DALFSEN – Vanmiddag melde een natuurliefhebber de eerste kieviten al te hebben gezien in Dalfsen. Deze verbleven in een weiland bij het huisje over ( of voor ) de brug, daar naar beneden richting het Veerland. Ter hoogte van het knienbussie zaten er wel 50 tot 60 stuks. Normaal gesproken (van vroeger uit) zijn ze pas rond eind februari.
Dit alles heeft te maken met de zachte winter, dan hoeven de vogels niet te trekken, dat geld overigens ook voor goudplevieren. Er is genoeg voedsel te vinden in de akkers en weilanden. ; in strenge winters trekken deze vrijwel allemaal weg. Als de vorst wijkt, trekken kieviten als eerste weer terug. Zij pendelen heen en weer met de vorstgrens. Goudplevieren blijven vaak weg tot het vroege voorjaar als de vorst ze eenmaal heeft verdreven.
Door het ontbreken van vorst en sneeuw is er nu nog volop voedsel beschikbaar. Kieviten en goudplevieren leven vooral van regenwormen, maar ook van emelten. Bij vorst, maar ook wanneer de grond te droog is, kruipen wormen diep de grond in en worden ze onbereikbaar voor kieviten en goudplevieren. Want beide soorten zoeken hun voedsel vooral op het oog. Maar in veel polders is het soms drijfnat door de vele regen. Hierdoor verblijven de wormen dicht onder de oppervlakte en zijn ze makkelijk te vinden.
De sterk wisselende aantallen als gevolg van het weer maakt het lastig om de trend van beide soorten goed te kunnen volgen. Het aantal kieviten en goudplevieren dat doortrekt en overwintert neemt vermoedelijk wel af, met name in het boerenland. De meest aannemelijke oorzaak hiervoor is verslechtering van hun leefgebied. Door mestinjectie, scheuren van grasland en waterpeilverlaging neemt de beschikbaarheid van het voedsel af. Goudplevieren hebben een voorkeur voor oud grasland, dat snel verdwijnt. Ze trekken steeds meer naar de getijdengebieden, waar ze leven van onder andere wadslakjes.
Nederland is een belangrijk land voor doortrekkende en overwinterende kieviten en goudplevieren, die voor een groot deel afkomstig zijn uit Scandinavië en Rusland. Vele tientallen procenten van de totale Noordwest-Europese populaties van beide soorten verblijft voor kortere of langere tijd in ons land. De kievit is nog steeds een talrijke, hoewel in aantal afnemende, broedvogel in Nederland; de goudplevier is een voormalige broedvogel van hoogvenen en natte heiden en heeft voor het laatst in 1937 en 1974 in Nederland gebroed.
Tekst: Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland

