De kwaliteit van het leefgebied van het korhoen op de Sallandse Heuvelrug staat zwaar onder druk. Dat blijkt uit onderzoek naar de achteruitgang van het korhoen. Genetische verarming en de slechte kwaliteit van het leefgebied maken dat de soort niet of nauwelijks van de ondergang gered kan worden. Dit concluderen Vogelbescherming Nederland, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten na twee jaar onderzoek naar de oorzaken van het verdwijnen van deze vogelsoort op de Sallandse Heuvelrug in Overijssel.
Bijplaatsing van Zweedse soortgenoten heeft in de huidige omstandigheden geen zin. “In Salland leven de allerlaatste wilde exemplaren van de korhoen. De onderzoeken tonen aan dat het verdwijnen van het korhoen komt door de gevolgen van grote kwesties die niet op korte termijn op te lossen zijn. Dit is ook zeer verontrustend voor andere vogels”, stelt Lars Soerink van Vogelbescherming Nederland. De drie natuurorganisaties constateren dat de soort voor Nederland waarschijnlijk niet gered kan worden.
Korhoen gedijt niet in agrarisch gebied
Twee jaar geleden spraken de drie organisaties af, met steun van de Provincie Overijssel, zich in te spannen voor het korhoen. Uit diverse onderzoeken blijkt nu de belangrijkste oorzaak voor het uitsterven, de ongunstige kwaliteit van het leefgebied. Dit wordt vooral veroorzaakt door invloeden buiten het natuurgebied de Sallandse Heuvelrug. Het korhoen, evenals de veldleeuwerik en patrijs van origine boerenlandvogels, gedijt niet meer in agrarisch gebied. Dit komt door een hoge stikstofuitstoot van met name landbouw, waardoor verzuring in omliggende gebieden optreedt. “Het gevolg is dat insecten verdwijnen en vogels geen voedsel meer hebben. In heidegebieden hielden ze nog, omdat natuurbeheerders hun best doen om ze daar te behouden. Maar als de kwaliteit van het omringende gebied blijft afnemen, lukt het niet”, stelt Corné Balemans van Staatsbosbeheer.
Versnippering
Een andere aanwijsbare oorzaak van het uitsterven van soorten en in dit geval het korhoen, is de versnippering van natuurgebieden in Nederland. Hierdoor raken soorten geïsoleerd en genetisch verarmd. Het verbinden en vergroten van gebieden binnen het Nationaal Natuur Netwerk is een oplossing voor grotere biodiversiteit. Voor het korhoen is het waarschijnlijk echter te laat . Daan Vreugdenhil van Natuurmonumenten: “In Nederland is nog maar 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit over, in Europa is dat 50%. Meerdere soorten in Nederland worden met uitsterven bedreigd. Een somber vooruitzicht.”
Geen bijplaatsingen meer
De drie natuurorganisaties hebben besloten om het bijplaatsen van nieuwe Zweedse korhoenders te staken. “Zolang het leefgebied niet op orde is, plaatsen we geen nieuwe korhoenders bij. Vergroting en verbetering van het leefgebied heeft prioriteit. Op korte termijn verwachten we van de overheid hierin belangrijke stappen.” Wel blijven de organisaties zich inzetten voor goed beheer van de natuur in Salland. Dit betekent concreet het monitoren van de huidige korhoenpopulatie, uitvoeren van herstelwerkzaamheden op de heide en werken aan de vervolmaking van een Natura-2000 gebied, waar de Sallandse natuur verbonden wordt aan naastgelegen gebieden. Het tegengaan van de invloed van teveel stikstof op het ecosysteem heeft prioriteit. Dit geldt overigens niet alleen voor Salland, maar overal rond natuurgebieden in Nederland.
Advies aan Rijk en provincie
De Vogelbescherming, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten doen hun bevindingen aan staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken en de Overijsselse gedeputeerde Maij. Het advies gaat gepaard met aanbevelingen over het toekomstige beheer van de Sallandse korhoenpopulatie. Hierbij zijn ook conclusies van (inter-)nationale en onderzoekers en specialisten, die op 1 november bijeenkwamen voor een expertmeeting, meegenomen.
bron: Staatsbosbeheer,

