Dialectavond Dalfsen grote deelname

DALFSEN –  Ai’j plat kunt proat’n, doei met an een dialect wedstried. Donderdagavond de jaarlijkse dialectavond van de Historische kring Dalfsen trok zo’n 60 deelnemers uit de omgeving. Neen niet alleen Dalfsenaren of uit de gemeente Dalfsen. (Uit Oudleusen was dit keer niets aanwezig), wel een vijftal Ommenaren. De aftrap werd gegeven door Jan Sibelt met het verzamelen van oude kinderspelletjes. Hij had er al zo’n 20 gepresenteerd, maar vanuit de zaal kwamen er nog verschillende voor die niet iedereen kende. Daarna werd overgegaan naar het doel van deze avond, wie wordt de beste dialectkenner in Dalfsen.
Eerst werden de spelregels uitgelegd en alleen de voorleesster Nelly Holterman uit Raalte gaf aan wat het goede antwoord is wat bij het verhaal hoorde. Nelly las een erg lang verhaal voor in het dialect, ging over een oma Jannoa, die met de “wichter” aan het spelen was en eigenlijk veel meer deed dan ze aan kon, met het gevolg dat ze dagenlang spierpijn had. Aandachtig volgden de deelnemers uit de zaal het gesprek om maar niets te missen. Na het voorlezen werden formulieren uitgereikt met 36 vragen met daarachter drie antwoorden, waarvan er maar een goed is in dit verhaal.
De woorden die voorkwamen waren Oale kunnigheid (oude bekende), rammenten (wild stoeien), heisteren (kabaal maken), kreute (lastig kind), armezier (lid van RK Armenbestuur), bleagie (jong meisje), slok in de kuut’n (lenig), Angelus klökkie (12 uur), pos evät (plaats genomen), sjots (vaart), berappen (belopen), dreestikken (drie op een rij), allegisnie (helemal niet), zörge (leunstoel), efoggeld (mank lopen), kötterstee (kleine boerderij), bestriens (schrijlings), mannefacturen (beddegoed), völ te machtig (zwaar op de maag), hen bladärken (niet goed wijs), mätteln (veel moeite doen), nöstekuuk’n (jongste kind), smeu (lenig), angoan (te keer gaan), rännies (ondeugend kind), plumpse (grote hoeveelheid), klabätter’n (hard vallen), ongel (rundervet) , rieze (fijne takken), kluppelties (aanmaakhout), ’n rare foeke (een raar geval), flodderkedette (waait met elke wind mee), zökke (lapzwans), boeksprekker (opschepper), vernemstug (pienter), onderdoems (stiekem.
Maak er maar wat van zou ik zeggen. Maar dat bleek toch moeilijker dan verwacht. Van de deelnemers waren er 4 personen die er 31 goed hadden, niemand meer. Ik had er 27 goed, dus dat was een goed gemiddelde. Maar de beste Dalfsenaar was Henk van der Beeke. Hij ging er met de eerste prijs van door na een korte vragenronde bij de 4 personen die gelijk geëindigd waren. De prijs was een jaar lang de titel de beste dialectkenner van Dalfsen te zijn, maar hij ontving ook een kleine attentie.
Het was weer een heel geslaagde sessie, na de prijsuitreiking las Jan Sibelt nog een mooi gedicht voor van Johana van Buren.
WvdV

Artikel delen: