DALFSEN – Mataram, Franckeler Dieze en de geschiedenis.
Allereerst plaatsen wij een eerder geplaatst artikel welke u een indruk geeft van de rijke geschiedenis van de Mataram en de benamingen die in het verleden aan dit landgoed zijn gegeven. Daarnaast een tekening zoals het huis Mataram zoals die er vermoedelijk heeft uitgezien, dit huis in rond 1900 gesloopt en stond op de locatie binnen de grachten. Volgens verhalen van oud inwoner van Hoonhorst, Bernard Damman zijn de balken die uit de sloop zijn gekomen gebruikt bij het bouwen van hun woning aan de Oude Vechtsteeg te Hoonhorst. Maar dat huis heeft de tweede wereldoorlog niet overleefd en ook die sporen zijn er nu niet meer. Over de Mataram en de Horte is nog heel wat meer te vertellen dan bijgaand artikel en in de komende weken proberen wij u het vervolg te laten beleven. Maar leest eerst onderstaand artikel, dat geeft een goed beeld hoe het vroeger was. Natuurlijk kunt u op Dalfsennet nog veel verhalen terugvinden als u rechts bovenaan in het startprogramma in het zoekveld Mataram invult.
De havezathe Dieze of Eze lag in de buurtschap Emmen, kerspel Dalfsen. Sedert het midden van de 17e eeuw werd het ook wel ’t Franckeler genoemd. Nadat het in het bezit was gekomen van de familie Van Rhijn heette het goed Mataram. Het goed Dieze maakte oudtijds deel uit van het grote complex goederen wat toekwam aan de familie Van den Rutenberg. In een lijst van leenmannen uit 1382 lezen we dat Haecke van den Rutenberghe beleend was met ” ’t goed geheten Dese te Eme in Dalvessemer kerspel”. In 1385 werd bezwaard met jaarlijkse rente. In 1422 wordt als eigenaar genoemd Alof van den Rutenberg. In 1520 aan erfgenamen van Lubbert de Wrede, bemeijerd (gehuurd) door Derk Gosens op de Eze. In 1545 beleend door Egbert Hake van den Rutenberg tot Zuthen, in 1583 door Engelbert van Doetinchem.
In 1631 verkocht aan Zweder van Haersholte tot Haerst. Van 1641 tot 1642 werd het goed in 9 gedeelten verkocht. Thomas Thomassen de Olde kocht het laatste perceel van het goed, bestaande uit het huis, de hof met de “pol”, bezaaid met eikels en een singel er om heen, de elshagen en enige stukken land. De familie Thomassen bezat ook al de Horte en het erve Thuessink in Lenthe.
Aaltje Thomassen gehuwd met Ernst van der Marck verkreeg het goed in 1646. Daarna hun dochter getrouwd met Willem Rouse vanaf 1709. Hun oudste zoon Gerardus Rouse stierf hier als luitenant-generaal in 1763. In 1769 behoorde het goed aan hun zoon, de Zwolsche burgemeester Lucas Gijsbert Rouse. Haar zuster die het in 1797 vererfde liet het oude huis afbreken en verving het voor een nieuw huis. In 1799 is zij echter overleden en werd het publiekelijk verkocht en verworven voor Joannes Matthias van Rhijn voor F 66000,- , geboren in Amsterdam, maar was resident geweest aan het hof te Mataram in Oost-Indië.
Te Semarang trad hij in 1760 in het huwelijk met Margaretha Elisabeth Gobius. Rijk geworden in de Oost keerde het echtpaar terug en ging in Emmen wonen. Naast de Dieze ofwel Franckeler verwierf van Rhijn in 1800 ook nog het naburige buitenplaatsje de Horte van de familie Brouwers. De Horte noemden ze Djokjakarta en het Franckeler vanaf nu Mataram. Nog in 1801 overleed van Rhijn en ging het goed over naar zijn zoon Mr. Johannes Wilhelmus van Rhijn, in 1790 gehuwd met Catharina van der Niepoort, doch dit huwelijk werd in 1824 ontbonden. Dit had tot gevolg dat hij het goed met een lening moest bezwaren, doch hij kon niet aan de schuldeisers voldoen waardoor het goed openbaar zou worden verkocht.
Maar nog voor de verkoping overleed van Rhijn. Zijn zoon Derk Nicolaas van Rhijn, ontvanger van de Rijks-belastingen die op de buitenplaats de Beeze te Ankum woonde bood het goed in 1827 te koop aan. Het goed werd aangeboden als ”de uitgestrekte, geheel in eene gracht gelegene, met ene dijk omgevene en daardoor voor alle overstroming beveiligde buitenplaats Matarm, gelegen 1 ½ uur gaans van Zwolle en ½ uur van Dalfsen, op eenen tot alle vervoer geschikte afstand van de rivier de Vegt, voorzien met groote bouwhuizen, schuuren, hooi en steltenbergen, berglootsen, oranjehuis, groenkelder en een buitengewoon logeabel, schoon, hegt, net betimmert heerenhuis, waarin behalven grooten, altijd drooge kelder, zolders, keukens met regenbak, pompen, oven en verdere gerieflijkheden, ongeveer twintig geplafonneerde kamers, zijnde hetzelfde in den jare 1798 van gronds af nieuws opgebouwd, voorts van ruime met exquise vruchtbomen beplante hoven en moestuinen, engelsche partijen, akkermaalsbosschen, weide- en bouwakkers, kwekerijen van diverse plantsoen en eindelijk van ongeveer 8000 stuks houwbare eiken- beuken- en dennenboomen”.
Het geheel werd geschat op 60 bunder. Verder werden aangeboden de erven Ramakers, ’t Schippers of Kleine Vrielink, het Brinks, de katersteden den Hoek en ’t Brugts, alsmede het fraaie onbewoonde heerenhuis de Horte. Het geheel werd in1828 aangekocht door Johan Adriaan baron van Frydagh, houtvester en lid van de Provinciale Staten van Overijssel, wonende op het buitenplaatsje Landwijk te Zalnè. Na vererving werd het goed Mataram door de erfgenamen in 1858 verkocht aan Jan Arend Godert baron de Vos van Steenwijk, burgemeester van Zwolle en lid van de Eerste kamer der Staten-Generaal.
De Horte bleef in handen van de familie Frydagh. Wel kreeg de baron De Vos van Steenwijk het recht van tolheffing op de weg van de Twentseweg richting dorp Dalfsen. Een jaar eerder had De Vos van Steenwijk ook het huis Voorstonden bij Brummen gekocht. Zijn vrouw was reeds eigenaresse van het naburige Vechterweerd. De familie vestigde zich in 1871 op het huis Voorstonden. In 1901 liet Jan Arend Godert De Vos van Steenwijk het huis slopen omdat het torentje van het huis was ingestort. Hij overleed in 1905. Het goed Mataram ging over op zijn zoon Mr. dr. Jan Arend De Vos van Steenwijk, waarvan de overboeking eerst in 1935 geschiedde.
Op korte afstand van het voormalige huis liet deze een nieuwe villa optrekken, waarin hij zijn intrek nam. De Vos van Steenwijk was directeur van het Kabinet van de Koningin. Hij overleed ongehuwd op de Mataram in 1941. Het landgoed vererfde op zijn neef Mr. Jan Arent Godert de Vos van Steenwijk. Thans behoort het goed na zijn dood toe aan zijn dochter Mr. Marie Edelgard Barones de Vos van Steenwijk, gehuwd met Jhr. Mr. Willem Hendrik de Beaufort ( bekend tot ongeveer 1975) (uit havezaten in salland en hun bewoners, door ws werkgroep historische kring hoonhorst)
Naschrift; Wat nu nog over is van deze rijke geschiedenis is slechts de poort met ijzeren hekken en bruggetje wat zeer ernstig in verval is geraakt. Eigenlijk zou dit een rijksmonument moeten worden. Maar ook de gedeeltelijk gedempte grachten, sporen van nog een brug en van een kelder zijn stille getuigen die wegkwijnen. De ommuurde tuin zal nog wel even blijven staan, maar zonder onderhoud gaat alles verdwijnen. Over tientallen jaren zal ook hier weer de geschiedenis alleen maar op papier staan. Jammer.


