Reactie op de Joodse Begraafplaats

DALFSEN – Zoals de meeste Joodse begraafplaatsen ligt ook die van Dalfsen buiten het dorp zelf, in de buurtschap Gerner. De Israëlitische gemeente (= kille) werd gekenmerkt door een eigen begraafplaats en een eigen synagoge. Soberheid en natuurlijk verval zijn voor een Joodse begraafplaats karakteristiek. Er is de wens om een graf als erfelijke bezitting te verwerven als teken dat Israël leeft. Dit eeuwig grondbezit maakt het volgens de Joodse wetgeving onmogelijk en ondenkbaar dat een begraafplaats wordt geruimd.Nadat op 26 juli 1958 burgemeester Van Bruggen had gewezen op de verwaarloosde toestand van de begraafplaats werd op last van Burgemeester en Wethouders van Dalfsen de begraafplaats door de gemeentearchitect in een goede staat gebracht. Dit gebeurde echter in tegenstelling tot de volgens orthodox-joodse traditie beheerde begraafplaatsen: niets mag daar worden verwijderd wat er ooit is terecht gekomen zoals gevallen bladeren en hout, gemaaid gras en de brokstukken van gebroken grafzerken. Sedert 1958 wordt de begraafplaats door de gemeente Dalfsen op eenvoudige wijze onderhouden en draagt hierdoor ook het karakter van een monument ter nagedachtenis aan de niet meer bestaande Joodse gemeenschap in Dalfsen. In 1966 werd de begraafplaats overgedragen aan het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (“NIK”) te Amsterdam.

 

 

Artikel delen: