Deel 3 Sallands dialect, wöörties

Aait = altijd, anderweggens = ergens anders, aans = anders, achterbokse =  erg bazig, hi hef de achterbokse an,  achtereers = achterwaarts of eigenwijs of tegendraads,  aelte = gier of mestvocht, aeltenscheppe = gierschep, aeltenputte of kelder = gierkelder, aens = ergens, affronteren = kwetsen of beledigen, äkkermännegie = een kwikstaartje, 

 

äkkertie = een asperientje of een kleine akker, alderbässend, heel erg, ontzettend, alderjekes = als alderbässend, amböstig = benauwd, ammenaere = aan elkaar, an = aan, ik bin helemaol an = ik ben doodop, anbossen = groter worden of dat tikt aan, angeloop, anloop = bezoek, angaon = te keer gaan, even langs gaan, drukte maken, anheugen = ophogen, hoger maken, ankèren = aanvegen, ankom = aankomen, anlieken = gelijk maken, anrekommanderen = aanbevelen, ärmbuul = collectezak, as ter toe, heel erg.

Laeter meer

 

WvdV

 

Artikel delen: