Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim

Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer

DALFSEN – IJzeroer het “Bruine goud”, een ramp voor de boeren. Ver voor onze jaartelling, al in de IJzertijd, daarna in de Romeinse Tijd was ijzeroer een heel belangrijke grondstof om sieraden, gereedschappen en wapens van te maken. In Salland en het Vechtdal waren veel kwelwatergebieden waar ijzeroer werd gevonden.

 

In de omgeving Luttenberg, Heeten, Olst en vooral rond Dalfsen kwam het veelvuldig voor en was dit belangrijk voor ijzergieterijen. Wat betreft omgeving Dalfsen kennen we de gebieden in Oosterdalfsen en aan de Nieuwendijk (Tolhuislanden). Deze gebieden zijn voor de aanleg van de Afsluitdijk vaak overstroomd door het Zwartewater en de Vecht, maar ook langs de IJssel kwamen veel overstromingen voor.

 

Voor de landbouw was ijzeroer een ramp en werd het “bruine gevaar” genoemd. Menige ploeg is hierop stukgetrokken en grote oerbanken konden slechts met moeite met een bulldozer worden verwijderd. Een boer aan de Nieuwendijk, die liever niet met naam genoemd wilde worden heeft ervaren welke ellende ijzeroer heeft meegebracht. Hij heeft begin 70er jaren een boerderij gekocht met grond waarvan iedereen zei, daar beleef je nog wel wat mee, het is een en al oer, veen en erg nat. Oerbanken liepen door het gebied van Noordwest naar Zuidoost, grond absoluut ongeschikt voor landbouw. Maar toch ging hij het proberen. De grond loswerken met een diepteploeg van 1 tot 1 ½ meter. Maar geen loonwerker die er door kon komen, zelfs met behulp van een rups Caterpillar ging het niet, zware stalen ploegen werden gewoon in stukken getrokken. Oerlagen van wel 30 tot 40 cm dik en heel veel losse brokken, geen doorkomen aan.

 

Een deel van zijn grond was zo erg dat hij vanuit Hasselt 1000 m3 grond heeft kunnen krijgen en daarmee dat deel ophoogde. Maar na jaren kwam het toch weer te dicht aan het oppervlak en in 1986 nogmaals 1000 m3 grond aan laten rukken om het opnieuw op te hogen. Daarmee de strijd ooit weer te gaan ploegen opgegeven, dit stuk grond heeft hij inmiddels verkocht. Het overige land gebruikt hij alleen als weidegrond en daar is het prima geschikt voor. Als opnieuw inzaaien noodzakelijk was werd alleen de bovenlaag gefreesd.

 

Overal in de gehele omgeving zit ijzeroer. Volgens hem komt het door het vele hoogteverschil wat hier in de grond zit, hij noemde de hoge delen knarren, waar in zee de vissers erg bang voor zijn. Nog altijd komt er ijzeroer naar boven en hij schuift het nu aan de kant zodat hij er geen last meer van heeft. Een grote partij die hij rond 2010 uit de grond heeft gehaald heeft hij aangeboden op Marktplaats om het gratis op te halen. Daarop kwam het Archeologisch Themapark Archeon uit Alphen aan de Rijn op af en hebben totaal 1500 kg ijzeroer meegenomen. Ook zijn er verschillende hoveniers geweest om oerbrokken op te halen voor tuinliefhebbers. In de middeleeuwen was het een gewild product voor funderingen van kerken en voor de bouw van stadsmuren. Nu is het een kwelling voor elke boer.

 

IJzeroer ontstaat door het oxideren van ijzerdelen uit opborrelend grondwater, waardoor er soms hele banken ontstonden van meer dan een halve meter dik. Ook kleine en grote brokken kwamen en komen nog in het Vechtdalgebied voor. Het bestaat grotendeels uit zand en klei en andere organische materialen. Oerbanken ontstonden vooral op plaatsen van stilstaand water na overstromingen van de IJssel of de Vecht. Met die rivieren werd ijzerhoudend water aangevoerd wat in beekdalgebieden tussen dekzandruggen stroomde. IJzerhoudend water is nu nog heel duidelijk te zien aan het fietspad langs de Mataramweg in Hoonhorst (Oude Vechtloop). Ook hier is de sloot en de slootrand geheel roodbruin gekleurd.

 

Oerlagen blijven onverminderd doorgroeien, ook daar waar het meeste uit de grond is verwijderd zal het de komende eeuwen terugkomen. Vanuit Luttenberg is in de 18e en 19e eeuw naar schatting 450.000 ton ijzeroer afgevoerd, goed voor 225.000 ton aan ijzer. 1 ton ijzeroer levert gemiddeld 500 kg gietijzer op. Bij het graven van het Overijsselskanaal rond 1852 stuitten ze bij de aanleg van de sluis Hancate op een oerbank van wel een meter dikte, die vrijwel ondoordringbaar was. Met de ontginning in “het veld van Lemele” zijn vele kavels in opdracht van de landgoederen verder afgegraven. Scheepsladingen ijzeroer werden afgevoerd naar de ijzergieterij van Nering Bögel te Deventer. Alleen al in de periode van 1870 tot 1900 gingen meer dan 6000 scheepsladingen door het kanaal, met een totaal gewicht ongeveer 435000 ton. Het bestanddeel ijzer was ook hier 50 tot 60%, dus heeft dat heel wat gietijzer opgeleverd. De oprukkende ontginning waren gouden tijden voor de gietijzerindustrie, die noemden het,”het bruine goud”.

 

IJzergieterijen bleven zich uitbreiden, maar na 1900 werd de opbrengst snel minder omdat er veel uit de grond was verdwenen, om die tekorten op te vangen voerden ze ijzererts in vanuit Italië. In de oorlog namen de Duitsers nog veel ijzeroer mee om er wapens van te maken en de ijzergieterijen verdwenen vrijwel allemaal uit de omgeving. Een bekende die het heeft overleefd is Dru.

 

 

Het themapark Archon verwerkt ijzeroer in kleine oventjes zoals die vele eeuwen terug ook in Dalfsen zijn gebruikt en later teruggevonden in Oosterdalfsen en Hoonhorst, de zogenaamde kuilovens. Die oventjes werden gemaakt van klei, soms boven de grond, maar hier ook gedeeltelijk in de grond. Kleibroden werden vermengd met zand en stro en opgebouwd in gedeelten om inzakken van de natte klei te voorkomen. Onderaan werd het voorzien van een luchttoevoergat en een groter gat voor de toevoeging van fijn hout om de oven droog te stoken.

 

Daarna werd de oven warm gestookt tot ongeveer 500 graden en wel zover dat de vlammen er bovenuit kwamen en den pijp “gloeiend heet” was. Dan begon men met de toevoeging van houtskool door de pijp en het onderste grote gat werd gedicht, door het luchtinvoergat werd met een blaasbalg veel lucht in geblazen en telkens werd er van boven meer houtskool toegevoegd. Als de gehele oven stond te gloeien werden er kleine stukjes ijzeroer, die vooraf ter grootte van hazelnoten waren geslagen toegevoegd. Dit bleef men samen met houtskool toevoegen, alles opstoken tot rond de 1000 tot 1200 graden en blijvend lucht toevoeren met de blaasbalg.

 

Dit bleef een tijdje zo staan totdat het ijzer uit het ijzeroer gesmolten en er een roodgloeiende massa (wolf) ontstond in de oven. Dan werd er onderaan een ruim gat in geslagen en kon men de vloeibare slakken aftappen. Een grote brok vervuild ijzer, vermengd met slakresten en houtskool (de wolf) werd met lange tangen uit de oven verwijderd. Het ijzer zelf werd niet vloeibaar.

 

De brok die nu was ontstaan is de basis voor smeedijzer nadat alle andere resten er af waren geslagen. Die brok werd later weer verhit in een smidsvuur en op een aambeeld verder opgeschoond, net zolang tot er een schoon stuk ijzer overbleef. Nu is het zover dat door verhitting er alles van gemaakt kan worden, zoals sieraden, gereedschap, zwaarden, messen, vorken of wapens. Later ontstonden de ijzergieterijen, die met hogere temperaturen werkten, waardoor het ijzer vloeibaar werd. Van gietijzer werd alles gemaakt, ramen,  poorten, sierlijke materialen, kachels en machine onderdelen, stoommachines, spoorrails enz.  Alles werd in modellen gegoten van speciaal vormzand, dat is zand wat met een bepaalde olie is doordrenkt en goed in model kan worden gebracht en bestand is tegen grote hitte.

 

Hoe onze voorouders ijzer hebben geproduceerd met zo weinig hulpmiddelen (zoals b.v. thermometers)  is nu niet meer voor te stellen.  Het was met recht “het geheim van de smid”.

 

De boeren in het Vechtdal zijn nog lang niet verlost van de oerbanken. Akkerbouwers kunnen in die gebieden slecht boeren en zijn dus aangewezen op weidevee. Het “bruine gevaar” loert onzichtbaar in de grond totdat je denkt het aan te kunnen, maar het geeft zich niet gewonnen.

(Met informatie van Carolien Prins en anderen).

WvdV

Artikel delen:
Foto's 6
Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim
Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim
Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim
Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim
Vervolg van Dalfsennet magazine: over ijzeroer - Foto: Wim
Foto: Wim