Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim

Van Keizer naar Herbrink, vrogger

DALFSEN – De familienaam Keizer komt oorspronkelijk vanuit de wijk Tongeren onder Wijhe en heeft vanaf 1700 van daaruit veel omzwervingen gemaakt. In 1748 woonde Gerrit Keizer op de boerderij “De keizer” en vertrok van hier naar een boerderij de Harrebrink onder het landgoed den Alerdinck, maar voerde nog steeds de naam Keizer. De boerderij is met de aanleg van de Rijksstraatweg in het begin van de 19e eeuw afgebroken, op de locatie waar later het Motel stond. Vanaf 1811, in de tijd van Napoleon, moest iedereen een eigen achternaam hebben. De daarop volgende generatie nam de naam aan van de boerderij en kwam op “Keizer of Herbrink op den Harrebrink”, wat zelfs nog doorging tot 1859.

De kinderen werden ingeschreven onder de naam Herbrink. Jan Herbrink, ook genaamd Keizer, trouwde in 1847 met Maria Jansen. Na eerst gewoond te hebben aan de Slennebroekerweg zijn zij in 1858 vertrokken naar een nieuw te bouwen boerderij met 12 ha grond aan de Langsweg. Zoon, Johannes Herbrink was de opvolger op deze boerderij, getrouwd in april 1879 met Anna Bruggeman en samen krijgen zij een gezin van 14 kinderen, dus aan opvolging geen gebrek. Een van hun kinderen Maria Christina (Miete) Herbrink getrouwd met Willem Damman kwam te wonen op de boerderij De Koele (Ter Kuile) in Hoonhorst. Van de overige kinderen aan de Langsweg zongen er later 6 in het kerkkoor te Hoonhorst waarvan enkele ook als organist en dirigent hun talenten vertoonden.

De boerderij aan de Langsweg was eigendom van Mr. Dr.W.G.A. van Sonsbeeck, Commissaris van Limburg, die na zijn pensionering woonachtig was in Heino “Huize De Hemel” aan de Stationsweg. De boerderij is gebouwd in een gebied dat vòòr de aanleg van het kanaal (1854) geheel bestond uit 97 ha moeras en woeste grond, deze werd net in ontginning gebracht. Deze boerderij was de eerste in de wijde omgeving dus er moest voor het opstarten van het bedrijf nog veel gebeuren. De Langsloot, gegraven in de periode van de Marken, kon de afvoer van water niet aan op deze voormalige Markegronden. Meerdere sloten moesten gegraven worden want het gebied stond vooral in de winterperiode vrijwel geheel onder water. Zo werd het gebied geschikt gemaakt voor het weiden van vee wat later de bekende inscharingsweiden werden. Langs het gegraven kanaal ontstonden de eerste boerderijen en daarbij was er natuurlijk de sluiswachterswoning van de familie Bruggeman welke later door de familie Linthorst overgenomen werd. Herbrink huurde het perceel en kreeg aan de Langsweg de eerste buren, de familie Koerhuis, die later vertrok naar de Doevelersteeg. Hierna kwamen de nieuwe buren; de familie Pot.

Herman Herbrink, geboren in 1931, heeft hier de boerderij van zijn vader overgenomen, die al op een zeer jonge leeftijd van 45 jaar in december 1943 aan een longontsteking is overleden. Deze longontsteking was het gevolg van de ijzige kou waarin hij tijdens een houtverkoop heel lang op de paarden moest passen van houtverkopers. De gevolgen waren voor hem desastreus, wat na enkele weken ziekbed de dood ten gevolge had.
Vanaf de Langsweg was de afstand naar de school en kerk in Hoonhorst een hele voettocht van ruim 5 kilometer in weer en wind. Zij liepen binnendoor langs de buren Schrijver, Sterenbosch, Duteweerd, Nijboer en Damman, zo werd de groep richting Hoonhorst steeds groter. Op de terugweg werd niet altijd de snelste route gekozen en ging het soms over de Moezenbelt om je door het mulle droge zand lekker naar beneden te laten rollen. Herman heeft de laatste klas van de lagere school niet meer kunnen doorlopen omdat hij thuis aan het werk moest. Er moest wel brood op de plank komen. De eerste 3 jaar na het overlijden van zijn vader hadden ze een boerenknecht, maar dat was financieel niet meer haalbaar, aldus Herman.

Zijn vader was al vele jaren rentmeester geweest en hierdoor belast met de boekhouding en het beheer van alle gronden van de Sonsbeecker stukken, zoals het hier in de omgeving genoemd wordt. Het inscharingsvee bracht veel werk met zich mee, dit heeft Herman nog lang voortgezet, daarover later meer. Herman stond door deze verantwoordelijkheid al vroeg op eigen benen. Hij had al een oproep binnen om voor militaire dienst in Maastricht te verschijnen, echter hij was voor de boerderij onmisbaar. Een pittig telegram door van Sonsbeeck naar het ministerie, bracht binnen een halve dag vrijstelling voor hem. Herman heeft de boerderij in 1972 gekocht van de ervan van Mevr. Baronesse van Wijnbergen-Kessenich met totaal 30 ha grond, die in de zestiger jaren alle gronden hadden gekocht van de familie van Sonsbeeck. Zij waren namelijk voornemens het goed openbaar te verkopen. Om zijn boerderij te blijven runnen had hij geen andere keus.

In de periode van het kanaal zijn veel schepen vanaf Zwolle hier afgemeerd om grote partijen “compost” op het land uit te strooien. De schepen werden met de hand gelost op karren en verder werd dit op het land uitgereden. Na een periode werd de rommel er uit geharkt. Alles wat mee kwam aan puin en dergelijke werd in een plaatselijk gegraven gat gedumpt. Later tijdens het ploegen kwam Herman de rommel weer tegen zoals gebroken servies, pijpenkoppen en zelfs een enkele ring of inktpot kwam naar boven. Het afval uit Zwolle noemde men compost, maar waar het precies vandaan kwam is niet duidelijk. Vermoedelijk waren dit compost en afvalstortingen die in die tijd achter elke woning werd gedaan omdat van huisvuil ophaal nog geen sprake was. Gelukkig bestonden er in die periode nog geen verpakkingen van plastic en dergelijke.

Wateroverlast hebben we hier nog jaren last van gehad, zelfs nog nadat in de jaren ‘50 de verbreding van de Langsloot was uitgevoerd. Er viel soms zoveel water dat het hele gebied tot het stoomgemaal en het gebied van de Langsweg tot bijna aan de Bosrandweg onder water stond. Het kanaal kon het water niet meer aan wat vanuit Twente en Duitsland werd afgevoerd. De Langsloot had problemen met waterafvoer vanaf de Lemelerberg. Gelukkig werden er ook daarna nog veel sloten gegraven en is het probleem nu opgelost.

Herman is dus altijd op de boerderij gebleven, maar 3 van zijn broers hebben het verderop gezocht. Broer Johan is als eerste naar Luxemburg vertrokken, Gerard en Marinus zijn hem later gevolgd. Herman ontmoette zijn vrouw Dini Elshof in Heino op een jongeren bijeenkomst bij Hassink. Dit nadat de dansavond in het parochiehuis vol was. Die trek naar Hassink heeft hem dus zijn huwelijk opgeleverd en zo trouwden zij in 1959. Uit het huwelijk kwamen 3 kinderen; Richard, Yvonne en Frank. Het werk op de boerderij benadrukte zijn betrokkenheid met de natuur. Dit is nog steeds terug te zien in het maken van dia’s en foto’s waarvan hij zijn een hobby maakte. Vele vogels en planten heeft hij zo vastgelegd. Ook nu hij aan de Veltkamplaan woont bij het Wooldhuis in Heino, maakt hij nog wel eens een videofilm of fotoreportage. Daarnaast heeft Herman genealogie als hobby, zo heeft hij zijn gehele stamboom uitgezocht en deze in een 300 bladzijden dik boek uitgewerkt.
Van de boerderij hebben ze samen afscheid moeten nemen toen 10 jaar terug zijn vrouw ten gevolge van een ongeval zodanig ten val is gekomen dat zij daar een dwarslaesie aan heeft overgehouden. Beiden genieten nog volop van het leven en zijn samen nog altijd druk met verschillende activiteiten. De boerderij was inmiddels overgenomen door zoon Frank die het bedrijf voortzet.
Uit het gynealogieboek welke Herman heeft samengesteld, kun je opmaken dat in de wijde omgeving ieder die de naam Keizer of Herbrink draagt (maar ook Harbrink, Kiekebosch, Flierman, Damman, Schrijver, Eilert, Klein Meulman, Meulman, Melenhorst, Koggel, Kogelman enz.), sporen terug zijn te vinden in het boek welke in 2002 gereed kwam. Vele kloosterlingen komen er in voor, maar ook raadsleden, 3 wethouders, winkelier, paardenhandelaar, wijnboer en vele andere beroepen zijn hieruit voortgekomen.
In zijn voorwoord opent Herman het boek met de woorden; ”Iemand wordt geboren, treed wel of niet in het huwelijk en komt te overlijden” een familie stamboom van Keizer en Herbrink van 1700 tot 2002 waarvan hij inmiddels tot de 7e generatie behoord.

De boerderij waar zowel Herman, als zijn ouders, groot- en overgrootouders hebben gewoond, is inmiddels geheel afgebroken om in 2008 ruimte te maken voor een mooie nieuwe woning. De stenen van de afgebroken boerderij zijn later gebruikt bij de renovatie van de molen Fakkert. Deze stenen kwamen uit dezelfde periode als die van de molenbouw. Het restant wat niet voor de molen in Hoonhorst is gebruikt, was nog weer inzetbaar bij een andere te renoveren molen in de buurt van Steenwijk. Dus die geschiedenis gaat gewoon verder.
WvdV, met dank aan Herman Herbrink

Foto's 6
Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim
Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim
Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim
Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim
Van Keizer naar Herbrink, vrogger - Foto: Wim
Foto: Wim
Artikel delen: