LEMELERVELD – Velen onderdrukken amper hun gevoelens bij het stijgen der jaren: wat gaat de tijd toch snel, om vervolgens terug te zien op voorbije jaren, nee echt vrolijk wordt je er niet van. Eigen bezit vaak een dagelijkse verstikkende zorg en slapeloze nachten daar er geen gat meer in te zien is.
Omzien naar meer eenvoud, minder ellebogenwerk, touwtje uit de brievenbus, slager en bakker aan huis, daar aan terug denken alleszins begrijpelijk. Af en toe kissieskerels aan de deur om met één knie op de drempel hun negotie aan te prijzen prima kamferballen, elastiek, knopen ja zelfs met de groeten van ome Jan en tante Trui uit een nabij gelegen dorp. Op gezette tijden woonwagens in optocht door de dorpsstraat, handelaren in oud ijzer en kleinvee, stoelenmatters, messen en scharenslijpers, al wat maar los en vast zat om aan te verdienen, konijnenvellen, huiden van geiten, pas geboren bokjes ter plaatse geslacht zo de volksmond dit verwoorde, heideboendersvolk!!
Eenvoudige geneugten die pasten in onze kleine gemeenschap, bij het verschijnen van Jan met de hunties, een bekend scharensliepechtpaar, niet te vergeten de “schrik van Harculo”. Een lange zwarte verschijning met dito hogehoed geluiden voortbrengend die de nodige angst veroorzaakte bij de jeugd. Ook een opmerkelijk persoon gehuld in een soort priesterkleding, een figuur die op gezette tijden door het dorp struinde om hier en daar karwijtjes op te knappen om in leven te blijven. Zijn va en moe meenden zoonlief een priesteropleiding te moeten opdringen om voor beide ouders een gegarandeerde plaats later in het hiernamaals te bezorgen. Zijn inborst beantwoorde niet om gewijde paden te bewandelen en zijn vrijgevochten leven achter zich te laten.
Derhalve wees het seminarie hem de deur door het niet willen volbrengen van orde en trouwe geloften door de kerk hem gesteld.” In zijn niet geoorloofd habijt zou hij als bedelmonnik met eerbied ontvangen en geaccepteerd worden zo overdacht hij” Het knagen van zijn geweten dat elke zondag veelal door Gods voetvolk de kerk steeds rijker werd ging hem door merg en been. In een onbedacht ogenblik deed hij greep in de offerkist, graaide vooral de grotere muntstukken weg door beminde gelovigen ( als intentie offer gegeven). Samen met pastoor en plaatselijk politieman werd een val gezet, enkele zilveren geldstukken werden van een teken voorzien. De zo goed begonnen priester deed toch onder het Alziend oog ( zo hij dacht dat Die hem niet zou verraden) een greep in de offers van Gods grondpersoneel met behulp van een ijzerzaag. Het echelon in persoon van politieman en pastoor verborgen zich achter het altaar waar hun gerecht vaardig optreden toch met de zegen van boven zou moeten slagen.
Daar bij de gewezen priester gestolen geldstukken aangetroffen werden verscheen hij d.d. 30 Juli 1937 voor de officier van justitie. De edelachtbare omschreef hem – Iemand gekleed in monnikspij of werkmanskleding-. Ontslag van rechtsvervolging voor deze arme sloeber en voor de tijd van een jaar gestichtsopsluiting wegens krankzinnigheid. In niet te omschrijving kledij verliet hij de rechtszaal met lichte buiging en kruisteken als gewijde groet aan de persoon in toga.
Juni 2018.
i.o. H.W.G Lemelerveld
H.H.



