed van micro-organismen wanneer het hooi vochtig is. Micro-organismen “eten” van het hooi, ze vormen grote levensgemeenschappen die tezamen de temperatuur van het hooi doen stijgen tot soms boven de 100°C, het hooi broeit dan. De warmte die wordt gegenereerd kan in het natte hooi nergens naartoe en verhit dus het hooi zelf. Door deze verhitting neemt de activiteit van micro-organismen nog sneller toe, zodat het proces zichzelf in stand houdt en versterkt. Dit wordt verraden door een typerende karamel-achtige geur. Als het hooi een temperatuur van 55°C bereikt volgt er een chemische reactie waarbij brandbare gassen vrijkomen. De biologische activiteit neemt door de toegenomen temperatuur sterk af. Uiteindelijk bereikt de reactiehitte de buitenkant van de hooiberg. Dit hooi is meestal droger en staat bovendien in contact met de lucht. Wanneer de temperatuur van de buitenste hooilagen voldoende is opgelopen zal de hooiberg spontaan in vlammen uitbarsten. Over het algemeen komt hooibroei binnen 6 weken na het oogsten voor.
Boeren gebruiken al sinds de 17e eeuw hooiroeden, ijzeren staven die in de hooiberg geschoven worden. Na een uur wordt de roede uit de hooiberg gehaald en aan de temperatuur kan men voelen of er een broeiproces gaande is. Tegenwoordig kan met (elektronische) thermometers hetzelfde gedaan worden maar dan sneller en nauwkeuriger.
In plastic verpakte grote hooibaal
Preventie
De belangrijkste maatregel om broei te voorkomen is het droog opslaan. Het vochtgehalte mag niet meer dan 22% zijn, voor grote balen zelfs niet meer dan 18%. Daarnaast is het van belang dat de temperatuur regelmatig gemeten wordt. De soort gras is ook van belang, nieuw ingezaaid grasland, sterk bemest gras of bepaalde grassoorten zijn niet geschikt voor het maken van hooi. In een hooiberg kan ook een ventilatiekanaal vrijgehouden worden tijdens het stapelen van het hooi. Door lucht door het kanaal te blazen met een ventilator wordt warmte en vocht uit de hooiberg afgevoerd. Dit voorkomt hooibroei terwijl het hooi iets vochtiger opgeslagen kan worden. Tegenwoordig worden vaak grote hooibalen geperst van meer dan 500 kilo per baal. Door de grootte zal hooibroei in het binnenste sneller optreden doordat de warmte de baal niet kan verlaten. Deze balen worden daarom vaak in plastic verpakt om te voorkomen dat zuurstof bij het warme hooi komt zodat het niet kan ontbranden (in de volksmond ‘voordroog’ genoemd).



