College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim

College op bezoek bij kwekerij Huetink

LEMELERVELD – Het college van Dalfsen op bezoek bij Lelie-kwekerij Huetink aan de Grensweg te Lemelerveld. Het bedrijf Huetink ooit begonnen als kalvermesterij door de vader van Sjaak en Henri Huetink, maar in de 80er jaren ontstonden er steeds meer problemen door een strenge regelgeving. Mestkalveren werden veelal gevoerd met kunstmelk en produceerden veel mest, maar het leverde weinig mineralen op, dus werd er gezocht naar afzetgebieden. Eerst in de vorm van meer grond, maar de kosten waren dermate hoog dat er weinig meer in te verdienen was. Er werd gezocht naar andere afzetmogelijkheden en het bedrijf begon met de teelt van prei, daarnaast ook andere groenten als wortelen en uien en hadden in korte tijd 30 ha groente staan. Begin jaren 90 kwamen ze in contact met de bollenindustrie en een leliekweker, met een lelie welke uitermate geschikt was voor deze zure zandgrond en op aantal kleine kavels werden lelies gepoot met goed resultaat.

 

De groente werd als snel vaarwel gezegd en de lelieteelt van eigen rassen is begonnen. In 2001 hebben ze definitief afscheid genomen van de kalvermesterij en werd de stap naar de bollen genomen omdat de mestproblematiek te groot werd en het stond niet in verhouding met de kosten. Onze ouders hebben onze beslissing geheel ondersteund en onze oudste broer is ook hier in het bedrijf in dienst gekomen.

 

Het verbouwen en het in de markt zetten van een nieuw leliesoort kost 4 a 5 jaar. Hiervoor hebben we in het begin ook teeltbedrijven opgezet in Engeland en Portugal omdat we daar met een langer seizoen zitten, mindere arbeidskosten en de productie minder vorstgevoelig is. Maar na een aantal jaren werden ook daar de regels aangescherpt en mochten er geen bollen vanuit het buitenland worden ingevoerd en werden de grenzen voor import gesloten. Dit was voor ons een reden om met de kweek daar weer te stoppen, wel hebben we daar een aantal heel goede relaties aan overgehouden. Je moet er voor zorgen dat je een aansluiting blijft houden bij de wereldmarkt.

 

2008 een rampjaar voor de bollenindustrie, de economie stortte totaal in en bloemen is een luxe product wat gelijk de gevolgen ondervond. Veel bollenkwekers hebben het loodje moeten leggen. Het heeft ook ons veel gekost om nieuwe afzetmarkten te vinden. Ons geluk was dat we op goede schone zandgrond zitten en konden onze activiteiten 4 jaar terug uitbreiden met de teelt van plantuitjes en aardbeiplanten voor vrijwel heel Europa.

 

Op dit moment hebben we 125 ha lelievelden, 70 ha plantuitjes en 5 ha aardbeiplanten staan, op gronden van ongeveer 35 eigenaars. Daarnaast nog 5 ha bij Bordeaux in Frankrijk en zijn in onderhandeling in een samenwerking over een terrein van 100 ha. Binnen Nederland proberen we de krachten te bundelen met andere telers en kwekers en ontwikkelen samen nieuwe soorten in goedkope lonen landen in Afrika en Zuid Amerika vanwege de warmte en de goedkopere lonen. Dus zitten we vaak in het buitenland om vooral kwaliteit te kunnen leveren. Op dit moment telen we ongeveer 60 soorten lelies en in totaal plusminus 50 miljoen bollen per jaar.

 

Blijvend zijn we op zoek gegaan naar nieuwe teeltgebieden en het stelt hele hoge eisen aan de grond. Wat betreft arbeid hebben we 12 mensen in vaste dienst, in het hoogseizoen 35 man aan zzp-ers en uitzendkrachten en daarnaast een kleine 50 scholieren die hier hun vakantiewerk vinden. Onder dat personeel zijn ook een aantal Portugezen waarvoor wij zorgen voor een goede huisvesting. Binnenkort starten we met de oogst van de bollen met 70 tot 80 man.
Naar het personeel is het een voorwaarde vooral duidelijk te zijn. Alle mensen die hier tijdelijk of vast komen werken krijgen eerst een instructie omtrent de regels in het bedrijf, die instructie verstrekken wij in meerdere talen en laten ieder tekenen voor ontvangst en men weet waar men zich aan moet houden. Dit moet je strak in de hand houden omdat we van de kwaliteit afhankelijk zijn.

 

Financieel is een teeltbedrijf best lastig te plannen. Wij reserveren in elk geval 15% van de jaaromzet in de ontwikkeling en kweek van nieuwe rassen om de toekomst zeker te stellen. Elk voorjaar gaat er voor een kapitaal de grond in en de oogst zie je pas terug in het jaar daarop in januari en februari, dus het kapitaal zit in de grond. Banken blijken in elk geval voor gezonde bedrijven wat soepeler geworden. Wij denken dat door de crisis veel banken zelf intern grote problemen hebben gehad en die zijn ze nu redelijk te boven, het lijkt wat ontspannender. Maar naar de bank moet je vooral duidelijk zijn wat de plannen zijn.

 

Voor ons bedrijf is het belangrijk dat we geen bollen waar op dat moment onvoldoende afzet voor is te dumpen op de markt. Slechte prijzen is niemand mee gebaat, dus slaan we bollen die niet direct weggezet kunnen worden op in een van onze grote vriescellen om een latere periode af te zetten. Dat wordt gedaan met een temperatuur van min 2 graden.

 

Wat betreft plantuitjes en aardbeiplanten hebben we een heel beperkt afzetgebied, de afnemers zorgen voor verdere distributie en dat gaat wereldwijd. De lelieafzet gaat naar ongeveer 200 afnemers die zelf de bollen verpakken voor o.a. de tuincentra e.d. Maar ook veel kwekerijen en bloemenkwekers met kassen nemen veel bollen van ons af. Ook leveren wij beperkt rechtstreeks aan het buitenland, maar dit laten we zoveel mogelijk over aan de distributeurs.

 

Buitenlandse handel kan interessante klanten opleveren maar ook de risico’s zijn groot. De Chinese markt is de laatste jaren hard gegroeid, maar die zijn uitermate onbetrouwbaar als het op betalen aankomt. Toekomstmarkten zijn Iran, Vietnam, en India waar veel mogelijk is en de distributeurs houden die ontwikkeling goed in de gaten. De handel naar Rusland is wel sterk afgenomen, maar via de achterdeur gaan er nog veel bollen naar toe in witte dozen. Hier is vooral ook markt voor de afzet van plantuitjes omdat Rusland er aan werkt zelfvoorzienend te zijn blijft plantgoed noodzakelijk.

 

Veel leliekwekers zitten in de Noordoostpolder en in Zeeland, maar veel van die gronden zijn door overmatig gebruik onvoldoende rust gegund en daardoor ontstaan er ziektes. Een tussenteelt van Maïs of gras kan veel problemen voorkomen, maar daar is die tijd meestal niet gegund omdat het een productiejaar kost. Daarnaast is de kenniseconomie in Nederland onvoldoende afgestemd op de praktijk. Problemen in de teelt blijven onbelicht en economen en politici verklaren in het buitenland dat onze Nederlandse teeltproducten aan alle eisen voldoen, wat daarna voor de leverancier een probleem gaat geven omdat die niet aan de gestelde eisen kan voldoen.

 

De gewasbescherming heeft biologisch een grote vlucht gemaakt, maar niet alles is biologisch op te lossen. Een voorwaarde voor de lelieteelt is openheid en veel informatie verstrekken aan hen waar je de grond van huurt. Maar ook aan omwonenden. Er zijn goede gewasbeschermingsmiddelen, maar de beeldvorming wordt vaak door bepaalde milieubewegingen naar buiten gebracht alsof alles gif is.

 

Overal in heel Nederland mogen bollen geteeld worden, ook in waterwingebieden. Die organisaties richten zich nog steeds op de natte ontsmettingsmethoden die in het verleden werden toegepast. Daarmee werd alle leven in de bovenste grondlaag vernietigd. Wij hebben dat systeem echter nooit toegepast. Wel hebben we percelen waar we erg veel last hadden van aaltjes ingezaaid met afrikaantjes. Ook dat helpt voor de bodemherstel en het vernietigd de aaltjes. Desgewenst verstrekt Huetink belanghebbenden een uitgestrekte informatie brochure waar alles in staat van poten tot oogsten.

Binnenkort zullen er weer nieuwe technieken op de markt komen met GPS om grond in te scannen. Daarbij kunnen percelen of gedeelten daarvan, waar veel aaltjes zitten, apart behandeld worden. Ook zijn middels GPS en Drone gronden te bekijken waar meer meststoffen of minder meststoffen toegevoegd moeten worden, dus spuiten daar waar het beslist noodzakelijk is. Wij noemen dat precisie gewasbescherming en onze apparatuur is daarmee uitgerust. Het platteland heeft de laatste jaren een verandering ondergaan, meer boeren zijn gestopt en andere mensen zijn er komen wonen. Die moet je goed informeren en antwoord geven op hun vragen. Ons personeel weet in de meeste gevallen een goed antwoord te geven, maar anders nodigen wij de mensen uit in ons bedrijf. Ook blijven wij indien gewenst 10 tot 15 meter af van andere landerijen en we geven zoveel mogelijk informatie op borden die bij onze velden staan.

 

Wethouder Agricola was onder de indruk hoe het bedrijf Huetink hier het bedrijf van kalvermesterij heeft omgezet in lelieteelt en vooral in de wijze van bedrijfsvoering en de kennis die hier aanwezig is. Hij dankte de heren Huetink voor de ontvangst en overhandigde het bedrijf een klein aandenken van de gemeente. Trots op zo’n bedrijf in de gemeente.

 

Ondergetekende heeft na de presentatie nog een rondleiding gehad door het bedrijf. Eerst door een enorme loods met de lopende banden waarop de leliebollen door een tiental personeelsleden worden geselecteerd en ingepakt.
Kolossale machines waar over een paar weken de bollen weer binnen komen staan nu nog stil.

 

Dan in een enorm pand aan de achterzijde van het bedrijf waarin de bollenwasserij staat, heel veel zand wat met de bollen meekomt van de landerijen wordt teruggebracht naar hetzelfde perceel. Tussen de bollen komt er ook veel puin tevoorschijn of gereedschap van de boer en een enkele keer een granaat. Als de bollen gewassen zijn komen ze eerst in een kookketel en blijven daar 2 ½ uur in liggen op 42 graden om alle indien nog aanwezige aaltjes en ander onzuiverheden te doden.
Vervolgens worden ze weer gedroogd om naar de sorteerband te gaan. Na het sorteren worden de bollen opgeslagen in enorme koelcellen daar kunnen ze rusten bij een temperatuur van min 2 graden, maar een groot deel gaat al weer gelijk op transport in grote kisten.

 

Veel bollen gaan naar Polen om daar geheel gepeld te worden, daardoor ontstaan er heel veel kleine schubben die hier weer terug komen. Die schubben worden voorzien van een insnede en worden op een bepaalde manier op kweek gezet om wortels te schieten. Dat is dan weer het plantgoed voor een volgende periode. Hierdoor gaat Huetink met name hun eigen ras vermeerderen.

 

Buiten achter het terrein is een enorm opslagveld waar het spoelwater met veel zand er in wordt gepompt, hier laten ze het bezinken en het water wordt weer hergebruikt in de volgende spoelinstallatie. Terug naar een grote loods waar een enorm groot aantal grote koelcellen is gebouwd om alle bollen koel te kunnen bewaren voor ze op transport gaan.

 

Een gedachte dal lelies altijd stinken of sterk ruiken is beslist niet juist. Slechts een deel van de lelies kennen dit probleem, maar dat behoort de leverancier te weten. De kantine stond hier vol met lelies van allerlei kleuren, maar er viel niets te ruiken. Vooral de felle kleuren laten geen onaangename geur achter, 50% is duidelijk reukloos, dus koop gerust lelies.

 

Nooit geweten dat het bedrijf zo groot in omvang was en een bedrijf wat goed meeloopt in de wereldmarkt van plantgoed.
Kortom een geweldig bedrijf wat een uitstraling heeft dat hier netjes en correct gewerkt wordt om trots op te zijn. Helaas hebben niet alle bezoekers van vanmiddag de rondleiding door dit bedrijf mee kunnen maken vanwege hun eigen planning en daardoor hebben ze heel veel informatie gemist.
WvdV.

Foto's 7
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
College op bezoek bij kwekerij Huetink - Foto: Wim
Foto: Wim
Artikel delen: