DALFSEN – Geachte Gemeenteraad van Dalfsen, al een aantal jaren houdt de kwestie ‘Residentie Slingerdael’ de gemoederen bezig. Het woon/zorgcomplex aan de oostzijde van het dorp Dalfsen is voorzien tussen de nieuwbouwwijk Gerner Marke en het industrieterrein de vesting. In het bijzonder de ligging op relatief korte afstand van de bedrijven van ondergetekenden baart ons hele grote zorgen.
Daarom hebben wij al op 16 december 2015 contact gezocht met de gemeente nadat wij op een voorlichtingsavond over ‘Oosterdalfsen’ op 15 december 2015 plotseling hadden vernomen dat er een woon/zorg complex vlak naast ons gesitueerd zou gaan worden. Vervolgens zijn in 2016 en 2017 vele briefwisselingen en bijeenkomsten geweest tussen de gemeente, de bedrijven en de initiatiefnemers ‘Slingerdael’. Daarbij lag het initiatief steeds bij de bedrijven, keer op keer moesten wij vragen naar de voortgang, vaak nadat wij via de pers weer kennis hadden genomen van een nieuwe ontwikkeling.
Exemplarisch daarvoor is het feit dat wij pas op 13 maart 2016, op ons schriftelijk aandringen aangevuld met een brief van 19 april 2016, een reactie van het college hebben mogen ontvangen op onze vragen en zorgen zoals voor het eerst kenbaar gemaakt op 16 december 2015. In de brief van 19 april 2016 is door het college de volgende toezegging gedaan:
‘Communicatie: De manier waarop SAOW de appartementen nu in de markt zet is, ook als er maatregelen en voorzieningen worden getroffen, niet in overeenstemming met de feitelijke situatie. Het toekomstige woongebouw komt naast een vitaal bedrijventerrein te liggen. De ontwikkelaar/verhuurder moet hierover communiceren.
Antwoord: Wij onderschrijven uw opvatting dat de ontwikkelaar in haar communicatie moet benoemen dat het woongebouw naast een bedrijventerrein komt te liggen. Wij zullen dit onderdeel met SAOW bespreken. Verder zeggen wij toe een gesprek met u en de ontwikkelaar over de stand van zaken… We streven er naar om gezamenlijk tot een voor alle partijen passende oplossing te komen.’
Helaas moeten wij constateren dat de gemeente in haar rol als bemiddelaar en bestuursorgaan dat alle partijen tijdig en actief betrekt /informeert en daarmee zoekt naar een voor allen passende oplossing, tekort geschoten is. Het laatste voorbeeld hiervan is het feit dat wij medio september 2017 uit de pers hebben moeten vernemen dat de helft van de appartementen nieuw zal worden verkocht. Wij zijn hier niet vooraf over geïnformeerd en ons is ook niets gevraagd, terwijl onze belangen hiermee geschaad worden. Immers, het maakt nogal wat uit of je kopers naast je hebt wonen die flink geïnvesteerd hebben of huurders die gemakkelijker en zonder schade kunnen vertrekken als het woonklimaat hen niet bevalt. Dat nu deze koopsituatie is terug gedraaid doet niets af aan het feit dat ons vertrouwen in zowel de ontwikkelaar als de gemeente door deze gang van zaken tot een dieptepunt gedaald is.
Er zijn nu publiekrechtelijk wel enige afspraken gemaakt, zie voornoemde brieven, maar de garanties zijn onvoldoende om onze zorg voor de continuïteit van de bedrijven en de werkgelegenheid te garanderen, enige achtergronden:
Dabeko en Classic Job hebben zich ongeveer 10 jaar geleden gevestigd aan de rand van het industrieterrein ‘De Vesting’ in Dalfsen. Zij hebben miljoenen Euro’s geïnvesteerd en zorgen met hun automotive gerelateerde activiteiten voor veel directe en indirecte werkgelegenheid in Dalfsen en de directe omgeving. De aard van hun activiteiten brengt met zich mee dat ze zijn ingedeeld in de zwaarste milieu categorieën, respectievelijk categorie 3.1 (Dabeko) en 3.2 (Classic Job). De richtafstanden zonder overdrachtsbeperkende voorzieningen voor geluid zijn respectievelijk 50 en 100 meter, afstanden die nu niet gehaald worden.
Voordat Slingerdael hier geprojecteerd werd was in de structuurvisie/bestemmingsplan voorzien dat er een overgangszone voor lichte bedrijvigheid in combinatie met wonen tussen ‘De Vesting’ en de woonwijk Gerner Marke zou komen. Dat is toch niet voor niets! Nu wordt er echter huisvesting voor een kwetsbare groep ouderen geprojecteerd, bizar! Als er twee functies in elkaars nabijheid niet te combineren zijn dan is het wel zware bedrijvigheid en huisvesting voor ouderen!
Op dinsdag 27 maart jl. ontvingen wij de reactienota van het college op onze ingediende zienswijze. Onze zienswijze wordt zonder meer afgewezen. Deze zienswijze wordt op 9 april 2018 in uw raadscommissie behandelt. Ter adstructie van deze behandeling doen wij u deze reactie toekomen die wij ook nog mondeling ter vergadering zullen toelichten.
Wij maken ons grote zorgen over de vestiging van kwetsbare ouderen vlak naast onze bedrijven. En niet alleen wij, ook de vorige gemeenteraad heeft hierover meermalen beraadslaagd en in de vergadering van 19 februari 2018 is er zelfs een motie hierover besproken. Hoewel deze is aangehouden omdat het college toezegt met de strekking hiervan aan de slag te gaan is de zorg daarom niet minder geworden.
Onze bezwaren en zorgen in de huidige situatie richten ons op de volgende punten:
- Publiekrechtelijk (RO en bouw) is op 27 september 2017 door uw Raad een verklaring van geen bedenkingen afgegeven waardoor meegewerkt kan worden aan het door de initiatiefnemer gewenste projectafwijkingsbesluit. Er zijn echter vele gevallen bekend waarin via de privaatrechtelijke weg omwonenden van bedrijven het toch voor elkaar kregen om bedrijven te beperken in hun bedrijfsvoering of dat het zelfs tot sluiting kwam. Denk bij voorbeeld aan Slagerij van Broekhuizen in Dalfsen (vergunning voor worst roken, maar deze is beperkt/ingetrokken na klachten). Ook café De Bierton in Zwolle is gesloten nadat nieuwbouw in de nabijheid was gerealiseerd en er klachten kwamen. Dit is de reden waarom wij aan de initiatiefnemer gevraagd hebben om garanties in de privaatrechtelijk sfeer, deze zijn echter geweigerd. Dit betekent dat met de realisatie van dit project uitsluitend de bedrijven, en niet de gemeente of de initiatiefnemer, geconfronteerd worden met onafgedekte risico’s;
In de reactienota op de zienswijze wordt door de gemeente gesteld dat “indien reclamanten met betrekking tot de geluidsbelsating van hun activiteiten binnen de in het activiteitenbesluit gestelde normering voor categorie 3.1/3.2 bedrijven blijven, dan kunnen toekomstige huurders en/of koper van de 57 appartementen op grond van het burenrecht geen claim bij reclamanten indienen”. Kort en goed: volgens de gemeente kunnen buren geen beroep doen op onrechtmatige hinder als de bedrijven zich houden aan de publiekrechtelijke vergunningsvoorschriften. Deze stelling is pertinent onjuist.
Hoewel als uitgangspunt heeft te gelden dat een vergunninghouder er op mag vertrouwen dat de vergunning overeenkomstig de wet is verleend en dat de overeenkomstig de wet in aanmerking te nemen belangen door de vergunningverlenende instantie volledig en op juiste wijze zijn afgewogen, en dat hij gerechtigd is van die vergunning gebruik te maken, kan dit evenwel anders zijn als op grond van het civiele recht moet worden geoordeeld dat de vergunninghouder met de vergunde werkzaamheden onrechtmatig jegens derden zal handelen. Het hebben van een onherroepelijke vergunning sluit immers niet uit dat de vergunninghouder civielrechtelijk uit onrechtmatige daad aansprakelijk is te houden als hij overeenkomstig de vergunning handelt maar daarbij hinder toebrengt aan derden. Gesteld noch gebleken is dat in dit geval rekening is gehouden met burenrecht en mogelijk onrechtmatig handelen jegens omwonenden.
De voornoemde zaken (Slagerij van Broekhuizen, De Bierton) zijn slechts twee voorbeelden. Ook in de rechtspraak komt deze kwestie regelmatig aan de orde.
Een vergunning vrijwaart derhalve niet zonder meer tegen aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad vanwege strijd met het burenrecht. Zeker niet zoals in dit geval bij een aanvraag omgevingsvergunning. De beoordeling van de vergunningaanvraag blijft namelijk beperkt tot de regelgeving waarop de vergunningplicht berust. Past een bouwplan in het bestemmingsplan en is ook aan de overige toetsingseisen die gelden voor een omgevingsvergunning voor bouwen voldaan (Bouwbesluit, Bouwverordening, redelijke eisen van welstand) dan wordt de vergunning voor het bouwen simpelweg verleend. Dit is het zogenaamde limitatief-imperatieve stelsel. Er is binnen dit stelsel geen ruimte meer om de vergunning te weigeren vanwege hinder van buren.
- Voor de locatie Slingerdael zijn in opdracht van het college geluidmetingen en rapportages opgesteld. Deze tonen aan dat, met de nodige maatregelen, de bedrijfs- en woonactiviteiten naast elkaar uitgevoerd kunnen worden. Hoewel deze rapporten volgens de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en de Handreiking reken- en meetvoorschrift industrielawaai zijn opgesteld zijn hier nog wel opmerkingen over te maken. Zo is het alleen het geluid van deze twee bedrijven meegenomen en niet die van de rest van het plangebied. Ook de typering van het gebied ‘Slingerdael’ als ‘gemengd gebied’ zou beter ingeschat kunnen worden als ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ hetgeen waarmee dan ook geadverteerd wordt, bezijden de werkelijkheid dus. Dit brengt met zich mee dat het maximale geluidsniveau 5dB strenger zou moeten zijn. Dit betekent extra maatregelen in de overdrachtssfeer of inperking van de bedrijven!
De bedrijven vragen aan de Gemeenteraad om het College op te dragen zorg te dragen voor afdoende publiek- en privaatrechtelijke garanties aan de bedrijven alvorens mee te werken aan vestiging op de voorziene locatie. Als deze er zijn zullen de bedrijven meewerken aan de realisatie door hun zienswijze in te trekken. Een andere mogelijkheid zou zijn om dit complex elders, op een meer geschikte plaats, binnen Dalfsen te realiseren, hetgeen het college ook in de begeleidende nota voor de vergadering van 9 april a.s. zelf oppert.
Met vriendelijke groet,
Job Brouwers, (Classic Job)
Remco Kemerink, (Dabeko)


