LEMELERVELD – School met den Bijbel 1919 – 2019 verhalen
Van 1940 – tot plm. 1947. Alles heeft zijn tijd een uitspraak van een man als koning Salomo wiens wijsheden tot op deze dag weerklank vinden. Inhoudsloze opvattingen ` het zal de geest van de tijd zijn’ niets is minder waar, het is de geest van toen en nu van u en mij.
Kinderen in die tijd niet anders dan de bloem der natie in onze dagen. Ouders meer gezagsgetrouw om allerlei redenen, de rechte leer der kerk leidraad voor ons doen en laten, dus diende men in de pas te lopen, voor een ieder naar buiten toe zichtbaar. Het onderwijzend personeel; als gewoonlijk werd van hen verwacht functioneel, maatschappelijk, maar vooral kerkelijk te functioneren. Bij het af en toe later thuis komen wegens schoolblijven ` nou je zult er het wel na gemaakt hebben’ minder vlijende opmerking van va of moe.
Schoolmeester, fungeerde als vertrouwensman voor velen als er zich ernstige gezinds problemen aandienden achter de voordeur en gesloten gordijnen. Onderwijzer, dokter, pastoor, dominee en boer met veel stalramen, voor hen diende netjes aan de pet getikt te worden. Kinderen van deze bovenlaag mochten zich verheugen bij het uitgaan van de school de bovenmeester een arm te geven tot aan het groene hek. Dit voorrecht genieten wisselde bij tijd en wijle, als het weer eens hommeles scheen te zijn met hen die hun mening ventileerden ten opzichte van de bovenmeester dat zichtbaar uitstraalde op hun kinderen. Eerste en tweede klas onder het bewind van een oude juffrouw met weinig geduld voor de jongste pupillen die haar waren toevertrouwd.
Geen kleuterschool of opvang onder welke benaming dan ook in onze dagen niet bekend, alleen van katholieke zijde – een bewaarschool – waar nonnen de scepter zwaaiden.
Gehuil en gekrijs in de Dorpsstraat van zesjarigen bij het begin van het nieuwe schooljaar. Weggerukt uit hun vrijheid onderworpen aan de grote mensenwereld vreemden menen kinderen te onderwerpen aan hun wil. Bungelend op hun rug het bekende blauwe kruikje met melk of koude thee tevens het broodtrommeltje, de één beter gevuld dan de andere. In de straat het klompenleger van t’Hoge Broek, Strenkhaar , Woldhaar en Dalmsholte , hun klepperende cadans van klompen vergezeld van aambeeld muziek bij smid Jansen te horen, om nooit te vergeten.
In de eerste klas moest op een lei met griffel schuine streepjes getrokken worden tussen twee lijnen wat niet altijd het gewenste resultaat leverde. Bij de juffrouw geduld ver te zoeken, een ferme tik met de liniaal over nog onbeholpen kindervingers. Bij extreem weer moesten wij haar van huis halen, met een aantal kinderen wisten wij haar al gillend mee te slepen naar de school `met den Bijbel`. Als er bij één van haar pupillen zich hoge nood aandiende werd de vinger opgestoken met het begeleidend – t..t..t.. ik moet naar achteren! Het even niet opletten, dromend over de hond met zeum jonkies, va en moe die vaak helleg bint daor weet die olde juffrouw toch niks vanof. Ja ie zol’n oe toch kapot schrik’n van den schreeuw, opletten!!!
In de hoek staon mos wie ok völle, met de arms aover mekare, bange wichter kon ie volgen deur een nat speur aover de holten vloere. Haar afzakkende kousen moesten heimelijk worden opgetrokken achter in het lokaal. Stiekem onder de arm door werd dit bekeken door ons jongens gevolgd door een vreselijke gil, voor je kijken!!! Vaak werden schepen beschoten in het kanaal op een steenworp afstand van school. Er moest dan dekking gezocht worden in de gang of tegen de muur in het lokaal. Kogelhulzen te vinden op het schoolplein die als souvenir een plaats kregen op de schoorsteenmantel thuis naast een foto van een oorlog slachtoffer.
Het onderwijs in de derde en vierde gegeven door een aardige meester velen droegen hem op handen. Alle leerlingen hem even lief, wist van elke dag een belevenis te maken om te genieten. Liefde voor de wonderlijke natuur om je heen als een Godsgeschenk te zien, bloemen en bijen zijn passie, ja zelf in het bezit van een grote bijenstal. Veel dank zijn we hem verschuldigd, zoals hij het verwoorde `de natuur een knipoog uit de Hemel’. Samen met zijn vouw een groot gemis te verwerken, een dochter door oorlogshandelingen te moeten missen.
De gramieterige bovenmeester runde vijfde en zesde, met harde hand toonde hij zijn waardigheid. Tevens ontzag uitstralend naar beminde gelovige broeders van de kerkenraad. Voortgezet onderwijs direct na de oorlog noch geen sprake, derhalve creëerde hij een zevende klas en een achtste.
Turfhok.
In de lange kale gang kapstokkenhaken met leeuwenkoppen, klompen keurig in gelid met neuzen tegen de muur. Ook hier een aantal toiletten, apart voor meisjes en jongens maar ook één voor personeel. Achter in de gang het gevreesde turfhok. Telkens waren het dezelfde jongens die hierin voor straf een plaats kregen tot dat….. slachtoffers zich lieten gelden. Van binnen tegen de deur stapelen van turf die bij het openen op de gang vielen en opgeruimd dienden te worden door……. de bovenmeester zelf.
Plaatselijke N.B.S (Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten ) annexeerde onze school na de bevrijding om zwarthandelaren en van verraad verdachte personen te ondervragen en vast te houden ( ook uit eigen dorp).
Officieren van het bevrijdingsleger vonden hier ook onderdak. Derhalve kregen de klassen om beurten les op de grote niet in bedrijf zijnde boven verdieping van pakhuis Schaapman.
Langs één kant in onze Dorpsstraat een smalle greppel, bij winterdag bedekt met….ijs. Een represaille snel geboren ten aanzien van de bovenmeester! Tegen de statige deur van zijn woning een ijsschots, aanbellen en wegwezen achter de beukenhaag aan de overkant bij ome Jan en tante Aaltje. Potsierlijk de deur geopend om – zo hij meende – een voornaam bezoek in audiëntie te ontvangen op deze avond. Zijn imago op het scherp van de snede zal hem goed doen, een bezoeker met buiging en pet onder de arm zal zijn eer strelen en status bevestigen. Kwajongens uit het dorp brachten zijn corpus ten val doormiddel van…..een stukje ijs, eveneens zijn zoon die hem te hulp kwam.
In die tijd van gebrek aan hygiëne kwamen er leerlingen op school in gezelschap van ongemak. Luizen werden aan de kroontjespen van iemands kraag geprikt en in de inktpot gedumpt.
Een psalmvers ( één of meerdere ) soms voor de klas, diende op maandagmorgen opgezegd te worden. Liederen met betrekking op feestdagen [ wij kennen ze allemaal nog geleerd op school.]
Het uren, dagen, maanden, jaren zongen enkelen heel zacht……. ; vliegen als een schaap door `t veen maar ze vlogen gelijktijdig het turfhok in. Een vorm van heden daagse mobieltjes kenden wij ook, twee conserven blikken verbonden met een sim touw. Elkaars aanwezigheid duidelijk maken middels een fluit – zelf gemaakt -, vliegers maken groot en klein. Langs het dunne touw een briefje naar de Hemel sturen, ja soms tot achter laag hangende bewolking. Verveling; het woord moest nog bedacht worden. Ons dorp zag er anders uit, ruimte genoeg om veel te beleven te veel om op een A viertje te kunnen beschrijven. Op kalmoes kauwen wat de bovenmeester verboden had, wij wisten het te onderscheiden tussen de vele rietsoorten in het kanaal. Een soort wortel dat hier op leek en smaakte naar zoet kaneel, maar wel lekker. Egyptenaren noemden deze plant – Heilige Dauw – de Chinezen gebruikten het ongeveer zesduizend jaar geleden om langer te leven.
Zoethout ook veel gebruikt om op te kauwen en was te koop in veel winkels . Knikkeren op het schoolplein een spel van velen, groot en klein op het grote schoolplein, nog horen we kinderen roepen – wie mikt er op mie heupie of wie gooit er in mie kuultie -Een meisjesspel o.a. – schare, zakdoekje leggen. en touwtje springen. Buiten het schoolgebeuren duizend en één avonturen die zich afspeelden. Wellicht enkele voorvallen “vergeten” of bewust geaccentueerd, derhalve juffrouw meester en bovenmeester wij zullen deze tijd niet vergeten. Evenmin de school met den “Bijbel”, de school uit onze jeugd.
Aan u , al is het postuum;
Bedankt…….bedankt voor alles!!!
H.Huisman.
Lemelerveld
November 2019.



