DALFSEN – Bij het Luchiespad wordt aan twee kanten gebouwd: door de mens en de mol aan een huis bovengronds en onder de grasmat. De mens haalt grond uit de akker en maakt ruimte voor het fundament. De mol graaft een centrale ruimte van waaruit hij gangen graaft. De grond van die ruimte wordt omhoog gewerkt met een achterwaartse beweging door poten die daarvoor gemaakt zijn: de molshoop.
Die gangen kunnen wel 120 cm diep worden en 200 meter lang.
De mens leeft solitair of samen, de mol leeft alleen en slechts in de paartijd krijgt het vrouwtje bezoek van een mannetje.
Een baby bij een mens wacht 9 maanden voordat die met het nodige lawaai geboren wordt, de mol is 11 maanden na de geboorte al geslachtsrijp. De kinderen worden bij de mens meestal (op) gevoed door een vader en moeder, het vrouwtje bij de mol moet het alleen doen. Maar na drie maanden moeten de jongen zelf een territorium veroveren. Vandaar dat op één weiland in verschillende hoeken series molshopen ontstaan.
De mens kan dadelijk zien na de geboorte, en de mol pas na een dag of twaalf en is dus niet blind, wel slechtziend.
Heel bijzonder is de vacht met haren die twee kanten gladgestreken kunnen worden. Waarom? De mol graaft voor- en achterwaarts. De haren glijden mee …. Reuk en gehoor zijn goed ontwikkelde zintuigen. Lenze.B.


