OOSTERDALFSEN – Het historisch veldonderzoek op de Gerner Es ligt nog geheel op schema, vandaag de 4e dag en inmiddels is een veld van ongeveer 15 meter breed en 250 m lengte blootgelegd, per dag moet de ploeg ongeveer 700 m2 onderzocht hebben. Het mooie weer van de afgelopen dagen maakte het onderzoek ook gemakkelijker. Zoals eerder aangegeven wordt elk punt waar mogelijk resten uit de prehistorie aanwezig zijn heel goed in kaart gebracht en exact ingemeten. Pas daarna wordt elk spoor geheel uitgegraven. Als er verdachte sporen in de uitgegraven grond zitten met mogelijke resten of zaden dan wordt dit in een emmertje gedaan, gemerkt om later op school nader te kunnen onderzoeken door middel van zeven en uitspoelen. Dit is een klusje voor de studenten als ze hier met het opgraven gereed zijn. Op een aantal plaatsen worden behoorlijk wat potscherven uit die periode opgegraven en stukjes vuursteen. Daar waar scherven aanwezig zijn gebeurt het graven met de uiterste voorzichtigheid men een heel klein troffeltje om maar niet te breken of te beschadigen. Toch zijn ook de afgelopen dagen weer belangrijke sporen tevoorschijn gekomen.
Projectleider Drs. Niels Bouma legt uit wat er verder deze week aan sporen gevonden is. Onder andere de oude weg dwars over het onderzoeksveld waar ook in het vorig onderzoek al sprake van was. Sporen van de karren zijn in het zand zichtbaar, op die plaats is de grond diep donker grijs van kleur omdat ook in die tijd de wegen vaak slecht waren en het spoor steeds breder werd. (Jammer dat het vandaag met de wind wat ondergestoven is, maar op de foto nog goed zichtbaar). Dat de weg soms slecht was blijkt ook wel omdat het spoor ongeveer 12 meter breed is, omdat men steeds de droge delen op zocht. Opvallend is dat er aan weerszijden van deze vermoedelijk oude weg kleine nederzettingen hebben gestaan, althans dat geven de sporen aan. Begin deze week zijn sporen van een kleine nederzetting (mogelijk een boerderij of opslagschuur o.i.d.) gevonden en daar vlak bij een aantal kringgreppels, dat zijn klein grafheuveltjes. In het midden van de kring zie je een verkleuring van de grond wat mogelijk de begraafplaats was van iemand die overleden was, de kringgreppel is ontstaan doordat het zand uit die greppel is gebruikt om de overledene af te dekken, te begraven. Ook vandaag kwamen er sporen tevoorschijn van een kleine nederzetting. Iets verder in het veld lijkt een waterput te zijn gevonden, die moet ook nog verder uitgegraven worden. Dan zal ook die inhoud tot de bodem van de put nader worden onderzocht. Weer iets verder zijn twee stuks brandputten gevonden van ongeveer 1 meter doorsnede, nog niet duidelijk is of die uit de prehistorie komen of van iets latere datum Zeker is dat ze eeuwen oud zijn omdat deze bijna een meter onder de grond liggen. De botresten, as en het houtskool wat men op het veld op verschillende plaatsen vindt worden op een laboratorium nader onderzocht volgens een C 14 methode. Daarmee kan met nauwkeurig aangeven uit welke periode het afkomstig is.
Erg blij is de ploeg met de uiterst zorgvuldige machinist van de graafmachine, door zijn precisiewerk gaat er niets verloren.
Helaas zijn de weersvooruitzichten wat minder in de komende dagen, maar Niels geeft aan dat ondanks regen het werk voor hun gewoon doorgaat, dan maar met regenkleding. Het zijn ook echte bikkels die daar in weer en wind aan het graven zijn en zoeken naar iets wat ze niet weten of dat er is.
WvdV













