Sallands dialect 10

We waren de vorige keer gestopt met de halve moane, gereedschap om slootkanten mee te maaien. Hangkissie = kistje dat met kettinkjes aan een ladderwagen was bevestigd. Hapschere = bij de hand iemand, bazig vrouwspersoon.

 

Hässie = pinda, maar ook stukje uitgebakken spek. Heerd = de mooie kamer in een boerderij, ook neerd genoemd. Heerdmot = opveegsel van de vloer voor de haard. Heetbössel = heideborstel. Heisteren = stoeien, drukte maken, een moeilijk karweitje klaren. Helken = een zeel om een aantal korenschoven. Hellig = kwaad, boos. Helligkop = iemand die gauw kwaad is. Hemelwörmpie = lieveheersbeestje. Hemskneupie = bloem (matricaria) of hemdsknoop. Hendoen = mooi weer spelen met iemand. Hènig = rustig, kalm. Hènig an = rustig aan, langzamerhand. Henneweertie = retourtje. Hentiegen = heengaan. Heufzeerte = hoofdpijn. Heujpinke = frisse jonge meid. Heujwaegen, langpootmug, hooiwagen. Heujzage = lange zaag om hooi door te zagen om hooi gemakkelijker uit een hooiberg te krijgen. Heurig = huiverig. Hi (Hee) = hij. Hiele = bergruimte boven de veestal, ook hilde genoemd. Hiemen = piepend ademhalen. Hierderweggens = hier in de buurt. Hilde = bergruimte onder de hooizolder boven de koeien. Himmoa = helemaal.

We gaan volgende keer verder met Hoalfoes, denk daar maar even over na.

Artikel delen: