DALFSEN – Daken komen er in veel soorten voor, steeds meer, maar als we spreken over monumenten dan is het aandeel nog redelijk beperkt, maar ook andere gevelaanduidingen kunnen vragen oproepen.
Zadeldak, een dak met twee gelijk hellende dakvlakken tegen elkaar.
Wolfsdak, een zadeldak waarvan de kopgevels gedeeltelijk zijn afgeschuind.
Schilddak, een op een wolfsdak lijkend, maar waarvan de einden op dezelfde hoogte beginnen als die van de zijgevels en dus bestaat uit 4 trapeziumvormende dakvlakken.
Mansarderkap, een zadeldak die in het dakvlak twee daklijnen heeft, meestal het onderste deel steiler zodat er binnen meer ruimte ontstaat.
Lessenaardak, een hellend dakvlak van minimaal 15 graden oplopend.
Hallenhuisboerderij, een boerderij met een plattegrond bestaande uit een woongedeelte, deel en stal onder een dak. Heeft een vrijstaande laaghangende gebintconstructie, waarop het dak en de eventuele zoldervloer rust.
Staafankers, de ankers waarmee gebint- of balkconstructie is verbonden met het buitenmetselwerk, vaak gedecoreerd met een jaartal of bloemmotief.
Strek, (soms hanekam genoemd) metselwerk boven ramen of deuropeningen om de druk op muuroverspanningen op te vangen, in trapeziumvorm uitgevoerd of licht getoogd. De lange smalle zijde van een metselsteen wordt ook de strek genoemd, het korte deel heet de kop.
Ontlastingsbogen, zijn gemetselde togen om de druk van het metselwerk op te vangen boven een boog, grote raam of deurpartijen, beginnen ook breder dan de benodigde opening.
Rollaag, een eenvoudige strek, die echter weinig druk kan opvangen van bovenliggend metselwerk, komt ook voor als vensterbank en als decoratie in het gevelmetselwerk.
Vlechtingen, zijn meestal wigvormige versieringen in het metselwerk langs schuine dakranden
Vensters, genoemd in monumentenomschrijving worden de raampartijen mee bedoeld. Rechtgesloten is dat de zijkanten en de bovenzijde recht zijn, dus als een rechthoek in de gevel.
Luiken, zijn de houten vensters die gebruikt worden om ramen af te dekken tegen felle zon of kou, maar zijn vooral bij landgoederen uitgevoerd in de kleuren van het landgoed en als zodanig herkenbaar.
Riettoef is de rietbeëindigend in een rieten wolfsdak en wordt als toefje bij elkaar gebonden.
Hooiluik, is een luik, meestal in de achtergevel waarmee het hooi na de oogst naar binnen kan worden gebracht, gelijk op de hooizolder of de slietenzolder.
WvdV
Lastige betekenissen monumententeksten
Artikel delen:

