Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel” - Foto: Wim
Foto: Wim

Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel”

DALFSEN – Hoe versterkt het “centrumplan Dalfsen historisch herstel”. Krijgt  de hervormde kerk zijn mooi smeedijzeren hekwerk terug? Of waren het slechts stalen palen met gaas en smeedijzeren doorgangen. Dalfsen heeft veel verloren in de laatste eeuw, met elk nieuw plan zullen critici meer oog hebben voor de toekomst dan voor historische herstel of behoud.

Midden vorige eeuw moest “het lelijke ijzeren hekwerk”  rond de hervormde kerk plaats maken voor de gemetselde muurtjes. Hoe lang het hekwerk er heeft gestaan is niet bekend. Op de foto waar Koningin Wilhelmina in 1926 een bezoek brengt aan Dalfsen is aan de noordkant al geen hekwerk of muur te zien. Wel stond er toen een hekwerk aan de zuidkant. Toch blijkt er rond 1800 rondom een muur gestaan te hebben met doorgangen voorzien van varkensroosters tegen loslopende dorpsvarkens, honden en geiten. Ook was de ruimte achter de muurtjes een vrije plaats voor “boosdoeners” of landlopers, die zodra ze over de muur sprongen veilig waren voor de schout of veldwachter, die mocht ze daar niet arresteren. Aldus  verschillende artikelen uit de Dalfser Courant  in de 50er jaren van de vorige eeuw, geschreven door historicus van Coeverden. Maar de verhalen gaan verder;

 

Ooit was het oostelijk kerkplein een “gerichtplaats”. Het gericht werd voltrokken via een stellage om iemand naar een andere wereld te helpen. Inwoners van Oosterdalfsen moesten de misdadigers naar de strafplaats brengen en het ontzielde lichaam na 40 dagen terughalen. Maar ze verdienden er aan door hout en ijzer te leveren en de martelwerktuigen te timmeren. Bij de executie waren ze verplicht een ronde kring te vormen……. Tot misdadigers behoorden daders van doodslag, maar nog erger was echtbreuk, diefstal en markenschennis.( grond pikken van de marke). Neen niet alles hoeft te worden bewaard of moet terugkomen, daarvoor is nu gelukkig ook geen ruimte.

Er gebeurde meer rond 1956; Het blijkt dat de hervormde kerk nog net van een ondergang kon worden behouden. Het ene na het andere mankement kwam aan het licht bij een inspectie. De kerk was rond 1830 aan de buitenzijde voorzien van een pleisterlaag en men had nu een begroting gemaakt voor het herstellen van scheuren van F 20.000,-  Het werd echter meer dan het tienvoudige…

Toen Monumentenzorg in het najaar van 1956 kwam inspecteren kwam er veel meer aan het licht. De inspecteurs waren nog maar net vertrokken en viel er een grote brok steen van tientallen kilo’s zomaar naar beneden. Toen pas bleek hoe slecht het gebouw was en snel moest er een nieuw renovatieplan gemaakt worden, aldus een krantenartikel van 13 oktober in dat jaar.

Zowel binnen als buiten moest de kerk overhoop gehaald worden, het was een bouwval. Ook in de 19e eeuw, zo rond 1830, was de kerk al in zeer slechte staat en om het slechte metselwerk te camoufleren werd de kerk aan de buitenzijde bepleisterd met een grauwe cementpleister, voorzien van diepe groeven (voegen) zodat het uiterlijk leek te bestaan uit grote grijze stenen. Echter hiermee werd het muurwerk van de kerk volledig bedorven. Weer 20 jaar later kwam men op de trieste gedachte de rammelende glas in lood ramen te vervangen door gietijzeren ramen voorzien van gewoon  blank glas…. Nu moest midden vorige eeuw alle pleisterwerk weer worden verwijderd. Door het afhakken bleef van de muren slechts een dunne laag over met hier en daar een verdikking.  Alles moest hersteld en opgevuld worden met originele kloostermoppen, zodat het weer een uiterlijk kreeg van baksteen, samen een geheel met de toren die gedeeltelijk uit tufsteen bestaat.

De restauratie werd voortvarend opgepakt, doch ook nu zijn historische elementen verdwenen, net als in voorgaande eeuwen. Onder het pleisterwerk binnen kwam een stenen bord te voorschijn met de tekst; “Struxit hoe templun…. Suubit mi quatm qtri. Et trio anno 1443”. Dit jaartal zegt niet alles, want nu alles overhoop is gehaald bleek een meter onder de vloer, nog een gele lemen vloer aanwezig met rode en blauwe plavuizen. Ook kwamen er muurrestanten te voorschijn van veldkeien (ijzeroer) en tufsteen van een  eenbeukig kerkje vermoedelijk tussen 1050 en 1100 gebouwd. Rond 1443 werd die eerste kerk, die eerder al was uitgebreid afgebroken, en de huidige grotere kerk gebouwd.

Echter in 1517 werd deze gedeeltelijk door brand verwoest, maar weer opgebouwd. Die kerk bestond deels uit hout, ook het dak was gedekt met houten schaaldelen van 12 x 17 cm, aan de onderzijde wat dikker en zo over elkaar dat alle naden afgedekt waren. Was er brand dan stonden de vrouwen te jammeren van “oegoettoegoetoegoet past toch op”. Alle mannen waren verplicht bij de brandweer die slechts met weinig materieel was uitgerust. Dit bestond uit een aantal ladders, haken, touwen, riemen en emmers. Ongeveer 200 tot 300 mannen snelden toe en werden in twee rijen door de Vechtstraat gezet om met emmers water uit de Vecht door te geven en in het vuur te smijten. De andere rij gaf de lege emmers weer terug, net zolang tot het vuur gedoofd was.

Tot 1580 behoorde de kerk aan de rooms-katholieken, die door de Beeldenstorm hun zeggenschap verloren. Na jaren van onrust werd in 1591 een predikant beroepen en namen de hervormden de kerk in gebruik nadat alle versierselen waren verwijderd. Tijdens de renovatie in de vorige eeuw werden nog 4 grafkelders gevonden uit het midden van de 14e eeuw, o.a. van het geslacht Rechteren versierd met een monument die werd geplaatst in 1701 met opschrift “Int jaar ons Heeren 1458 starf  Jonkh. Zeigher van Rechter op Sunte Pauls avont de bekerink daar”.

Met de renovatie  die in 1956 begon, zijn alle oude banken vernieuwd en gelukkig zijn er weer glas-in lood-ramen geplaatst. De oude balustrade voor de banken van Van Dedem den Berg en Den Aalshorst is ondanks de beschadigingen wel blijven staan. Die beschadigingen zijn volgens verhalen ontstaan door de beten van de Kozakkenpaarden van Napoleon en hun berijders. De houten pilaren waren oorspronkelijk voorzien van “afgrijselijk naamaak marmer”, die zijn roodbruin overgeschilderd, wat echter weer storend werd genoemd. Zo zie je dat elk renovatieplan sporen uit het verleden wist, maar hebben we daar iets van geleerd. In elk geval heeft er nu wel goed herstel plaatsgevonden zonder in te gaan op de laatste renovatie.

De restauratie kwam zoals gezegd ver boven de begroting en kwam uiteindelijk uit op F375.000,-, dus was er veel extra geld nodig van de 900 gezinnen, die samen F175.000 bij elkaar moesten brengen. Tot zover fragmenten uit de verhalen van historicus van Coeverden.

 

Dalfsen staat nu aan de vooravond van een centrumvisie, wat staat ons nu nog te wachten. Maar wat is er veel verloren gegaan in de laatste 50 jaren. Oude pandjes, historische bedrijfjes met mooie geveltjes en  ronde dakkapellen, oude stoepjes en kinderkopjes in de straten, mooie pleinen en bomen. Nu een goot welke niets dan problemen geeft om het water af te voeren. Nog niet te praten over de dreigende leegstand van winkels. Dalfsen zou exclusief moeten zijn. Oude en nieuwe geveltjes in oude stijl zorgen voor gezelligheid. Maar ruimte voor gezellige (eventueel overdekte) terrassen.

Helaas ontstaat er nu een volgepropt entree wat eens een ruim opgezet brugplein was. Wat zijn de gevolgen van de mogelijke verhoging van de Vechtbrug en de kademuur die aanpassingen vragen voor de bereikbaarheid van het dorp. Maar dan gebruik van een wandelpromenade onder de Vechtbrug door en laat de automobilist de mogelijkheid om het dorp in te rijden.

 

Het zou in mijn ogen onwenselijk zijn de brug te verplaatsen en de Rondweg vanaf de bocht aan te sluiten op de rotonde van de Poppenallee. Dit zou een enorme aanzuiging geven voor nog meer vrachtverkeer, wat dan veel gemakkelijker naar Zwolle Zuid kan, dan helemaal rond rijden via de Hessenweg. Maak de weg langs het dorp juist ontmoedigend of iets lastiger voor vrachtverkeer.

Tevens verlies je door de brug te verplaatsen heel veel vakantieverkeer  wat dan niet meer het dorp aan doet, maar er langs gaat rijden. Zie de gevolgen in Nijverdal. Natuurlijk zijn er “deskundigen” die aan grootse plannen geld kunnen verdienen, maar wil Dalfsen dat?

Dalfsen zal juist in de toekomst veel meer “andere” bezoekers aan moeten blijven trekken om het winkelbestand in stand te kunnen houden, dus de entree moet vriendelijk blijven en ergens moet er voldoende parkeergelegenheid komen. Waar blijven we met al dat blik of kunnen we (deels) ondergrondse parkeergelegenheden aanleggen/bouwen in het Vechtvliet, of onder de parkeerplaats bij het gemeentehuis, of deze uitbreiden.

 

Dalfsen, eens het domein van turfschippers, vrachtschepen en Vechtzompen. Een Vecht met een prachtige ophaalbrug, een cichoreifabriek, een loshaven de Kaai en de Belt. Kolen- en brikettenhandelaren, vrachtrijders, smederijen en rijtuigbouwers enz. enz.. Er werd volop gewerkt en geleefd op straat, neen dat zou nu ook niet meer kunnen, maar…..er is nog redding mogelijk op veel plaatsen in het dorp, mits daar voldoende oog voor is.

Dalfsen; verlies niet de schoonheid van het dorp.

Dalfsen, wat was je mooi…….blijf zuinig op het oude centrum en houdt het dorp gezellig voor de eigen bevolking, de winkelier, maar vooral ook voor de bezoekers, zodat die vaker terug gaat komen.

WvdV

Artikel delen:
Foto's 5
Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel” - Foto: Wim
Foto: Wim
Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel” - Foto: Wim
Foto: Wim
Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel” - Foto: Wim
Foto: Wim
Column  “centrumplan Dalfsen en historisch herstel” - Foto: Wim
Foto: Wim